• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

VELEN HEBBEN DE STER GEZIEN, SLECHTS WEINIGEN HEBBEN HET BEGREPEN
Epifanie 2010 - Sint Pieters basiliek

Geliefde broeders en zusters,

Vandaag dompelt het hoogfeest van Epifanie, het grote licht dat uit de grot van Betlehem straalt, door de wijzen uit het oosten heel de mensheid onder. De eerste lezing uit het boek van de profeet Jesaja en de passage uit het Evangelie van Matteüs die we zopas beluisterden, plaatsen de belofte en de vervulling ervan, naast elkaar in die spanning die typisch is wanneer men passages uit het Oude en Nieuwe Testament achter elkaar leest. Dan verschijnt voor ons het schitterende visioen van de profeet Jesaja die, na de vernederingen die hij door het volk van Israël heeft ondergaan vanwege de machtigen van deze wereld, het ogenblik ziet waarop het grote licht van God, dat schijnbaar machteloos is en niet in staat Zijn volk te beschermen, over heel de aarde zal verschijnen zodat de koningen der naties zich voor Hem zullen buigen, van alle hoeken van de aarde zullen komen en hun kostbaarste schatten aan Zijn voeten zullen neerleggen. En het hart van het volk zal trillen van vreugde.

In betrekking tot dit visioen, lijkt wat de evangelist Matteüs ons biedt, armzalig en bescheiden: het lijkt ons onmogelijk daarin de vervulling te zien van de woorden van de profeet Jesaja. Het zijn inderdaad niet de machtigen en koningen der aarde die naar Bethlehem komen, maar wijzen, onbekende personen, misschien wantrouwig bekeken, die in ieder geval geen bijzondere aandacht verdienen. De inwoners van Jeruzalem zijn op de hoogte over wat er gebeurd is maar achten het niet nodig zich moeite te geven; zelfs in Bethlehem lijkt niemand zich te bekommeren om de geboorte van dit Kind dat door de wijzen Koning van de Joden genoemd wordt of om die mannen uit het oosten die Het zijn komen bezoeken. Kort nadien, zal koning Herodes doen verstaan wie echt de macht draagt, wanneer hij de heilige familie verplicht naar Egypte te vluchten en een bewijs van zijn wreedheid levert met de moord op onschuldigen (Mt. 2, 13-18); daarbij lijkt het gebeuren met de wijzen verbleekt en vergeten. Het is dus begrijpelijk dat het hart en de ziel van de gelovigen van alle tijden meer aangetrokken worden door het visioen van de profeet dan door het sober verhaal van de evangelist, wat de uitbeeldingen van dit bezoek in onze kribben ook aantonen die kamelen, dromedarissen en machtige koningen van deze wereld laten zien die voor het Kind neerknielen en hun gaven in kostbare kistjes aan Zijn voeten neerleggen. Doch, er dient meer aandacht besteed te worden aan wat de twee teksten ons zeggen.
Wat heeft Jesaja met zijn profetische blik werkelijk gezien? Hij bemerkt in één enkel ogenblik een werkelijkheid die bestemd is om heel de geschiedenis te tekenen. Maar de gebeurtenis die Matteüs ons brengt is geen korte te verwaarlozen geschiedenis, die eindigt met de haastige terugkeer van de wijzen naar hun land. In tegendeel, het is een begin. Deze personen die uit het oosten gekomen zijn, zijn niet de laatsten maar de eersten in de grote processie van degenen die door de episodes van de geschiedenis de boodschap van de ster weten te erkennen, die de wegen kunnen gaan die aangewezen worden door de Heilige Schrift en zo Degene weten te vinden die schijnbaar zwak en kwetsbaar is doch die in tegendeel de macht heeft aan het mensenhart de grootste en diepste vreugde te geven. In Hem wordt namelijk de heerlijke werkelijkheid zichtbaar dat God ons kent en ons nabij is, dat Zijn grootheid en macht niet tot uiting komen in de logica van de wereld maar in die van een weerloos kind, wiens enige kracht die van de liefde is die zich aan ons toevertrouwt. Op de weg van de geschiedenis zijn er altijd mensen die verlicht zijn door het licht van de ster, die de weg vinden en tot bij Hem geraken. Ze doen elk op hun eigen manier, de ervaring op van de wijzen.
Zij brachten goud, wierook en mirre. Het zijn zeker geen gaven die beantwoorden aan de eerste of dagelijkse behoeften. Op dat ogenblik zal de heilige familie zeker meer nood gehad hebben aan iets anders dan wierook en mirre, zelfs goud was hun niet dadelijk van nut. Maar deze gaven hebben ook een diepe zin: ze zijn een daad van gerechtigheid. Volgens de mentaliteit die toen in het oosten heerste, vertegenwoordigen zij namelijk de erkenning van iemand als God en Koning: ze zijn dus een daad van onderwerping. Ze willen zeggen dat vanaf dat ogenblik, de schenkers aan de heerser toebehoren en dat zij Zijn autoriteit erkennen. Het gevolg dat eruit voortvloeit is onmiddellijk. De wijzen kunnen hun weg niet vervolgen, ze kunnen niet terug naar Herodes, ze kunnen niet meer met deze machtige en wrede heerser in verband gebracht worden. Ze werden voorgoed op de weg naar het Kind gezet, een weg die hun de groten en machtigen van deze wereld zal doen vergeten en die hen zal leiden naar Hem die ons tussen de armen opwacht, de weg van de liefde, de enige die de wereld kan hervormen.
De wijzen zijn dus niet alleen op weg gegaan; van toen af is iets nieuws begonnen, werd een nieuwe baan gelegd, is een nieuw licht over de wereld neergekomen dat niet gedoofd werd. Het visioen van de profeet verwezenlijkt zich, dit licht kan in de wereld niet meer ontkend worden: de mensen zullen naar dit Kind gaan en verlicht worden door de vreugde die Hij alleen kan geven. Het licht van Bethlehem blijft in heel de wereld stralen. Tot hen die het aanvaard hebben, zegt de heilige Augustinus: “Door Christus te erkennen als onze koning en priester die voor ons gestorven is, hebben ook wij Hem geëerd alsof wij goud, wierook en mirre hadden aangeboden; we moeten er alleen nog van getuigen door een andere weg in te slaan dan degene die we genomen hadden” H. Augustinus, Sermones. 202. In Epiphania Domini, 3,4.
Wanneer we dus de belofte van de profeet Jesaja gelijktijdig lezen met de vervulling ervan in het Evangelie van Matteüs, binnen de grote context van heel de geschiedenis, blijkt duidelijk dat wat ons gezegd werd en wat we in de kribbe proberen voor te stellen, geen droom is en zelfs geen ijdel spel van gevoelens en emoties die ontdaan zijn van kracht en realiteit, doch dat het de Waarheid is die in de wereld straalt, zelfs al lijkt Herodes altijd de sterkere en al lijkt het dat dit Kind kan herleid worden tot de rang van hen die van geen tel zijn of zelfs met de voeten kunnen getreden worden. Doch alleen in dit Kind manifesteert zich Gods kracht die de mensen van alle tijden verzamelt, want onder Zijn heerschappij gaan zij de weg van de liefde die de wereld omvormt. Al zijn de enkele personen van Bethlehem talrijk geworden, toch lijken de gelovigen in Jezus Christus altijd weinig talrijk. Velen hebben de ster gezien, doch slechts enkelen hebben de boodschap ervan begrepen. De kenners van de Schrift in Jezus’ tijd kenden het woord van God perfect. Zij waren in staat zonder enige moeite te zeggen wat men erin kon vinden aangaande de plaats waar de Messias moest geboren worden, maar zoals de heilige Augustinus zegt: “Maar hun is hetzelfde overkomen als mijlpalen (die de weg markeren): terwijl zij aanwijzingen geven aan mensen onderweg, zijn ze zelf onbeweeglijk gebleven” H. Augustinus, Sermones. 199. In Epiphania Domini, 1,2.
Wij kunnen ons dan afvragen: hoe komt het dat sommigen zien en vinden en anderen niet? Wat opent de ogen en het hart? Wat ontbreekt degenen die onverschillig zijn, die de weg wijzen maar niet in beweging komen? Wij kunnen antwoorden: te veel zelfvertrouwen, de pretentie de werkelijkheid volmaakt te kennen, de vermetelheid reeds een definitief oordeel over de dingen geveld te hebben maakt hun hart gesloten en ongevoelig voor het nieuwe van God. Zij zijn zeker van het beeld dat zij zich van de wereld gevormd hebben en laten zich in het diepste van zichzelf niet meer in beroering brengen door het avontuur van een God die hen wil ontmoeten. Zij stellen hun vertrouwen meer in zichzelf dan in Hem en achten het niet mogelijk dat God zo groot is dat Hij zich heel klein kan maken, dat Hij werkelijk dicht bij ons kan komen.
Wat uiteindelijk ontbreekt is ware nederigheid die zich kan onderwerpen aan wie groter is, maar ook ware moed die ertoe leidt te geloven in wat werkelijk groot is, zelfs als dit zich manifesteert in een weerloos Kind. Wat ontbreekt is de evangelische bekwaamheid om kind te zijn in zijn hart, zich te verwonderen, uit zichzelf te treden om de weg te gaan die de ster aanwijst, Gods weg. Maar de Heer heeft de macht ons te doen zien en ons te redden. Vragen wij Hem dan ons een wijs en onschuldig hart te geven, dat ons in staat stelt de ster van Zijn barmhartigheid te zien, ons op Zijn weg te begeven om Hem te vinden en ondergedompeld te worden in het grote licht en de ware vreugde die Hij in deze wereld gebracht heeft. Amen!

Document

Naam: VELEN HEBBEN DE STER GEZIEN, SLECHTS WEINIGEN HEBBEN HET BEGREPEN
Epifanie 2010 - Sint Pieters basiliek
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 6 januari 2010
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam