• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE BEDELORDES (FRANCISCANEN EN DOMINICANEN)

Geliefde broeders en zusters,

In het begin van het nieuwe jaar buigen wij ons over de geschiedenis van het christendom om te zien hoe een geschiedenis zich ontwikkelt en hoe zij kan vernieuwd worden. Daarin is te zien dat het de heiligen zijn, die door Gods licht geleid, de ware hervormers zijn van het leven van de Kerk en de samenleving. Als leraars door hun woord en getuigen door hun voorbeeld, weten zij een stabiele en diepgaande vernieuwing van de Kerk door te voeren, omdat zij zelf diep vernieuwd zijn; zij staan in contact met wat werkelijk nieuw is: Gods aanwezigheid in de wereld. Deze troostvolle realiteit, die in elke generatie heiligen voortbrengt die creatief zijn in vernieuwing, begeleidt voortdurend de geschiedenis van de Kerk doorheen de droefheden en negatieve aspecten van haar weg. Wij zien namelijk dat in elke eeuw ook krachten van hervorming en vernieuwing ontstaan, want het nieuwe van God is onuitputtelijk en geeft altijd nieuwe kracht om vooruit te gaan. Dat is wat ook plaatsvond in de XIIIe eeuw met het ontstaan en buitengewone ontwikkeling van de bedelordes: zij waren een model van grote vernieuwing in een nieuwe historische tijd. Zij werden zo genoemd omwille van hun eigenheid om te bedelen, dat wil zeggen nederig hun toevlucht te nemen tot de economische steun die mensen verlenen om hun gelofte van armoede te beleven en hun zending van evangelisatie te vervullen. Onder de bedelordes die in die tijd verschenen, zijn de meest gekende en belangrijkste de Minderbroeders en Predikheren, bekend als Franciscanen en Dominicanen. Zij worden zo genoemd door de naam van hun stichter, respectievelijk Franciscus van Assisi en Dominicus van Guzman. Deze twee grote heiligen hadden de bekwaamheid “de tekenen van de tijd” met inzicht te interpreteren ten overstaan van de uitdagingen waarmee de Kerk van hun tijd geconfronteerd werd.

Een eerste uitdaging was de groei van verschillende gelovige groeperingen en bewegingen, die alhoewel ze geïnspireerd waren door een gerechtvaardigd verlangen naar authentiek christelijk leven, zich dikwijls buiten de kerkelijke gemeenschap plaatsten. Zij waren sterk gekant tegen de rijke en mooie Kerk die zich juist door de verspreiding van het monnikendom ontwikkeld had. In de laatste catecheses ben ik blijven stilstaan bij de monastieke gemeenschap van Cluny, die steeds eerder jonge en dus vitale krachten had aangetrokken, evenals bezit en rijkdom. Op een logische manier had zich zo aanvankelijk een Kerk ontwikkeld die rijk was aan eigendom en onroerend goed. Tegen deze Kerk kantte zich de idee dat Christus arm op aarde gekomen was en dat de ware Kerk juist de Kerk van de armen had moeten zijn; het verlangen naar ware christelijke authenticiteit kantte zich aldus tegen de realiteit van de empirische Kerk. Het gaat om wat men de armoede bewegingen van de Middeleeuwen noemt. Zij bestreden heftig de levenswijze van priesters en monniken van die tijd, die beschuldigd werden van ontrouw aan het Evangelie en de armoede niet te beleven zoals de eerste christenen; deze bewegingen stelden tegenover het ambt van de bisschoppen een ware “parallelle hiërarchie”. Om hun keuzes te rechtvaardigen verspreidden zij bovendien leerstellingen die onverzoenbaar zijn met het katholiek geloof. De beweging van de katharen bijvoorbeeld of die van de Albigenzen, haalde opnieuw oude ketterijen naar boven, zoals de ontwaarding van en minachting voor de stoffelijke wereld – tegenkanting tegen rijkdom werd vlug tegenkanting tegen de stoffelijke werkelijkheid op zich – de ontkenning van de vrije wil, vervolgens dualisme, het bestaan van een tweede principe, van het kwaad in vergelijking met God. Deze bewegingen hadden succes, vooral in Frankrijk en Italië, niet alleen krachtens hun stevige organisatie maar ook omdat zij een reële wanorde in de Kerk aanklaagden, veroorzaakt door het weinig voorbeeldige gedrag van meerdere vertegenwoordigers van de geestelijkheid.

Franciscanen en Dominicanen toonden daarentegen, in het spoor van hun stichter, dat het mogelijk is dat de Kerk de ware, authentieke plaats blijft van het Evangelie en de Schrift. Meer nog, Dominicus en Franciscus haalden juist uit de innige gemeenschap met de Kerk en het pausdom, de kracht van hun getuigenis. Met een geheel oorspronkelijke keuze in de geschiedenis van het godgewijde leven, verzaakten de leden van deze orden niet alleen aan het bezit van persoonlijke goederen, zoals de monniken dat sinds de oudheid deden, maar zij wilden niet dat gronden en onroerend goed op naam stonden van de gemeenschap. Zo wilden zij getuigen van een uiterst sober leven om solidair te zijn met de armen en zich alleen aan de Voorzienigheid over te laten, elke dag van de Voorzienigheid te leven, van het vertrouwen om zich aan Gods handen toe te vertrouwen. Deze persoonlijke en gemeenschappelijke stijl van de bedelordes, verenigd met totale aanhankelijkheid aan de leer van de Kerk en haar gezag, werd zeer hoog gewaardeerd door de pausen uit die tijd, zoals Innocentius III en Honorius III, die hun steun verleenden aan deze nieuwe ervaringen binnen de Kerk omdat zij er de stem van de Geest in herkenden. En de vruchten bleven niet uit: groeperingen van armoedebewegingen die zich van de Kerk hadden afgescheiden, keerden terug tot de kerkgemeenschap waarin zij stilaan een nieuwe dimensie vonden vooraleer te verdwijnen. Vandaag nog, nu wij leven in een maatschappij waar het "hebben" dikwijls de overhand heeft op het "zijn", is men zeer gevoelig voor voorbeelden van armoede en solidariteit, die gelovigen geven door moedige keuzes. Ook vandaag ontbreekt het niet aan gelijkaardige initiatieven: bewegingen die werkelijk vertrekken van het nieuwe van het Evangelie en het in onze tijd in zijn radicaliteit beleven door zich in Gods hand te leggen om hun naaste te dienen. De wereld, zei Paulus VI in “H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
”, luistert graag naar leraars die ook getuigen zijn. Het is een les om nooit te vergeten bij de verspreiding van het Evangelie: de eerste zijn om in praktijk te brengen wat verkondigd wordt, de spiegel zijn van de Goddelijke liefde.

Franciscanen en Dominicanen waren getuigen, maar ook leraars. Inderdaad, een andere noodzaak die in hun tijd groot was, is die van het godsdienstonderricht. Een groot aantal leken gelovigen die in steden woonden die volop in expansie waren, verlangden een intens spiritueel christelijk leven te leiden. Zij probeerden zich dus te verdiepen in de kennis van het geloof en geleid te worden op de moeilijke maar begeesterende weg van de heiligheid. De bedelordes waren gelukkig aan deze behoefte te kunnen beantwoorden: de verkondiging van het Evangelie in zijn eenvoud, in zijn diepgang en grootheid was een doel, misschien het belangrijkste doel van deze beweging. Met veel ijver wijdden zij zich inderdaad aan de verkondiging. De gelovigen die samenkwamen om naar de predikers te luisteren in kerken en op plaatsen onder de blote hemel - denken we bijvoorbeeld aan de heilige Antonius, waren zeer talrijk, dikwijls echte menigten. Onderwerpen die dicht bij de mensen stonden, waren aan de orde, vooral de beoefening van de theologale en morele deugden, met concrete voorbeelden die gemakkelijk te begrijpen zijn. Bovendien gaf men onderricht in manieren om het gebedsleven en de vroomheid te voeden. De Franciscanen verspreidden bijvoorbeeld op grote schaal de devotie voor de mensheid van Christus, met het engagement de Heer na te volgen. Het is niet verwonderlijk dat vele gelovigen, mannen en vrouwen, ervoor kozen zich op de christelijke weg te laten begeleiden door Franciscaanse en Dominicaanse broeders, geestelijke leiders, gezochte en gewaardeerde biechtvaders. Zo ontstonden verenigingen van leken gelovigen die zich aan de spiritualiteit van de heilige Franciscus en de heilige Dominicus inspireerden, op een manier die aangepast was aan hun levensstaat. Het gaat om de Derde Orde, zowel de Franciscaanse als de Dominicaanse. Met andere woorden, het aanbod van een “heiligheid voor leken” veroverde een groot aantal mensen. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie zei, is de roeping tot heiligheid niet voorbehouden tot enkelen maar is zij universeel Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 40. In al die levensstaten vindt men de mogelijkheid te leven volgens het Evangelie, overeenkomstig de vereisten van elke staat afzonderlijk. Ook vandaag moet iedere christen streven naar de “hoge maat van het christenleven”, tot welke levensstaat men ook behoort!

Het belang van de bedelordes groeide in de Middeleeuwen zodanig dat de lekeninstituten, zoals werkorganisaties, de oude gilden en zelfs de burgerlijke autoriteiten, dikwijls toevlucht namen tot het spirituele advies van leden van deze Ordes voor de opstelling van hun reglement en soms voor de oplossing van interne en externe geschillen. Franciscanen en Dominicanen werden de spirituele animators van de stad in de Middeleeuwen. Met een diepgaande intuïtie brachten zij een pastorale strategie op gang die aangepast was aan de veranderingen van de maatschappij. Aangezien vele mensen van het platteland verhuisden naar de stad, plaatsten zij hun klooster niet langer in plattelandsstreken maar in de stad. Daarenboven was het naargelang de pastorale vereisten voor het welzijn van de zielen noodzakelijk zich te verplaatsen. Met hun keuze, die een totale vernieuwing bracht, gaven de bedelordes het stabiliteitsprincipe op dat eigen was aan het oude monnikendom, en kozen een andere manier van doen. De Minderbroeders en Predikheren reisden van de ene plaats naar de andere, gedreven door missionaire ijver. Bijgevolg rustten zij zich uit met een andere organisatie dan die van het merendeel der monastieke ordes. In de plaats van de traditionele autonomie waarvan ieder klooster genoot, hechtten zij meer belang aan de Orde op zich en aan de algemene overste, evenals aan de structuur van de provincies. Zo waren de bedelordes meer beschikbaar voor de noden van de universele Kerk. Deze flexibiliteit maakte het mogelijk dat de broeders die het meest geschikt waren voor specifieke zendingen, uitgezonden werden; zo bereikten de bedelordes Noord-Afrika, het Midden Oosten, Noord-Europa. Deze flexibiliteit vernieuwde de missionaire dynamiek.

Een andere grote uitdaging kwam van de culturele veranderingen in deze periode. Nieuwe kwesties brachten het debat op gang aan de universiteiten die op het einde van de XIIe eeuw ontstonden. De Minderbroeders en Predikheren aarzelden niet ook dit engagement op zich te nemen en zij waren als student en professor aanwezig op de beroemdste universiteiten van hun tijd, gaven het ontstaan aan studiecentra, schreven teksten van grote waarde, brachten ware gedachtestromingen tot leven, waren personaliteiten in scholastieke theologie toen die op haar hoogtepunt was door op een invloedrijke manier bij te dragen tot de ontwikkeling van het denken. De grootste denkers, de heilige Thomas van Aquino en de heilige Bonaventura, behoorden tot de bedelordes en maakten precies van dit dynamisme van de nieuwe evangelisatie gebruik, dat ook de moed van het denken vernieuwde en van de dialoog tussen rede en geloof. Ook vandaag moet een “liefde van en in de waarheid”, een “intellectuele liefde” beoefend worden om het intellect te verlichten en geloof en cultuur met elkaar te verenigen. Het engagement waarvan Franciscanen en Dominicanen aan de universiteiten van de Middeleeuwen blijk gaven, is een uitnodiging, dierbare gelovigen, om aanwezig te zijn op plaatsen waar kennis verworven wordt, om met respect en overtuiging het licht van het Evangelie aan te bieden in fundamentele kwesties die de mens, zijn waardigheid en eeuwige bestemming aangaan. Denkend aan de rol van Franciscanen en Dominicanen in de Middeleeuwen, aan de spirituele vernieuwing die zij verwekten, aan de adem van nieuw leven die zij in de wereld brachten, zei een monnik: “De wereld van die tijd was aan het verouderen. Twee ordes ontstonden in de Kerk wiens jeugd zij vernieuwden zoals die van een adelaar”. Burchard d’Ursperg, Chronicon

Geliefde broeders en zusters, bij het begin van dit jaar roepen wij juist de Heilige Geest aan, eeuwige jeugd van de Kerk: moge Hij iedereen de noodzaak laten aanvoelen om coherent en moedig van het Evangelie te getuigen, opdat het nooit aan heiligen zou ontbreken die de Kerk doen schitteren als een altijd zuivere en mooie bruid, zonder smet of rimpel, bekwaam om de wereld onweerstaanbaar tot Christus en haar heil te trekken.

Document

Naam: DE BEDELORDES (FRANCISCANEN EN DOMINICANEN)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 13 januari 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2010

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam