• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

JOHANNES VAN SALISBURY

Dierbare broeders en zusters,

Vandaag maken we ons klaar om de figuur te leren kennen van Johannes van Salisbury, die behoort tot één van de belangrijkste filosofische en theologische scholen van de Middeleeuwen, die van de kathedraal van Chartres in Frankrijk. Evenals de theologen over wie ik de voorbije weken gesproken heb, helpt ook hij ons begrijpen hoe het geloof, in harmonie met de juiste verzuchtingen van de rede, het denken stuwt naar de geopenbaarde waarheid, waarin het ware welzijn ligt van de mens.

Johannes werd geboren in Engeland, in Salisbury, tussen 1100 en 1120. Bij het lezen van zijn werken, vooral zijn rijke correspondentie, vernemen we de belangrijkste feiten uit zijn leven. Gedurende ongeveer 12 jaar, van 1136 tot 1148, wijdde hij zich aan de studie in de meest degelijke scholen van die tijd, waarin hij onderricht kreeg van beroemde meesters. Hij ging naar Parijs, daarna naar Chartres, het midden dat zijn opleiding het meest getekend heeft en waarvan hij zich de grote culturele openheid, interesse voor speculatieve problemen en waardering voor literatuur eigen maakte. Zoals toen dikwijls het geval was, werden de schitterendste studenten door prelaten en vorsten aangeworven om hun naaste medewerkers te worden. Dat was ook zo met Johannes van Salisbury, die door zijn grote vriend Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Bernardus van Clairvaux
17e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(21 oktober 2009)
voorgesteld werd aan Theobald, aartsbisschop van Canterbury – zetel van het primaat van Engeland – die hem graag onder zijn geestelijken opnam. Gedurende 11 jaar, van 1150 tot 1161, was Johannes van deze bejaarde aartsbisschop de secretaris en aalmoezenier. Met onvermoeibare ijver en terwijl hij zich aan de studie bleef wijden, vervulde hij een intense diplomatische activiteit, die hem een tiental keer naar Italië bracht, met als uitdrukkelijk doel te zorgen voor de relaties tussen het Koninkrijk en de Kerk van Engeland met de Paus van Rome. In die tijd was Adrianus IV, een Engelsman, trouwens paus, die een nauwe vriendschap met Johannes van Salisbury onderhield. In de jaren die volgden op de dood van Adrianus IV in 1159, ontstond in Engeland een toestand van grote spanning tussen de Kerk en het Koninkrijk. Koning Hendrik II wou namelijk zijn gezag laten gelden over het interne leven van de Kerk, door haar vrijheid te beperken. Deze positie wekte reacties op bij Johannes van Salisbury en vooral de moedige weerstand van de opvolger van Theobald op de bisschopszetel van Canterbury, de heilige Thomas Becket die om die reden in ballingschap vertrok naar Frankrijk. Johannes van Salisbury vergezelde hem en bleef in zijn dienst, terwijl hij voor verzoening bleef ijveren. In 1170, toen Johannes en Thomas Becket reeds naar Engeland waren teruggekeerd, werd deze laatste in zijn kathedraal aangevallen en gedood. Hij stierf als martelaar en werd onmiddellijk door het volk als zodanig vereerd. Johannes bleef de opvolger van Thomas eveneens trouw dienen tot hij tot bisschop van Chartres verkozen werd waar hij bleef van 1176 tot 1180, het jaar van zijn dood.
Onder de werken van Johannes van Salisbury zou ik er twee willen vermelden, die als zijn meesterwerken gelden en de elegante Griekse titels dragen “Johannes van Salisbury
Metaloghicon
Ter verdediging van de logica ()
” (Ter verdediging van de logica) en “Johannes van Salisbury
Polycraticus
De bestuursman ()
” (De bestuursman). In het eerste werk weerhoudt hij – met fijne ironie, die eigen was aan vele gecultiveerde mensen – de stelling van hen die een beperkende opvatting hadden over cultuur en ze als lege welsprekendheid, nutteloze woorden beschouwden. Johannes zingt daarentegen de lof van de cultuur, van de ware filosofie, die een ontmoeting is tussen een sterke gedachte en de communicatie, namelijk het doeltreffende woord. Hij schrijft: “Zoals welsprekendheid die niet verhelderd wordt door de rede, niet alleen vermetel is maar ook blind, zo is ook wijsheid die niet geniet van het gebruik van het woord, niet alleen zwak maar in zekere zin ook geamputeerd: zelfs indien wijsheid zonder woorden, nuttig kan zijn voor wie ze beseft, is zij zelden en van weinig nut voor de samenleving” Johannes van Salisbury, Ter verdediging van de logica, Metaloghicon. 1,1: PL 199,327. Een zeer eigentijdse les. Vandaag is wat Johannes “welsprekendheid” noemt, namelijk de mogelijkheid om te communiceren door middel van de meest uitgewerkte en verspreide instrumenten, sterk toegenomen. Nochtans blijft de noodzaak om boodschappen mee te delen die met “wijsheid” begiftigd zijn, ’t is te zeggen door waarheid, goedheid, schoonheid geïnspireerd zijn, des te groter. Het gaat om een grote verantwoordelijkheid die vooral personen treft die in het veelzijdige en complexe milieu werkzaam zijn van cultuur, communicatie en media. Het is een domein waarop men het Evangelie met missionaire kracht kan verkondigen.
In Johannes van Salisbury
Metaloghicon
Ter verdediging van de logica ()
gaat Johannes de problemen van de logica aan, die in zijn tijd veel belangstelling genoten en hij stelt zich een fundamentele vraag: wat kan het verstand van de mens kennen? tot welk punt kan het beantwoorden aan die verzuchting die in elke mens leeft, namelijk het zoeken naar de waarheid? Johannes van Salisbury neemt een gematigde positie in, gebaseerd op de leer van bepaalde verhandelingen van Aristoteles en Cicero. Volgens hem bereikt het verstand normaal een kennis die niet onbetwistbaar doch waarschijnlijk is en die men in vraag kan stellen. Dat wil zeggen dat de kennis van de mens onvolmaakt is want zij is onderworpen aan eindigheid, aan de beperkingen van de mens. Kennis kan echter groeien en zich vervolmaken door ervaring en het ontwikkelen van juiste en samenhangende redeneringen, zodat zij verbanden kan leggen tussen begrippen en werkelijkheid dank zij discussie, vergelijking en de kennis die zich van generatie op generatie verrijkt. Alleen in God is volmaakte wetenschap; zij wordt aan de mens meegedeeld, ten minste ten dele, door middel van de Openbaring die gelovig aanvaard wordt, daarom ontplooit de wetenschap van het geloof, de theologie, de mogelijkheden van het verstand en maakt zij nederige vooruitgang mogelijk in de kennis van Gods mysteries.
De gelovige en de theoloog die zich verdiepen in de schat van het geloof, staan eveneens open voor de praktische kennis die het dagelijks handelen leidt, ’t is te zeggen voor morele wetten en het beoefenen van de deugden. “Gods genadigheid”, schrijft Johannes van Salesbury, “heeft ons Zijn wet gegeven die bepaalt wat voor ons nuttig is om weten en die aanwijst wat van God mag gekend worden en wat gerechtvaardigd is te onderzoeken ... In deze wet wordt Gods wil namelijk kenbaar en duidelijk, zodat ieder van ons weet wat hij moet doen” Johannes van Salisbury, Ter verdediging van de logica, Metaloghicon. 4,41: PL 199,944-945. Volgens Johannes van Salisbury bestaat ook een objectieve en onveranderlijke waarheid, waarvan God de oorsprong is, die toegankelijk is voor het verstand en met het praktische en sociale handelen te maken heeft. Het is een natuurlijk recht waaraan de wetten van de mens en de politieke en religieuze autoriteiten zich moeten inspireren zodat zij het algemeen welzijn kunnen bevorderen. Deze natuurwet is gekenmerkt door een eigenschap die Johannes “billijkheid” noemt, dat wil zeggen dat elke mens zijn rechten toegekend worden. Daaruit volgen voorschriften die legitiem zijn bij alle volken en in geen geval kunnen afgeschaft worden. Dat is de centrale stelling in “Johannes van Salisbury
Polycraticus
De bestuursman ()
”, de verhandeling over filosofie en politieke theologie, waarin Johannes van Salisbury nadenkt over de voorwaarden waardoor besturen rechtvaardig en aanvaardbaar kunnen optreden.
Terwijl andere thema’s in dit werk te maken hebben met de historische omstandigheden waarin het geschreven werd, is het thema over het verband tussen natuurwet en positieve juridische organisatie door billijkheid, ook vandaag nog van groot belang. In onze tijd, zien wij vooral in bepaalde landen, namelijk een zorgwekkende scheiding tussen de rede, die de taak heeft de ethische waarden te ontdekken die verbonden zijn met de waardigheid van de mens, en de vrijheid die de verantwoordelijkheid heeft deze waarden te aanvaarden en te bevorderen. Misschien zou Johannes van Salisbury ons vandaag eraan herinneren dat alleen die wetten met billijkheid overeenstemmen, die het sacrale karakter van het menselijk leven beschermen en die het wettelijk toelaten van abortus, euthanasie en onverantwoorde genetische manipulatie afwijzen, wetten die de waardigheid van het huwelijk respecteren tussen man en vrouw, die zich inspireren aan een correct wereldlijk karakter van de Staat – een scheiding tussen Kerk en staat die echter altijd religieuze vrijheid waarborgt – en die subsidiariteit en solidariteit nastreven op nationaal en internationaal vlak. Als dit niet het geval is, zou zich uiteindelijk de “tirannie van de prins” vestigen, zoals Johannes van Salisbury zegt, of “de dictatuur van het relativisme”, zoals wij zeggen: een relativisme dat, zoals ik enkele jaren geleden in herinnering bracht, “niets als definitief beschouwt en het eigen ik en zijn grillen als laatste maat neemt”. Sede Vacante en Conclaaf (2005), Homilie tijdens de H. Mis ter voorbereiding op het conclaaf, Pro Eligendo Romano Pontifici (18 apr 2005), 4
In mijn laatste encycliek “Paus Benedictus XVI - Encycliek
Caritas in Veritate
Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid
(29 juni 2009)
” waarin ik mij richt tot mensen van goede wil, die zich inzetten opdat het sociale en politieke handelen nooit zou losgekoppeld worden van de objectieve waarheid over de mens en zijn waardigheid, heb ik geschreven:
“De waarheid en de liefde die deze ontsluit, kunnen niet gemaakt worden; men kan ze alleen ontvangen. Hun uiteindelijke bron is niet de mens en kan ook de mens niet zijn, maar alleen God. Dat wil zeggen, Hij die waarheid en liefde is. Dit principe is heel belangrijk voor de samenleving en voor de ontwikkeling, omdat geen van beide een zuiver menselijk product kunnen zijn. Evenzo is de roeping tot de ontwikkeling van de mensen en van de volkeren niet slechts gebaseerd op een menselijke beslissing, maar is ze gegrift in een plan dat er eerder was dan wij en ons allen een plicht voorhoudt die in vrijheid moet worden aanvaard” Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 52.
Wij moeten dit plan dat ons voorafgaat, deze waarheid over het zijn, zoeken en aanvaarden opdat rechtvaardigheid zou komen, maar wij kunnen ze slechts vinden en aanvaarden met een hart, een wil, en een verstand die gezuiverd zijn in Gods licht.

Document

Naam: JOHANNES VAN SALISBURY
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 16 december 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam