• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De vragen van de bio-ethiek plaatsen de waardigheid van de mens, een fundamenteel principe dat het geloof in de gekruisigde en verrezen Jezus Christus altijd verdedigd heeft, dikwijls op het voorplan vooral wanneer het veronachtzaamd wordt als het gaat om meer simpele en weerloze wezens: God bemint elk menselijk wezen op een unieke en diepe manier. Zoals elke discipline, heeft ook de bio-ethiek een referentie nodig die een coherente lezing kan waarborgen van ethische vragen die onvermijdelijk opgeworpen worden bij mogelijke interpretatieconflicten. In die ruimte is er openheid voor de normatieve referentie naar de morele natuurwet. De erkenning van de waardigheid van de mens vindt als onvervreemdbaar recht zijn eerste fundament namelijk in deze wet – die niet door mensenhand geschreven werd maar door de Schepper in het hart van de mens; alle wetgevingen zijn geroepen ze te erkennen als een onschendbaar recht en iedere persoon is gehouden is ze respecteren en te bevorderen Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1954-1960.

Zonder het fundamenteel principe van de menselijke waardigheid zou het zeer moeilijk zijn een bron te vinden voor de rechten van de persoon en is het onmogelijk een ethische oordeel te vellen over wetenschappelijke verworvenheden die rechtstreeks te maken hebben met het menselijk leven. Het is bijgevolg noodzakelijk, met klem te herhalen dat de menselijke waardigheid niet alleen in verband met externe elementen kan begrepen worden zoals de vooruitgang van de wetenschap, de geleidelijkheid in de ontwikkeling van het menselijk leven of een goedkoop medelijden in grenssituaties. Als men respect inroept voor de waardigheid van de mens, is het fundamenteel dat dit respect volledig, totaal en zonder dwang is maar de erkenning dat het steeds om een menselijk leven gaat, is altijd een plicht. Zeker, het menselijk leven kent een eigen ontwikkeling en de horizon van wetenschappelijk onderzoek en bio-ethiek ligt open, maar als het gaat om domeinen die betrekking hebben tot het menselijk wezen, moet herhaald worden dat wetenschappers nooit mogen denken dat zich in hun handen slechts onbezielde en manipuleerbare materie bevindt. Het leven van de mens is vanaf het eerste ogenblik namelijk gekenmerkt door het feit menselijk leven te zijn en om die reden is het altijd, overal en ondanks alles, drager van een eigen waardigheid Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie betreffende zekere bio-ethische vraagstukken, Dignitas Personae (8 sept 2008), 5. Anders zullen wij steeds het gevaar lopen dat de wetenschap als instrument gebruikt wordt met het onvermijdelijke gevolg dat men gemakkelijk vervalt in willekeur, discriminatie en het economisch belang van de sterkste.

Document

Naam: HET MENSELIJK LEVEN, SUBJECT VAN ONVERVREEMDBARE RECHTEN
Tot de deelnemers aan de XVIe algemene vergadering van de Pauselijke Academie voor het Leven, bijeen rond het thema "bio-ethiek en natuurwet" - Sala Clementina
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 13 februari 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2010

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam