• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

QUANDOQUIDEM
Aan de staatssecretaris, Z.E. kardinaal Maglione

Omdat gij bij het bestuur der katholieke Kerk ons zo dicht ter zijde staat, is het u ongetwijfeld bekend, hoe vurig ons verlangen is en hoe dringend ons smeekgebed tot God, om te verkrijgen, dat door een algemene regeling in de geest van rechtvaardigheid en liefde een veilige en verzekerde christelijke vrede onder alle volken en natiën, die op het ogenblik in schrik en angst verkeren, duurzaam tot stand moge komen.
Tot het verkrijgen van deze heerlijke gave Gods hebben wij, bijna onmiddellijk na onze verheffing tot het Opperpriesterschap, niet slechts al onze kinderen overal ter wereld, maar ook alle volken en hun regeerders met vaderlijke liefde aangespoord. Die uitnodiging en die aansporing hebben wij op het hoogfeest van Pasen herhaald, toen wij in de basiliek van St. Pieter door een ontelbare menigte omstuwd op pontificale wijze het goddelijk offer hebben opgedragen, en daarbij van onze Heer Jezus Christus, den overwinnaar van de dood en de schenker der hemelse genadegaven, voor allen eendracht en rust hebben afgesmeekt.
Op het ogenblik echter, bij het naderen der Meimaand, waarin de gelovige christenen gewoon zijn bijzondere gebeden tot de Moeder Gods te richten, is het ons vurig verlangen, dat in ieder bisdom en in ieder parochie bijzonder voor deze intentie de innigste smeekgebeden zullen verricht worden.
Maar tot die heilige wedstrijd in gebed roepen wij vooral en met name degenen op, voor wie wij, evenals de goddelijke Verlosser, wiens plaatsbekleder wij op aarde zijn, een tedere genegenheid en allerinnigste liefde koesteren; wij bedoelen degenen, die in den eerste bloei der jaren de glans der onschuld, der zachtheid en aanminnigheid vertonen. Laten de vaders en moeder vroom gebruik naar het altaar der verheven Moeder Gods geleiden en hen, tegelijk met de bloemen van hun tuinen en velden en tegelijk met hun eigen gebed en dat hunner kindertjes aan de H. Maagd aanbieden.
Hoe zal die hemelse Moeder kunnen weigeren te luisteren naar de stem van zovelen, die smeken om den vrede voor hun medeburgers, voor de volken en natiën? Hoe zal zij dat kunnen, als die kleine kinderen, die als het ware de engelen dezer aarde genoemd mogen worden, al biddend medezingen met de engelen van de hemel? Ja, de maagdelijke Moeder God zal zich door die ontelbare smeekgebeden laten verbidden, en de zaak, die op het ogenblik aller hart in onrust houdt, onder hare hoede nemen. Zij zal haar goddelijke Zoon, die door zo vele en zo zware misdaden beledigd is, liefderijk tot genade stemmen, en met kalmering der woedende golven voor de zielen en christelijke rust en voor de volken de eendracht verkrijgen.

En Christus de Heer zelf, die tijdens Zijn verblijf op aarde de onschuldige jeugd met een geheel bijzondere hartelijke liefde beminde, en de apostelen, die de kleine kinderen uit Zijn armen wilden veren, terechtwees met de woorden: ”Laat de kinderen tot Mij komen … want het koninkrijk Gods is voor hen die zijn zoals zij” (Mc. 10, 14), Christus de Heer, zal Hij één gebed eerder aanvaarden dan het gebed der kinderen, die hun blanke onschuldige handjes smekend opheffen tot Hem en tot Zijn Moeder? Om de woorden van onzen voorganger Leo de Grote, onsterfelijke gedachtenis, te gebruiken: ”Christus bemint de kindsheid, die Hij eerst lichamelijk en geestelijk aannam; Christus bemint de kindsheid, die de leermeester is der nederigheid, de spiegel der onschuld, het toonbeeld der zachtmoedigheid.” Nigne PL 54, 258c Maar dan hebben wij ook het vaste vertrouwen: Als overal ter wereld, in steden en dorpen en zelfs in de meest afgelegen gehuchten, overal waar het licht het evangelie is opgegaan, in de komende maand van het Evangelie is opgegaan, in de komende maand een grote schare kinderen naar de kerken komt om te bidden: dan zal de hoop ons toelachen, dat het vuur der onderlinge vijandschap wordt uitgedoofd, dat er rust komt in de wereld en in de harten, en dat er zoo op de voorbede der maagdelijke Moeder Gods voor de volkerengemeenschap betere tijden mogen aanbreken.

Wij geven u daarom, beminde zoon, door deze brief de opdracht om op de wijze die gij het meest geschikt acht aan deze onze vaderlijke wensen en aansporingen algemene bekendheid te geven, zodat zij, op aanwijzing en onder leiding der bisschoppen, met gelukkig gevolg ten uitvoer mogen worden gebracht.
Intussen verlenen wij, opgebeurd door zoete hoop en in het vooruitzicht van de vruchten, die, naar wij vertrouwen, deze heilige wedstrijd der kinderen in het bidden zal opleveren, aan u, beminde zoon, en aan al onze kleine overdierbare kinderen, die vrijwillig en gaarne aan onze aansporing gehoor zullen geven, als onderpand der hemelse gaven en als bewijs onzer vaderlijke welwillendheid met grote liefde in den Heer den apostolische zegen.

Gegeven te Rome, bij St. Pieter, de 20e april 1939, in het eerste jaar van ons pausschap.

PAUS PIUS XII

Document

Naam: QUANDOQUIDEM
Aan de staatssecretaris, Z.E. kardinaal Maglione
Soort: Paus Pius XII - Brief
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 20 april 1939
Copyrights: © Ecclesia Docens 0120, Gooi & Sticht, Hilversum
Noten volgen nog
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam