• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

PUER NATUS EST NOBIS
Kerstnacht 2009

Geliefde broeders en zusters,

“Een kind wordt ons geboren, een zoon wordt ons gegeven” (Jes. 9, 5). Wat Jesaja, die vanuit de verte naar de toekomst kijkt, tot Israël zegt tot troost in zijn benauwdheid en duisternis, kondigt de Engel in licht omhuld, aan de herders aan als aanwezig: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David” (Lc. 2, 11). De Heer is er. Vanaf dit ogenblik is God werkelijk “God met ons”. Hij is niet langer de verre God die door de schepping en door middel van het geweten, enigszins vanuit de verte kan opgemerkt worden. Hij is in de wereld gekomen. Hij is de Nabije. De verrezen Christus heeft het tot de Zijnen, tot ons gezegd: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28, 20). Voor u is de Verlosser geboren: wat de Engel aangekondigd heeft aan de herders, daaraan herinnert God ons vandaag door het Evangelie en zijn boodschappers. Het is nieuws dat ons niet onverschillig kan laten. Als het waar is, verandert alles. Als het waar is, gaat het ook mij aan. Dan moet ik ook tot mij zeggen, zoals de herders: ga, ik wil naar Bethlehem gaan en het Woord zien dat daar geschied is. Het Evangelie vertelt ons de geschiedenis van de herders niet zonder reden. Dezen laten ons zien hoe we op de juiste manier op deze boodschap, die ook tot ons gericht is, antwoord moeten geven. Wat zeggen ons dan deze eerste getuigen van Gods menswording?

Van herders wordt eerst en vooral gezegd dat het waakzame mensen zijn en dat de boodschap hen juist kon bereiken omdat zij waakten. Wij moeten wakker worden, want de boodschap is tot ons gekomen. Wij moeten mensen worden die werkelijk waakzaam zijn. Wat betekent dat? Het verschil tussen degene die droomt en degene die waakt bestaat vooreerst in het feit dat wie droomt, zich in een bijzondere wereld bevindt. Hij is met zijn ik in deze droomwereld opgesloten die juist alleen van hem is en hem niet met anderen in verbinding brengt. Ontwaken betekent uit deze bijzondere toestand treden en binnengaan in de gemeenschappelijke werkelijkheid, in de waarheid, de enige die ons allen verenigt. Wereldconflicten en relationele moeilijkheden komen voort uit het feit dat wij opgesloten zitten in eigenbelang en persoonlijke opinies, in onze minuscule innerlijke wereld. Egoïsme, van de groep en van het individu, maakt van ons de gevangene van onze belangen en verlangens, die tegengesteld zijn aan de waarheid en die ons van elkaar scheiden. Ontwaak, zegt het Evangelie. Kom naar buiten om binnen te gaan in de grote gemeenschappelijke waarheid, in de gemeenschap met de ene God. Ontwaken wil ook zeggen, gevoeligheid voor God ontwikkelen, voor de stille tekens waarmee Hij ons wil leiden, voor de vele aanwijzingen van Zijn aanwezigheid. Er zijn mensen die “godsdienstig beroofd zijn van een muzikaal gehoor”. De bekwaamheid om God op te merken lijkt soms een gave die sommigen niet krijgen. En inderdaad, onze manier van denken en handelen, de mentaliteit van de hedendaagse wereld, de waaier van onze vele ervaringen zijn van aard om de gevoeligheid voor God af te zwakken, om ons te “beroven van een muzikaal gehoor” voor Hem. Nochtans, in elke ziel is verborgen of openlijk, de verwachting van God, de bekwaamheid Hem te ontmoeten, aanwezig. Om deze waakzaamheid te verkrijgen, dit waken bij het wezenlijke, willen wij bidden, voor onszelf en voor de anderen, voor hen die “beroofd” lijken “van een muzikaal gehoor” en bij wie nochtans het verlangen leeft dat God zich zou manifesteren. De grote theoloog, Origenes, zei: indien ik de genade had te zien zoals Paulus zag, zou ik nu (tijdens de liturgie) een menigte engelen kunnen zien Vgl. Origenes van Alexandrië, Preken over Lucas, In Lucam Homilia. 23,9. Inderdaad, in de heilige Liturgie omgeven Gods engelen en de heiligen ons. De Heer zelf is in ons midden aanwezig. Heer, open de ogen van ons hart opdat wij waakzaam en ziende zouden worden en wij zo Uw nabijheid ook aan anderen kunnen brengen.
Keren wij terug naar het Evangelie van Kerstmis. Het vertelt ons dat de herders nadat zij de boodschap van de engel gehoord hebben, tot elkaar zeggen: “Komt, laten we naar Bethlehem gaan ... Ze haastten zich er heen” (Lc. 2,15-16). “Ze haastten zich”, zegt de Griekse tekst letterlijk. Wat hun aangekondigd was, is zo belangrijk dat zij zich onmiddellijk op weg moesten begeven. Inderdaad, hetgeen hun daar gezegd was, lag werkelijk ver boven het gewone. Het veranderde de wereld. De Verlosser is geboren. De verwachte Zoon van David is in Zijn stad ter wereld gekomen. Kon er iets belangrijker zijn? Zeker, ze werden gedreven door nieuwsgierigheid, doch bovenal door de koortsachtigheid omwille van de grote werkelijkheid die hun was meegedeeld, precies aan hen, kleinen en schijnbaar onbelangrijke mensen. Zij spoedden zich – zonder aarzelen. In ons gewone leven gaat het er zo niet aan toe. De meerderheid van de mensen beschouwen Gods zaken niet als een prioriteit; zij maken ons niet dadelijk gehaast. Ook wij zijn geneigd ze in de meeste gevallen naar later te verschuiven. Wij doen vooreerst wat hier en nu dringend lijkt. In de lijst van prioriteiten staat God dikwijls bijna op de laatste plaats. Er zal altijd wel tijd zijn – denkt men – om er zich mee bezig te houden. Het Evangelie zegt ons: God is de grootste prioriteit. Als iets in ons leven voorrang verdient, zijn dat alleen de zaken van God. Een spreuk uit H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
van de heilige Benedictus zegt: “Niets boven het werk van God (dat wil zeggen, het Goddelijk officie of de liturgie) plaatsen”. De liturgie is voor monniken de eerste prioriteit. Al het andere komt daarna. Doch dit gezegde geldt in de grond voor elke mens. God is belangrijk, Hij is absoluut de meest belangrijke realiteit in ons leven. Het is precies deze prioriteit die de herders ons leren. We willen van hen leren ons niet te laten verpletteren door alle dringende zaken van het dagelijks leven. Wij willen van hen de innerlijke vrijheid leren om de andere bezigheden– hoe belangrijk zij ook zijn – op de tweede plaats te zetten, om tot God te naderen, om Hem in ons leven en onze tijd binnen te laten. Tijd die besteed wordt aan God en vertrekkend vanuit Hem, aan onze naaste, is nooit verloren tijd. Het is de tijd waarin wij echt leven, waarin wij leven als mens.
Sommige commentatoren bemerken dat het in de eerste plaats de herders zijn, eenvoudige zielen, die naar Jezus in de kribbe gekomen zijn en die de Verlosser van de wereld konden ontmoeten. De wijzen uit het oosten, vertegenwoordigers van hen die naam en functie hebben, komen veel later. De commentatoren zeggen ook: dat spreekt vanzelf. De herders woonden namelijk ernaast. Zij hadden slechts “over te steken” Vgl. Lc. 2, 15 zoals men een korte afstand aflegt om bij de buren te komen. De wijzen daarentegen woonden ver. Zij moesten een lange en moeilijke weg afleggen om in Bethlehem te geraken. En ze hadden een gids en aanwijzing nodig. Wel ook vandaag bestaan eenvoudige en nederige zielen die dicht bij de Heer blijven. Zij zijn om zo te zeggen Zijn buren en kunnen gemakkelijk naar Hem toe gaan. Maar de meerderheid van ons, moderne mensen, leeft ver van Jezus Christus, van Hem die mens werd, van God die in ons midden is gekomen. Wij leven in reflecties, zaken en bezigheden die ons helemaal opslorpen en vanwaar de weg naar de kribbe lang is. Op vele wijzen moet God ons zonder ophouden aansporen en helpen opdat wij uit de verstrengeling van onze gedachten en engagementen zouden geraken en de weg naar Hem vinden. Maar voor iedereen is er een weg. Voor iedereen beschikt de Heer over gepaste tekens. Hij roept ons allen, opdat ook wij zouden kunnen zeggen: Komt, laten we gaan, laten we naar Bethlehem gaan – naar die God, die ons tegemoet gekomen is. Ja, God is naar ons op weg gegaan. Uit onszelf zouden we Hem niet kunnen bereiken. De weg overtreft onze krachten. Maar God is neergedaald. Hij komt ons tegemoet. Hij heeft het grootste deel van de weg afgelegd. Nu vraagt Hij ons: kom en zie hoeveel Ik van u hou. Kom en zie, Ik ben hier. “Transeamus usque Bethleem”, zegt de Latijnse Bijbel. Laten we gaan! Overtreffen we onszelf! Maken we ons op duizenden manieren reizigers naar God door innerlijk naar Hem op weg te gaan. Maar ook op heel concrete wegen – in de liturgie van de Kerk, in dienst aan de naaste, waar Christus op mij wacht.
Luisteren we nogmaals naar het Evangelie zelf. De herders vernoemden voor elkaar de reden waarom ze op weg gingen: “om te zien wat er gebeurd is”. Letterlijk zegt de Griekse tekst: “Laten we gaan kijken naar dit Woord dat daar geschied is”. Ja, dat is het nieuwe van deze nacht: het Woord kan aanschouwd worden. Omdat het vlees geworden is. Deze God van wie men geen beeld moet maken omdat ieder beeld Hem slechts kan verkleinen en zelfs misvormen, deze God is zelf gekomen, zichtbaar in Hem die Zijn ware beeld is, zoals Paulus zegt Vgl. 2 Kor. 4, 4 Vgl. Kol. 1, 15 . In de persoon van Jezus Christus, in heel Zijn leven en handelen, in Zijn dood en verrijzenis, kunnen wij het Woord van God zien en dus het mysterie van de levende God zelf. Zo is God. De engel had tot de herders gezegd: “En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe” (Lc. 2, 12) Vgl. Lc. 2, 16 . Het teken van God, het teken dat aan de herders en ons gegeven is, is geen overrompelend wonder. Het teken van God is Zijn nederigheid. Het teken van God is dat Hij zich klein maakt, kind wordt, zich laat raken en onze liefde vraagt. Hoezeer zouden wij, mensen, een ander teken verlangen, een indrukwekkend, onweerlegbaar teken van Gods macht en grootheid. Doch Zijn teken nodigt ons uit tot geloof en liefde en bijgevolg geeft het ons hoop: zo is God. Hij heeft de macht en is de goedheid. Hij nodigt ons uit op Hem te gelijken. Ja, wij gaan op God gelijken als we ons door dat teken laten vormen; als we zelf nederigheid, en aldus ware grootheid, leren; als wij geweld afwijzen en alleen toevlucht nemen tot de wapens van de waarheid en de liefde. Origenes zag, naar een uitspraak van Johannes de Doper, de essentie van het paganisme in het symbool van de steen: paganisme is een gebrek aan gevoeligheid, het betekent een hart van steen dat niet in staat is lief te hebben en Gods liefde op te merken. Origenes zegt over de heidenen: “Zonder gevoel en verstand, veranderen ze in steen en hout” Origenes van Alexandrië, Preken over Lucas, In Lucam Homilia. 22,9. Christus wil ons echter een hart van vlees geven. Wanneer wij Hem zien, de God die een Kind geworden is, gaat ons hart open. In de liturgie van de Heilige Nacht komt God als mens tot ons opdat wij echt menselijk zouden worden. Luisteren wij nogmaals naar Origines: “Inderdaad, welk nut heeft het voor u dat Christus éénmaal in het vlees gekomen is, indien Hij niet tot in uw ziel gekomen is? Laten wij bidden opdat Hij dagelijks tot ons komt en wij kunnen zeggen: ik leef, doch niet langer ik leef maar Christus leeft in mij” (Gal. 2, 20)” Origenes van Alexandrië, Preken over Lucas, In Lucam Homilia. 22,3.
Ja, daarom willen wij bidden in deze Heilige Nacht. Heer Jezus Christus, Gij die in Bethlehem geboren zijt, kom tot ons! Kom bij mij binnen, in mijn ziel. Verander mij. Vernieuw mij. Maak dat ik en wij allemaal, uit steen en hout, levende mensen worden, waarin Uw liefde aanwezig komt en de wereld verandert.

Document

Naam: PUER NATUS EST NOBIS
Kerstnacht 2009
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 december 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam