• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. ANTONIUS VAN PADUA

Geliefde broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Franciscus van Assisi
(27 januari 2010)
. Vanmorgen zou ik over een andere heilige willen spreken die behoorde tot de eerste generatie van de Minderbroeders: Antonius van Padua, of zoals hij ook genoemd wordt, van Lissabon, verwijzend naar zijn geboortestad. Het gaat om één van de populairste heiligen van heel de katholieke Kerk, die niet alleen in Padua vereerd wordt waar een schitterende basiliek werd opgericht die zijn stoffelijke resten bewaart, maar in de hele wereld. De afbeeldingen en beelden die hem voorstellen met een lelie, symbool van de zuiverheid, of met het Kind Jezus in de armen, ter herinnering aan een wonderbare verschijning waarvan sommige literaire bronnen melding maken, zijn de gelovigen dierbaar.

Antonius heeft aanzienlijk bijgedragen tot de ontwikkeling van de Franciscaanse spiritualiteit door zijn begaafdheid, die gekenmerkt is door intelligentie, evenwicht, apostolische ijver en vooral mystieke hartstocht.
Hij werd geboren in Lissabon, in een adellijke familie, rond 1195 en werd gedoopt onder de naam Fernando. Hij trad in bij de kanunniken die de kloosterregel volgden van de heilige Augustinus, eerst in het klooster van de Heilige Vincentius in Lissabon en vervolgens in dat van het Heilig Kruis in Coimbra, een cultureel centrum met grote faam in Portugal. Hij wijdde zich met interesse en ijver aan de studie van de Bijbel en de Kerkvaders, en verwierf zo een theologische kennis die hij ten dienste stelde van zijn onderricht en prediking. In Coimbra had een gebeurtenis plaats die een beslissende wending aan zijn leven gaf: in 1220 werden daar de relieken van de eerste vijf Franciscaanse missionarissen uitgestald, die naar Marokko gegaan waren waar zij het martelaarschap ondergaan hadden. Hun leven wekte bij de jonge Fernando het verlangen hen na te volgen en voortgang te maken op de weg van de christelijke volmaaktheid: hij verzocht de kanunniken van de H. Augustinus hen te mogen verlaten en Minderbroeder te worden. Zijn verzoek werd ingewilligd en onder de naam Antonius vertrok ook hij naar Marokko, doch de Goddelijke Voorzienigheid besliste er anders over. Omwille van een ziekte werd hij gedwongen naar Italië te gaan en in 1221 nam hij in Assisi deel aan het bekende “Kapittel der matten”, waar hij ook de heilige Franciscus ontmoette. Later leefde hij enige tijd zo verborgen mogelijk in een klooster bij Forli, in Noord-Italië, waar de Heer hem voor een andere zending riep. Uitgenodigd om te preken op een priesterwijding, gaf hij blijk van begiftigd te zijn met zo een kennis en welsprekendheid dat zijn oversten hem voor de prediking bestemden. Zo begon in Italië en Frankrijk zulk een intensieve en doeltreffende apostolische activiteit, dat velen die zich van de Kerk hadden afgekeerd, op hun stappen terugkeerden. Antonius behoorde ook tot de eerste leraars in theologie onder de Minderbroeders, zo niet de eerste. Hij begon zijn onderricht in Bologna, met de zegen van de heilige Franciscus, die de deugden van Antonius erkende en hem een korte brief stuurde die met deze woorden begon: “Het doet mij genoegen dat ge theologie onderricht aan de broeders”. Antonius legde de basis van de Franciscaanse theologie die door andere eminente denkers ontwikkeld werd en haar hoogtepunt kende met de heilige Bonaventura van Bagnoregio en de zalige Duns Scotus.

Als provinciale overste van de Minderbroeders in Noord-Italië, zette hij zijn prediking verder, afgewisseld met bestuurstaken. Na zijn opdracht als provinciale overste trok hij zich terug in de buurt van Padua, waar hij reeds drie keer geweest was. Amper een jaar later, op 13 juni 1231, stierf hij aan de poorten van de stad. Padua, de stad die hem met genegenheid en verering ontvangen had, gaf hem voor altijd eer en devotie. Paus Gregorius IX die hem had horen preken, had hem “Ark van het Verbond” genoemd en verklaarde hem reeds een jaar na zijn dood, heilig; dat was in 1232, na de wonderen die op zijn voorspraak gebeurd waren .

Tijdens de laatste periode van zijn leven schreef Antonius twee cyclussen van “Sermoenen”, met de respectievelijke titel “H. Antonius van Padua
Sermones dominicales et Festivi ()
” en “H. Antonius van Padua
Sermoenen over de heiligen ()
”, bestemd voor predikers en leraars in theologie van de Franciscaanse Orde. In deze Sermoenen geeft hij commentaar bij de teksten van de Schrift die de liturgie aanbiedt en gebruikt daarbij de interpretatie van de Kerkvaders en van de middeleeuwen over de vier betekenissen: de letterlijke of historische betekenis, de allegorische of christologische betekenis, de tropologische of morele betekenis, en de anagogische die leidt naar het eeuwig leven. Vandaag ontdekt men opnieuw dat deze vier betekenissen, dimensies zijn van de ene betekenis van de Heilige Schrift en dat het juist is de Heilige Schrift te interpreteren door de vier dimensies van haar woord te onderzoeken. Deze Sermoenen van de heilige Antonius zijn theologische en homiletische teksten die doen denken aan de levendige prediking waarin Antonius een ware weg van christelijk leven aanbiedt. De rijkdom aan geestelijk onderricht in de “Sermoenen” is van die aard dat de eerbiedwaardige Paus Pius XII, Antonius in 1946 uitriep tot Kerkleraar en hem de titel “Evangelische leraar” verleende omdat uit zijn geschriften de frisheid en schoonheid van het Evangelie uitgaan; wij kunnen ze ook vandaag nog met groot geestelijk nut lezen.
In zijn H. Antonius van Padua
Sermones dominicales et Festivi ()
spreekt de heilige Antonius over het gebed als over een liefdesrelatie die de mens stimuleert tot een innige dialoog met de Heer, wat een onuitsprekelijke vreugde schept die de biddende ziel zachtjes omhult. Antonius herinnert ons eraan dat het gebed een atmosfeer van stilte nodig heeft, wat niet hetzelfde is als afwezigheid van lawaai van buitenaf, maar wel een innerlijke ervaring die door het scheppen van stilte in de ziel zelf, de verstrooiingen probeert te verdrijven die veroorzaakt worden door de zorgen van de ziel. Volgens de leer van deze eminente Franciscaanse leraar, is het gebed gericht op vier onmisbare houdingen die in het Latijn van Antonius als volgt genoemd worden: “obsecratio, oratio, postulatio, gratiarum actio”. Wij zouden ze als volgt kunnen vertalen: zijn hart met vertrouwen openstellen voor God; dat is de eerste stap in het gebed: niet simpelweg een woord vasthouden, maar zijn hart openstellen voor Gods aanwezigheid; vervolgens innig met Hem spreken en Hem bij mij aanwezig zien; dan – iets heel natuurlijks – Hem onze noden voorleggen; tenslotte, Hem loven en danken.

In deze leer van de heilige Antonius over het gebed, zien wij één van de trekken die eigen zijn aan de Franciscaanse theologie waarvan hij de gangmaker is, namelijk de rol die toegekend wordt aan de Goddelijke liefde, die de sfeer binnenkomt van het gevoel, van de wil en het hart en die ook de bron is waaruit geestelijke kennis opwelt, die iedere kennis te boven gaat. Inderdaad, als we liefhebben, kennen we.

Antonius schrijft verder: “Liefde is de ziel van het geloof, zij geeft er leven aan; zonder liefde, sterft het geloof” H. Antonius van Padua, Sermones dominicales et Festivi. II, Messaggero, Padua 1979, p. 37.

Alleen een biddende ziel kan vooruitgang maken in het geestelijk leven: dat is het bevoorrechte doel van de verkondiging van de heilige Antonius. Hij kent de gebreken van de menselijke natuur goed, onze neiging om in zonde te vallen, daarom doet hij onophoudelijk een oproep om de neiging tot gulzigheid, trots en onkuisheid te bestrijden en daarentegen de deugden van armoede en vrijgevigheid, nederigheid en gehoorzaamheid, kuisheid en zuiverheid te ontwikkelen. In het begin van de XIIIe eeuw, in het kader van de opleving der steden en de ontwikkeling van de handel, nam het aantal mensen toe dat ongevoelig was voor de noden van de armen. Daarom nodigt Antonius de gelovigen herhaaldelijk uit aan de ware rijkdom te denken, die van het hart, die goed en barmhartig maakt, die schatten doet verzamelen voor de Hemel. “O rijken – zo luidt zijn oproep – neem de armen tot vriend, onthaal ze in uw huizen: zij, de armen, zullen u later opnemen in de eeuwige tabernakels waarin de schoonheid van de vrede rust, het vertrouwen van de veiligheid, de weelderige rust van de eeuwige voldoening” H. Antonius van Padua, Sermones dominicales et Festivi. II, Messaggero, Padua 1979, nr. 29.

Geliefde vrienden, is dat ook vandaag niet een zeer belangrijke les, nu de financiële crisis en het zwaar verstoord economisch evenwicht, vele mensen arm maken en situaties van armoede scheppen? In mijn encycliek “Paus Benedictus XVI - Encycliek
Caritas in Veritate
Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid
(29 juni 2009)
” breng ik in herinnering: “de economie heeft namelijk, om goed te functioneren, de ethiek nodig. Niet zomaar een ethiek, maar een mensvriendelijke ethiek” Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 45.
Conform de leerschool van Franciscus plaatst Antonius Christus altijd in het midden van het leven en het denken, van de actie en de verkondiging. Het is een andere trek, eigen aan de Franciscaanse theologie: die van het christocentrisme. Deze kijkt graag naar de mysteries van de mensheid van de Heer, de mens Jezus, en nodigt uit deze mensheid te aanschouwen, vooral het mysterie van de Geboorte, God die een Kind wordt, die zich overgeeft aan onze handen: een mysterie dat gevoelens opwekt van liefde en dankbaarheid voor Gods goedheid.

Het zijn enerzijds de Geboorte, een centraal punt in de liefde van Christus voor de mensheid, maar ook het zicht op de Gekruisigde, die Antonius inspireren tot gedachten van erkentelijkheid jegens God en van hoogachting voor de waardigheid van de menselijke persoon, in die zin dat allen, gelovigen en niet gelovigen, in de Gekruisigde en in het Kruisbeeld een betekenis kunnen vinden die het leven verrijkt. Zo schrijft Sint Antonius: “Christus, die jouw leven is, hangt daar vóór jou, opdat je naar het kruis kijkt als in een spiegel. Daar kun je zien hoe dodelijk jouw wonden zijn, die geen medicijn had kunnen genezen, tenzij dat van het bloed van de Zoon van God. Als je goed kijkt, kun je tot je laten doordringen hoe groot jouw menselijke waardigheid en waarde is… Op geen enkele andere plaats kan de mens beter tot zich laten doordringen wat hij waard is, dan door in de spiegel te kijken van het kruis” H. Antonius van Padua, Sermones dominicales et Festivi. III, Messaggero, Padova 1979, pp. 213-214.

Door deze woorden te overwegen, kunnen we beter begrijpen hoe belangrijk het Kruisbeeld is voor onze cultuur, voor ons humanisme zoals dat uit het christelijk geloof is voortgekomen. Juist door naar de Gekruisigde te kijken, zien we, zoals Sint Antonius zegt, hoe groot de menselijke waardigheid is en de waarde van de mens. In geen enkel ander opzicht kan men begrijpen hoeveel de mens waard is, want juist God maakt ons zo belangrijk, ziet ons als zo belangrijk dat wij wat Hem betreft zijn lijden waard zijn; zo verschijnt heel de menselijke waardigheid in de spiegel van de Gekruisigde en is de op Hem gerichte blik altijd een bron van erkenning van de menselijke waardigheid.

Geliefde vrienden, moge Antonius van Padua, die door de gelovigen zo vereerd wordt, voor heel de Kerk ten beste spreken en vooral voor hen die zich aan de verkondiging wijden; bidden wij tot de Heer opdat Hij ons helpt iets te leren van deze kunst van de heilige Antonius. Mogen de verkondigers, door zich aan zijn voorbeeld te inspireren, ervoor zorgen om een degelijke en gezonde leer, een oprechte en vurige vroomheid, en indringende communicatie met elkaar te verenigen. Bidden wij in dit Jaar van de Priester, opdat priesters en diakens dit ambt van de verkondiging en actualisering van het Woord Gods met ijver uitoefenen ten overstaan van de gelovigen, in het bijzonder door de homilieën in de liturgie. Mogen deze een doeltreffende voorstelling zijn van de eeuwige schoonheid van Christus, juist zoals Antonius het aanbeviel: “Als ge Jezus verkondigt, bevrijdt Hij de stenen harten; als ge Hem aanroept, kalmeert Hij bittere bekoringen; als ge aan Hem denkt, verlicht Hij uw hart; als ge Hem leest, vervult Hij uw geest” H. Antonius van Padua, Sermones dominicales et Festivi. III Messaggero, Padua 1979, p. 59.

Document

Naam: H. ANTONIUS VAN PADUA
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 februari 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 13 september 2011

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam