• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE BETEKENIS VAN DE VEERTIGDAGENTIJD EN IN HET BIJZONDER ASWOENSDAG
Op Aswoensdag, Jaar C (2010)

Geliefde broeders en zusters,

Vandaag, Aswoensdag, beginnen wij de weg van de Vasten: een weg die veertig dagen duurt en ons naar de vreugde leidt van het Pasen van de Heer. Op deze spirituele weg, zijn we niet alleen want de Kerk begeleidt en steunt ons meteen met Gods Woord, dat een programma bevat van spiritueel leven en boetedoening, en met de genade van de Sacramenten.

De woorden van de apostel Paulus bieden ons een welomschreven aanbeveling: “Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt ... Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil” (2 Kor. 6, 1-2). Werkelijk, in de christelijke levensvisie moet ieder ogenblik gunstig genoemd worden en iedere dag, een dag van heil, maar de liturgie van de Kerk brengt deze woorden heel bijzonder in de Veertigdagentijd aan. Het is de oproep die de sobere ritus van de asoplegging in de liturgie tot ons richt aan de hand van twee formules: “Bekeert u en gelooft in het Evangelie!”, “Gedenk dat gij stof en as zijt en tot stof en as zult wederkeren”; zij doen ons juist inzien dat de veertig dagen van voorbereiding op Pasen een gunstige tijd en een tijd van genade moeten zijn.
De eerste oproep is bekering, een woord dat in zijn buitengewone ernst moet genomen worden en waarvan men de verrassende nieuwigheid moet verstaan, dat het een oproep is die bevrijdt. De oproep tot bekering legt de gemakkelijke oppervlakkigheid bloot die onze manier van leven dikwijls kenmerkt, en klaagt ze aan. Zich bekeren betekent op de weg van het leven van richting veranderen: niet door een simpele correctie, maar door werkelijk rechtsomkeer te maken. Bekering betekent tegen de stroom in gaan, de stroom van een oppervlakkige, incoherente en begoochelende levensstijl die ons dikwijls meesleept, domineert en aan het kwaad verslaaft, of alleszins de gevangene maakt van morele middelmatigheid. Met bekering beoogt men daarentegen de hoge graad van het christenleven, men vertrouwt zich toe aan het levend een persoonlijke Evangelie dat Jezus Christus is. Zijn Persoon is het einddoel en de diepe zin van de bekering, Hij is de weg waarop iedereen geroepen is door het leven te gaan, zich door Zijn licht te laten verlichten en door Zijn kracht te laten ondersteunen, zodat wij vooruitgaan. Zo toont bekering haar meest stralende en fascinerende gelaat: het gaat niet om een simpele morele beslissing die ons gedrag corrigeert maar om een geloofskeuze die ons helemaal raakt binnen de intieme gemeenschap met de levende en concrete Persoon van Jezus. Zich bekeren en geloven in het Evangelie zijn geen twee verschillende dingen of twee dingen die enigszins naast elkaar staan, doch de uitdrukking van dezelfde werkelijkheid. Bekering is het totale “ja” van wie zijn leven overgeeft aan het Evangelie, als een vrij antwoord aan Christus die zich als Eerste aan de mens geeft als Weg, Waarheid en Leven, als de Enige die hem bevrijdt en redt. Dat is precies de betekenis van de eerste woorden waarmee Jezus, volgens de evangelist Marcus, de verkondiging van het “Evangelie van God” begint: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” (Mc. 1, 15).
De oproep “bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” staat niet alleen aan het begin van het leven van een Christen maar vergezelt iedere stap ervan; het is een oproep die blijft door zich te hernieuwen die zich verspreidt door zich in al zijn uitingen te vertakken. Elke dag is een gunstig ogenblik en een tijd van genade, want elke dag is een uitnodiging ons in Jezus’ handen te geven, in Hem vertrouwen te stellen, in Hem te blijven, Zijn levensstijl te delen, van Hem waarachtige liefde te leren, Hem te volgen in het dagelijks vervullen van de wil van de Vader, de enige grote wet van het leven. Elke dag, zelfs wanneer moeilijkheden en beproevingen, ontmoediging en mislukking niet ontbreken, zelfs wanneer we bekoord worden om de weg in navolging van Christus te verlaten en egoïstisch terug te plooien op onszelf, zonder rekenschap te geven van de noodzaak dat wij ons moeten openstellen voor Gods liefde in Christus, om volgens dezelfde logica van gerechtigheid en liefde te leven. In mijn recente “Paus Benedictus XVI - Boodschap
“De gerechtigheid van God is geopenbaard door het geloof in Jezus Christus” (vgl. Rom 3, 21-22)
Veertigdagentijd 2010
(30 oktober 2009)
”, heb ik eraan willen herinneren dat “er nederigheid voor nodig is om te aanvaarden dat iemand anders me bevrijdt van ‘mijzelf’ en mij gratis ‘zichzelf’ in ruil geeft. Dat gebeurt met name in het Sacrament van de Verzoening en in de Eucharistie. Dankzij het handelen van Christus kunnen wij binnentreden in een grotere gerechtigheid, die van de liefde Vgl. Rom. 13, 8-10 . Deze gerechtigheid ziet zichzelf duidelijk meer als schuldenaar dan als schuldeiser, omdat ze meer heeft ontvangen dan ze ooit had kunnen verwachten.” Paus Benedictus XVI, Boodschap, Veertigdagentijd 2010, “De gerechtigheid van God is geopenbaard door het geloof in Jezus Christus” (vgl. Rom 3, 21-22) (30 okt 2009), 4.
Het gunstige ogenblik en de genadetijd van de Veertigdagentijd tonen ons ook zijn eigen spirituele betekenis in de oude formule, “Herinner u dat gij stof en as zijt en tot stof en as zult wederkeren”, die de priester uitspreekt wanneer hij een beetje as op ons hoofd strooit. Zo worden wij teruggebracht tot de aanvang van de mensengeschiedenis toen de Heer na de erfzonde tot Adam zei: “In het zweet zult ge werken voor uw brood, tot gij terugkeert naar de grond, waaruit gij zijt genomen: gij zijt stof, en tot stof keert gij terug” (Gen. 3, 19). Hier brengt Gods woord onze broosheid in herinnering, zelfs onze dood, die daar de uiterste vorm van is. Ten overstaan van de aangeboren angst voor het einde en meer nog in de context van een cultuur die op zoveel manieren de realiteit en menselijke ervaring van de dood probeert te censureren, herinnert de liturgie van de Veertigdagentijd ons enerzijds aan de dood door ons uit te nodigen tot realisme en wijsheid, maar stimuleert zij ons anderzijds om vooral de onverwachte nieuwigheid te vatten en te beleven die het christelijk geloof aan de realiteit van de dood geeft.
De mens is stof en zal tot stof terugkeren, doch in Gods ogen is hij kostbaar stof omdat God de mens geschapen heeft en hem tot onsterfelijkheid heeft bestemd. Zo vindt de liturgische formule “Herinner u dat gij stof en as zijt en tot stof en as zult wederkeren”, haar volle betekenis in referentie tot de nieuwe Adam, Christus. Ook de Heer Jezus heeft het lot van broosheid met elke mens vrij willen delen, bijzonder door Zijn dood op het kruis; maar juist deze dood, vol van Zijn liefde voor de Vader en voor de mensheid, is de weg geweest van de heerlijke verrijzenis, waardoor Christus de bron geworden is van een genade die iedereen gegeven werd die in Hem gelooft en deelneemt aan het Goddelijk leven. Dit leven dat geen einde zal kennen is reeds werkzaam aanwezig in de aardse fase van ons leven, maar zal tot voltooiing gebracht worden na de “verrijzenis van het lichaam”. Het kleine gebaar van de asoplegging geeft ons de aparte rijkdom van zijn betekenis te kennen: het is een uitnodiging om de vastentijd te beleven als een bewustere en intensere onderdompeling in het Paasmysterie van Christus, in Zijn dood en verrijzenis, door deel te nemen aan de Eucharistie en het leven van naastenliefde dat door de Eucharistie ontstaat en waarin het zijn voltooiing vindt. Met de asoplegging vernieuwen wij onze inzet om Jezus te volgen, om ons door Zijn Paasmysterie te laten omvormen, om het kwaad te overwinnen en het goede te doen, om onze “oude mens” die gebonden is aan de zonde, te laten sterven en de “nieuwe mens”, door Gods genade omgevormd, te laten geboren worden.
Geliefde vrienden! Nu wij ons klaarmaken om de sobere weg van de Veertigdagen te gaan, willen wij met bijzonder vertrouwen de bescherming en hulp inroepen van de Maagd Maria. Moge Zij het zijn, de eerste gelovige in Christus, die ons tijdens de veertig dagen van intens gebed en oprechte boete begeleidt, om gezuiverd en volledig vernieuwd in verstand en geest, het grote Paasmysterie van Haar Zoon te vieren.

Document

Naam: DE BETEKENIS VAN DE VEERTIGDAGENTIJD EN IN HET BIJZONDER ASWOENSDAG
Op Aswoensdag, Jaar C (2010)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 17 februari 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam