• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
   Dit is een werkvertaling
Daarna ontving u witte klederen als een teken dat u de bedekking van de zonden ging afleggen en de kuise sluier van de onschuld aantrekken, waarvan de profeet zei: "Reinig mij met hysop en ik zal schoon zijn; was mij en ik zal witter dan sneeuw zijn." Want wie gedoopt is, is gezuiverd zowel volgens de wet als volgens het Evangelie: volgens de wet, omdat Mozes het bloed van het lam met een bos hysop sprengde; volgens het Evangelie, omdat Christus kleding wit was als sneeuw toen Hij in het Evangelie de heerlijkheid van Zijn opstanding toonde. Hij dan wiens schuld kwijtgescholden is, wordt witter dan sneeuw. Zo zei God door Jesaja: "Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw."
De Kerk, die deze kledingstukken heeft aangedaan door de bekleding van de wedergeboorte, zegt in het Hooglied: "Ik ben zwart en bevallige, gij dochters van Jeruzalem." Zwart door de zwakheid van haar menselijke conditie, liefelijk door het sacrament van het geloof. En de dochters van Jeruzalem aanschouwen deze kledingstukken en zeggen met verbazing: "Wie is dat die daar wit gemaakt aankomt?" Ze was zwart, hoe is ze nu ineens wit?
De engelen twijfelden ook toen Christus was opgestaan​​; de hemelse machten twijfelden toen ze zagen dat het lichaam naar de hemel opsteeg. Toen zeiden ze: "Wie is deze Koning der ere?" En anderen zeiden "Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan". Ook in Jesaja vinden we dat de hemelse machten twijfelden en zei: "Wie is het die uit Edom komt, het purper van zijn kleding komt uit Bosra, glorierijk is Hij in wit getooid?"

Maar Christus, die zich voor zijn Kerk bekleed had met vuile kleding, zoals u in het boek van de profeet Zacharia vindt, is nu gekleed in witte klederen. Ziet de Kerk, dat wil zeggen, een zuivere ziel gewassen door de bekleding van de regeneratie, en zegt: "Zie, gij zijt schoon, Mijn geliefde, ziet gij zijt schoon, uw ogen zijn als een duif " zoals de Heilige Geest neerdaalde uit de hemel. De ogen zijn mooi als die van een duif, want in de gelijkenis van een duif daalde de Heilige Geest neer uit de hemel.

En verderop: "Je tanden zijn als witte schapen: klaar voor de scheerder komen ze twee aan twee uit het water, er ontbreekt er niet een. Als een koord van karmozijn zijn je lippen." Dit is geen geringe lof. Eerst door de aangename vergelijking met de geschoren schapen, want we weten dat geiten zowel zonder gevaar weiden in hoge plaatsen als hun voedsel veilig vinden op ruige plekken. Dan worden ze bevrijd van wat overbodig is door het scheren. Zo wordt de Kerk vergeleken met een kudde schapen: in haar worden de vele deugden gezien van de zielen die de overbodigheid van de zonden terzijde hebben gelegd door de wedergeboorte. Zij bieden Christus het mystieke geloof en de genade van een zuiver leven aan, die spreken van het kruis van de Heer Jezus.
De kerk wordt in hen verheerlijkt. Daarom zegt God het Woord tegen haar: het is weggespoeld. "Kom mee uit de Libanon, mijn bruid, kom mee uit de Libanon, kom, vanaf het begin van het geloof gaat men er doorheen en wordt het doorgeven" omdat, door afstand te nemen van de wereld, zijn de tijdelijke dingen voorbij gegaan om over te gegaan naar Christus. En nogmaals, God het Woord zegt tegen haar: "Hoe mooi ben je, mijn liefste, hoe bevallig en bekoorlijk! Je gestalte is zo slank als een palm, je borsten zijn als druiventrossen."
En de Kerk antwoordt Hem: "Wie zal mij aan U geven; was je maar mijn broer, gevoed aan de borsten van mijn moeder! Dan kon ik U kussen als ik U op straat ontmoette en niemand zou er aanstoot aan nemen! Ik zou U bij de hand nemen, U in het huis van mijn moeder brengen, naar de geheime kamer waar zij mij heeft ontvangen. U zou mij leren." Je ziet hoe ze, verheugd over de gaven van genade, verlangt de diepste mysteries te kennen, en al haar liefde toe te wijden aan Christus. Ze blijft zoeken en Zijn liefde aanwakkeren, en vraagt de dochters van Jeruzalem om deze voor haar aan te wakkeren, en hoopt dat door hun schoonheid, dit is die van de gelovige zielen, haar bruidegom zal aanzetten tot een steeds rijkere liefde voor haar.
Dus zegt de Heer Jezus zelf tot de Kerk, op uitnodiging van deze enthousiaste liefde en door de sierlijke schoonheid en gratie, want geen overtredingen vervuilen de gedoopten nog: "Draag Mij als een zegel op je hart, als een zegel aan je arm." Dat is, je bent liefelijk, Mijn geliefde, het ontbreekt je aan niets. Leg Mij als een zegel op je hart, dat je geloof zal stralen in de volheid van het sacrament. Laat je werken ook schitteren en laat het beeld van God zien naar Wiens beeld je werd gemaakt. Laat geen vervolgingen je liefde verminderen, die geen stortvloed van water kan blussen, en geen rivier wegspoelen.
En vergeet daarnaast niet dat je het zegel van de Geest hebt ontvangen: de geest van wijsheid en inzicht, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en vroomheid, en de geest van ontzag voor de Heer, en behoudt wat u hebt ontvangen. God de Vader verzegelde u, Christus de Heer versterkte u, en gaf de Geest zelf in je hart, zoals je hebt geleerd door het onderwijs van de apostel.

Document

Naam: DE SACRAMENTIS
Over de Sacramenten
Soort: H. Ambrosius van Milaan
Auteur: H. Ambrosius van Milaan
Datum: 1 januari 387
Copyrights: © 2010, http://kerkvaders.blogspot.com/
Vert.: Marianne Baruch
Bewerkt: 9 september 2019

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam