• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET GELAAT VAN DE DIENENDE CHRISTUS MEER TEGENWOORDIG STELLEN
Tijdens het bezoek aan het centrum van de Wereldraad van Kerken, Genève (Zwitserland)

Mijnheer de secretaris-generaal, dierbare broeders in Christus,

Wij hebben de grootste waardering voor uw woorden van welkom en wij danken God, dat hij ons vergunt als broeder in Christus het centrum van de Wereldraad van Kerken te bezoeken. Inderdaad, wat is de Wereldraad van Kerken anders dan een wonderbaarlijke beweging van christenen, van 'verstrooide kinderen van God' (Joh. 11, 52) die nu streven naar herstel van de eenheid? En wat kan de betekenis van onze komst hier, op de drempel van uw centrum, anders zijn dan deze, dat wij vol vreugde gehoorzaam zijn aan de verborgen kracht die krachtens het gebod en de ontferming van Christus ons ambt en onze zending draagt? Wat een gelukkige ontmoeting, wat een waarlijk profetisch ogenblik, wat een dageraad van een toekomst waarop reeds eeuwen is gewacht!

Zo zijn wij dus naar u toe gekomen. Onze naam is Petrus. En de Schrift vertelt ons, welke betekenis Christus aan deze naam heeft willen geven en welke plichten hij ons oplegt: de verantwoordelijkheden van de apostel en zijn opvolgers. Maar laat ons u tevens in herinnering mogen brengen de andere namen die de Heer aan Petrus heeft willen geven om andere charisma's aan te duiden. Petrus is mensenvisser. Petrus is herder. Voor wat ons betreft, zijn wij ervan overtuigd, dat de Heer ons, zonder enige verdienste van onze kant, de ambtsbediening heeft verleend tot opbouw van de gemeenschap. En laten we daar geen misverstand over laten bestaan, het is er niet om begonnen om ons van u los te maken, dat Hij ons dat charisma heeft verleend, en ook niet om tussen ons het wederzijds begrip, de samenwerking, de broederlijke verbondenheid en tenslotte het herstel van de eenheid uit te sluiten, maar, integendeel, om ons te binden aan het gebod en de gave van de liefde, in waarheid en nederigheid. Vgl. Ef. 4, 15 Vgl. Joh. 13, 14 En de naam Paulus welke wijzelf hebben aangenomen, geeft in voldoende mate de richting aan die wij hebben willen geven aan onze apostolische bediening.

U heeft de ontmoeting van deze namiddag in de geschiedenis van onze onderlinge betrekkingen verweven: ook wij zien in deze geste een duidelijk teken van de verbondenheid in Christus die reeds bestaat tussen alle gedoopten en in gelijke mate tussen de leden-kerken van de wereldraad en de Katholieke Kerk. De gemeenschap die momenteel bestaat tussen de kerken en christelijke gemeenschappen is - helaas! - slechts onvolmaakt; maar het is - zoals we allen geloven - de Vader vol ontferming die door zijn Geest ons leidt en ons bezielt. Hij gidst alle christenen bij hun zoeken naar de volheid van de eenheid, die Christus wil voor zijn éne en enige Kerk, opdat zij in staat is de onuitsprekelijke eenheid. van de Vader en de Zoon beter te weerspiegelen (Joh. 17, 21) en haar zending in deze wereld waarvan Jezus de Heer is beter te volbrengen: 'zodat de wereld gelove' (Joh. 17, 21).

Dat hoogste verlangen van Christus, die diepe behoefte van de gelovende en door Hem verloste mensheid houden ons voortdurend gespannen bezig en vervullen ons met gevoelens van nederigheid en van spijt ten overstaan van de verdeeldheden die er bestaan tussen de leerlingen van Christus; met het verlangen naar en de hoop op het herstel van de eenheid tussen alle christenen; met gebed en nadenkendheid ten aanzien van het mysterie van de Kerk, ertoe uitgenodigd om de openbaring, tot stand gebracht door God de Vader, door de Zoon en in de Heilige Geest, omwille van haarzelf en omwille van de wereld te weerspiegelen en er getuigenis van af te leggen. U zult begrijpen, hoezeer deze spanning voor ons op dit moment een emotioneel hoogtepunt bereikt, hetgeen ons geenszins in verwarring brengt, maar integendeel een helderder besef geeft dan ooit.

U heeft ook melding gemaakt van het bezoek dat de geliefde kardinaal Bea in februari 1965 bracht aan dit centrum en van de instelling van een gemengde werkgroep. Sinds de oprichting van die werkgroep hebben wij de bezigheden daarvan met belangstelling gevolgd en wij willen graag zonder aarzeling zeggen, hoezeer wij de ontwikkeling van die betrekkingen tussen de Katholieke Kerk en de wereldraad waarderen, de ontwikkeling van twee weliswaar van aard zeer uiteenlopende organismen, maar twee organismen waarvan de samenwerking vruchtbaar is gebleken.

In gemeenschappelijke overeenstemming met ons secretariaat voor de eenheid werden deskundige katholieke persoonlijkheden uitgenodigd om in uiteenlopende hoedanigheden deel te nemen aan uw activiteiten. De theologische bezinning over de eenheid van de Kerk, het streven naar een beter begrip ten aanzien van de betekenis van de christelijke eredienst, de diepgaande vorming van de leken, de sterkere bewustwording van onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheden en de onderlinge afstemming van onze inspanningen voor de sociale en economische ontwikkeling en voor de vrede tussen de volkeren, dat zijn enkele voorbeelden van werkterreinen waar die samenwerking vastere vormen is gaan aannemen. De mogelijkheden van een gemeenschappelijke christelijke benadering van het verschijnsel van het ongeloof, van de spanningen tussen de generaties en de betrekkingen met de niet-christelijke godsdiensten zijn eveneens onder ogen gezien.

Die betrekkingen getuigen van ons verlangen om de huidige ondernemingen 'voortgang te zien boeken, naargelang onze mogelijkheden ten aanzien van mensen en ten aanzien van benodigde middelen dat zullen toestaan. Een dergelijke ontwikkeling vraagt erom, dat op plaatselijk niveau de christenen worden voorbereid op de oecumenische dialoog en samenwerking. Is dat ook niet de reden, dat binnen de Katholieke Kerk de bevordering van de oecumenische inspanningen aan de naarstige zorgen en de wijze leiding van de bisschoppen is toevertrouwd Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 4, volgens de normen door het Vaticaans Concilie vastgesteld en nader uitgewerkt in het Oecumenisch Directorium?

Zeer zeker gaat onze eerste zorg meer uit naar de kwaliteit van die veelvormige samenwerking dan naar de simpele vermenigvuldiging van de activiteiten. 'Een ware oecumenische beweging zonder innerlijke omkeer is niet mogelijk. Want uit vernieuwing van geest Vgl. Ef. 4, 24 , zelfverloochening en onbelemmerde schenking van liefde wordt het verlangen naar eenheid geboren en tot rijpheid gebracht'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 7 De getrouwheid aan Christus en aan zijn woord, de nederigheid ten aanzien van het werk van zijn Geest in ons, de dienstbaarheid aan allen en ieder, dat zijn inderdaad de deugden die aan onze overpeinzingen en ons werk de vereiste christelijke waarde zullen geven.

Alleen dus de samenwerking van alle christenen zal de eenheid die tussen hen reeds bestaat op een levendige wijze tot uitdrukking brengen en zal het gelaat van de dienende Christus meer in het licht stellen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 12 Naar aanleiding van die groeiende samenwerking op zo, vele gebieden van gemeenschappelijk belang stelt men soms de vraag: dient de Katholieke Kerk lid te worden van de wereldraad? Wat zouden wij op dit moment op die vraag kunnen antwoorden? In alle broederlijke openhartigheid stellen we: we zijn niet de mening toegedaan, dat de kwestie van de deelneming van de Katholieke Kerk aan de wereldraad zozeer is gerijpt, dat men op die vraag een positief antwoord kan of moet geven. De vraag blijft nog rusten op het gebied van de hypothese. Zij brengt ernstige theologische en pastorale implicaties mee; zij vereist dienovereenkomstig diepgaande studies en voert ons op een pad waarvan we in alle oprechtheid moeten erkennen, dat het zeer lang en zeer moeilijk begaanbaar zou kunnen zijn. Maar dat weerhoudt ons er niet van om u te verzekeren, dat we met groot respect en diepe genegenheid naar u kijken. De wil die ons bezielt en het beginsel dat ons leidt, zullen altijd zijn het streven, vervuld van hoop en pastoraal realisme, naar de eenheid door Christus gewild.

Mijnheer de secretaris-generaal! Wij bidden de Heer om ons bij onze inspanningen om gezamenlijk onze gemeenschappelijke roeping te vervullen voortgang te laten boeken tot eer van de enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Laten wij eindigen met de woorden van Jezus zelf die ons tot conclusie en gebed zullen dienen: 'Dat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U; dat zij ook in .ons mogen zijn zodat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad ... Uw naam heb ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen' (Joh. 17, 21-23.26).

Document

Naam: HET GELAAT VAN DE DIENENDE CHRISTUS MEER TEGENWOORDIG STELLEN
Tijdens het bezoek aan het centrum van de Wereldraad van Kerken, Genève (Zwitserland)
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 10 juni 1969
Bewerkt: 29 januari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam