• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Mijn belangstelling voor de kwestie van de roepingen is u allen welbekend. Het is een steeds terugkerend thema bij mijn gesprekken met bisschoppen uit heel de wereld. Het is een van de onderwerpen waarover ik herhaaldelijk spreek bij mijn ontmoetingen met jongeren. Het is een beslissende factor voor de toekomst van de kerk bij de nadering van het begin van het derde millennium. Daarom doet het mij veel genoegen, dat u dit hebt gekozen als een van de onderwerpen waarop vandaag de nadruk moet worden gelegd. Aartsbisschop Pilarczyk heeft een 'overzicht van de bedieningswerkelijkheden van de kerk in dit land' voorgelegd, dat aspecten vermeldt die veel troost bieden aan u als bisschoppen en aspecten die een reden tot herderlijke bezorgdheid zijn. Hij vermeldt dat het belangrijk was 'over enkele van de heel positieve implicaties te spreken van de lekenroepingen, religieuze roepingen en priesterroepingen in Amerika'. Daarmee vestigde hij terecht de aandacht op de wijze waarop de Heilige Geest in uw midden werkzaam is, iets waarop wij inderdaad altijd opmerkzaam en waarvoor wij dankbaar moeten zijn. Zoals 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
eraan herinnert: 'De Geest voert de kerk naar de volle waarheid Vgl. Joh. 16, 13 en maakt haar één in de gemeenschap en de bediening ... Door de kracht van het evangelie maakt Hij de kerk steeds weer jong en vernieuwt Hij haar voortdurend en brengt haar naar de volkomen vereniging met haar Bruidegom'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4

Het is inderdaad bemoedigend op te merken dat leken in steeds groeiende aantallen betrokken zijn geraakt bij het leven van de kerk en hoe dit heeft geleid tot 'een veel grotere hoogte en verscheidenheid van bedieningen dan ooit tevoren'. De actievere deelneming van de leken aan de zending van de kerk is ongetwijfeld een welsprekend teken van de vruchtbaarheid van het Tweede Vaticaans Concilie, een teken waarvoor wij allen dankbaar zijn. En ik ben ervan overtuigd dat de aanstaande bisschoppensynode een nieuwe aanmoediging zal geven aan deze deelneming en een vaste richting voor de voortdurende groei en versterking ervan. Het is belangrijk voor onze mensen duidelijk in te zien, dat de bediening van de gewijde priester en de betrokkenheid van de leken bij de zending van de kerk niet in het minste met elkaar in strijd zijn. De een vult integendeel de ander aan. Juist zoals de priesterlijke bediening geen doel in en op zichzelf is, maar dient om de verschillende charisma's binnen de kerk te wekken en tot een eenheid te brengen, zo vervangt ook de betrokkenheid van de leken niet het priesterschap, maar ondersteunt het, bevordert het en biedt het de ruimte voor zijn eigen bijzondere dienst.

Op dit moment zou ik graag een paar opmerkingen maken over de roepingen tot het priesterschap en tot het religieuze leven.

Het onvoldoende aantal seminaristen en kandidaten voor het religieuze leven is inderdaad een reden tot herderlijke bezorgdheid voor ons allen, want wij weten dat hun openbaar getuigenis van het evangelie en hun bijzondere taken in de kerk onvervangbaar zijn. In vele delen van de wereld ondervindt de kerk, zoals aartsbisschop Pilarczyk opmerkte, dat 'de samenleving in toenemende mate geseculariseerd raakt en in toenemende mate ongastvrij voor het christelijk geloof. Vooral voor jongeren is het moeilijk de edelmoedige offers te brengen, welke de aanvaarding van de roeping van God meebrengt. Toch is het voor hen mogelijk dat te doen door de genade en met de steun van de gemeenschap. En het is juist in deze situatie, dat wij zijn geroepen te getuigen van de hoop van de kerk.

In onze pastorale zending moeten wij dikwijls een situatie beoordelen en over een gedragslijn beslissen. Wij moeten dit doen met voorzichtigheid en pastorale werkelijkheidszin. Tegelijkertijd weten wij dat er vandaag zoals altijd 'onheilsprofeten' zijn. Wij moeten hen in hun pessimisme weerstaan en voortgaan met onze inspanningen roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven te bevorderen. Bidden voor roepingen blijft de eerste manier om te slagen, daar Jezus zelf ons de opdracht naliet: 'Vraagt de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten' (Mt. 9, 38). Ik vraag u daarom het gebed voor roepingen onder heel het volk aan te moedigen, vooral onder de priesters en religieuzen zelf, maar ook in de gezinnen waar de eerste kiemen van de roepingen gewoonlijk worden gelegd, en op de scholen en bij godsdienstige vormingsprogramma's. De gebeden van bejaarden en zieken hebben een doeltreffendheid, welke niet moet worden vergeten.

Behalve gebed, moeten jongeren worden uitgenodigd. Het was Andreas die zijn broer Petrus bij de Heer bracht. Het was Filippus die Nathanaël meebracht. En hoevelen van ons en van onze priesters en religieuzen kregen de roeping van de Heer te horen door iemand anders? Uw eigen aanwezigheid onder de jongeren is een gezegend en geschikt moment deze uitnodiging tot hen te richten en de jongeren te vragen zelf voor roepingen te bidden. Afgelopen donderdag, toen ik in H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Tot priesters uit de Verenigde Staten van Amerika
Church of Saint Martha, Miami (11 september 1987)
, heb ik juist de grondslag van onze hoop benadrukt:

'Er is nog één factor meer waarmee bij de beoordeling van de toekomst van de roepingen rekening moet worden gehouden, en dat is de kracht van het paasmysterie van Christus. Als kerk van Christus zijn wij allen geroepen zijn kracht tegenover de wereld te belijden; te verkondigen dat deze bij machte is door zijn dood en verrijzenis evenzeer jongeren van deze generatie tot zich te trekken als in het verleden; te verklaren dat Hij sterk genoeg is om jongeren ook vandaag tot een leven van zelfopoffering, zuivere liefde en algemene toewijding tot het priesterschap te trekken. Wanneer wij deze waarheid belijden, wanneer wij met geloof de kracht van de Heer van de oogst verkondigen, hebben wij met recht te verwachten, dat Hij de gebeden zal inwilligen, welke Hij zelf heeft opgedragen te verrichten. Dit uur vraagt om een groot vertrouwen in Hem die de wereld heeft overwonnen'. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Church of Saint Martha, Miami, Tot priesters uit de Verenigde Staten van Amerika (11 sept 1987), 4

Ik zou u willen danken voor alles wat u doet om een degelijke vorming tot het priesterschap in de Verenigde Staten te waarborgen. De apostolische visitatie van de seminaries vgl. Archief van de Kerken 42 (1987), 25 is met edelmoedige medewerking uitgevoerd. En ik ben dankbaar voor de vele brieven die u mij hebt gezonden om uw waardering uit te spreken voor dit initiatief en mij te vertellen van de vele positieve gevolgen, welke eruit zijn voortgekomen. Tegelijkertijd zijn uw pastorale belangstelling en persoonlijke betrokkenheid bij de seminarieopleiding zaken die nooit een einde mogen nemen. Ze vormen een te centrale taak en een te belangrijke prioriteit in het leven van de kerk. De Kerk van morgen gaat door de seminaries van vandaag. Met verloop van tijd zal de pastorale verantwoordelijkheid niet langer de onze zijn. Maar momenteel is de verantwoordelijkheid de onze en ze is zwaar. De ijverige vervulling ervan is een grote daad van liefde voor de kudde.

In het bijzonder vraag ik u waakzaam te zijn, opdat de dogmatische en morele leer van de kerk getrouw en duidelijk aan de seminaristen wordt voorgehouden en door hen volledig wordt aanvaard en begrepen. Op de openingsdag van het Tweede Vaticaans Concilie, 11 oktober 1962, zei Johannes XXIII tot zijn broederbisschoppen: 'Wat voor het oecumenisch concilie van het grootste belang is, is dat het heilig erfgoed van de christelijke leer op doeltreffender wijze bewaard en verkondigd wordt'. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 20 Wat Paus Johannes van het concilie verwachtte, is ook een eerste zorg voor de priesterlijke vorming. Wij moeten waarborgen, dat onze toekomstige priesters een grondig begrip hebben van het geheel van het katholieke geloof, en vervolgens moeten wij hen voorbereiden om dit op hun beurt aan anderen voor te houden op een begrijpelijke en pastoraal gezonde wijze.

Ik kan deze gelegenheid niet voorbij laten gaan zonder nogmaals mijn erkentelijkheid uit te spreken voor het grote belang dat u hebt gesteld in het religieuze leven. Ik ben blij op te merken dat er, zoals aartsbisschop Pilarczyk heeft gezegd, 'een toenemend begrip voor en waardering van het religieuze leven bestaat van de kant van de bisschoppen en priesters, dank zij voor een groot deel de pauselijke commissie', welke in 1983 werd ingesteld. Archief van de Kerken 38 (1983,111), 2-3

Toen ik de commissie vroeg het roepingenprobleem te bestuderen, deed ik dat 'om een nieuwe groei aan te moedigen en een nieuwe stap vooruit in deze belangrijke sector van het leven van de Kerk'. Het antwoord dat u allen hebt gegeven op dit verzoek, is zeer aangenaam geweest. En ik weet, dat u met deze belangrijke inspanning door wilt gaan. Het religieuze leven is een kostbare gave van de Heer, en wij moeten de religieuzen blijven verzekeren van de genegenheid en achting van de kerk.

Er zijn vele andere kwesties, dierbare broederbisschoppen, die ons voor de geest komen, wanneer wij ons samen in dit buitengewone uur van kerkelijke gemeenschap bezinnen. Alle betreffen onze rol als herders en dagen onze apostolische liefde en ijver uit.

Vanwege het belang ervan in het leven van de kerk, sprak ik tot de H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Tot priesters uit de Verenigde Staten van Amerika
Church of Saint Martha, Miami (11 september 1987)
over de biecht en onze eigen behoefte het sacrament regelmatig te ontvangen. Ik gaf ook uitdrukking aan mijn erkentelijkheid voor hun edelmoedige zorg de biecht beschikbaar te stellen voor de gelovigen. In dit opzicht zou ik u als bisschoppen willen vragen elke inspanning te doen om te waarborgen, dat de belangrijke normen van de universele kerk met betrekking tot het gebruik van de generale absolutie in een geest van geloof worden begrepen en onderhouden. Wat dit betreft zou ik willen vragen, dat de postsynodale apostolische exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Reconciliatio et paenitentia
Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd
(2 december 1984)
het voorwerp blijft van vrome bezinning.

Ik wil u ook aanmoedigen in uw pastorale zorg voor homoseksuele personen. Deze sluit een duidelijke uiteenzetting in van de leer van de kerk, welke door haar aard niet populair is. Niettemin bevestigt uw eigen pastorale ervaring, dat de waarheid, hoe moeilijk te aanvaarden ook, genade geeft en dikwijls tot een diepe innerlijke bekering leidt. Onverschillig welk probleem individuele christenen ook hebben, en onverschillig de mate waarin zij aan de genade beantwoorden, zij zijn de liefde van de kerk en de oprechtheid van de kerk waard. Alle homoseksuelen en andere personen, die ernaar streven het evangelisch gebod van de kuisheid te vervullen, zijn bijzondere bemoediging en achting waard.
Van tijd tot tijd wordt de kwestie van de seksuele opvoeding een zaak van bezorgdheid voor katholieke ouders, vooral als het gaat om programma's welke op scholen worden gebruikt. De beginselen die dit terrein beslaan, zijn bondig maar duidelijk uiteengezet in H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
. Het eerste van deze beginselen is de noodzaak te erkennen, dat seksuele opvoeding een grondrecht en -plicht van de ouders zelf is. Zij moeten worden geholpen om in toenemende mate doeltreffender te worden in het vervullen van deze taak. Andere vormingsinstanties hebben een belangrijke rol, maar altijd op een helpende manier, met de verschuldigde ondergeschiktheid aan de rechten van de ouders.

Vele ouders zullen ongetwijfeld zijn bemoedigd door de verwijzing in de herderlijke brief van de bisschoppen van Californië, A Call to Compassion, naar een absoluut wezenlijk aspect van heel deze kwestie: 'Het herwinnen van de deugd van kuisheid' - schreven zij - 'moet een van de dringendste noodzakelijkheden zijn van de hedendaagse samenleving'. Wij mogen er niet aan twijfelen dat de katholieke kerk in de Verenigde Staten, evenals elders, is geroepen zich grotelijks in te spannen om ouders te helpen hun kinderen de verheven waarde van de zichzelf gevende liefde te leren; jongeren hebben veel steun nodig om dit fundamentele aspect van hun menselijke en christelijke roeping te beleven.

Onder uw vele pastorale verplichtingen behoort ook de noodzaak te voorzien in de geestelijke zorg voor de militairen en hun ondergeschikten. Dit doet u door middel van het militaire ordinariaat. Het functioneren van dit uitgestrekte aartsbisdom vereist de broederlijke en meegaande medewerking van alle bisschoppen om priesters toe te staan en aan te moedigen zich voor deze waardevolle bediening in te zetten. De kerk is alle aalmoezeniers erkentelijk, die het volk van God in deze bijzondere situatie met zijn speciale noden dienen.
Ik wil u op dit moment aanmoedigen, wanneer u de kerk van God op zovele terreinen tracht te begeleiden; wanneer u uw volk tracht te begeleiden bij het vervullen van zijn zending binnen de Verenigde Stalen en ver over hun grenzen. Alles wat u doet om uw volk te helpen boven zichzelf uit te rijken naar Christus in nood, is een grote kerkelijke en apostolische dienst. Mijn slotwoord gaat over onze pastorale eigenheid als bisschoppen van Jezus Christus en zijn kerk.

{...}

Document

Naam: TOT DE BISSCHOPPEN VAN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA
Kleinseminarie van Onze Lieve Vrouw van de Engelen, Los Angeles
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 september 1987
Copyrights: © 1987, Archief van Kerken jrg 42, p. 915-943
Bewerkt: 13 december 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam