• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Dierbare broeders in onze Heer Jezus Christus,

Alvorens in het kader van onze broederlijke gedachtenwisseling met antwoorden te beginnen, wil ik mijn diepe dankbaarheid jegens u uitspreken: dankbaarheid voor uw vele uitnodigingen dit pastoraal bezoek te brengen, dankbaarheid voor uw aanwezigheid hier vandaag, en dankbaarheid voor de onmetelijke hoeveelheid aan voorbereiding welke dit bezoek vereiste. Naast dit alles dank ik u voor uw dagelijkse inspanning en uw deelgenootschap met mij in het evangelie. Ik dank u in één woord voor 'uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus' (1 Tess. 1, 3).

Kard. Bernardin heeft ons een inleiding gegeven over de uiterst belangrijke werkelijkheid van de 'communio' (gemeenschap), welke het beste kader is voor ons gesprek. Als bisschoppen mogen wij nooit moe worden ons vroom op dit onderwerp te bezinnen. Daar, zoals de buitengewone zitting van de bisschoppensynode in 1985 aangaf, 'de kerkleer (ecclesiologie) van de gemeenschap het centrale en fundamentele begrip is in de documenten van het concilie' Bisschoppensynodes, In Gods Woord viert de Kerk de mysteries van Christus voor het heil van de wereld - Eindrapport van de 2e Buitengewone Bisschoppensynode: 20 jaar na de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie, Ecclesia sub Verbo Dei mysteria Christi celebrans pro salute mundi (7 dec 1985), 18, volgt daaruit dat wij telkens weer naar deze zelfde documenten moeten teruggrijpen om doordrongen te worden van de diepe theologische visie op de kerk, welke de Heilige Geest ons voor ogen stelt en welke de grondslag vormt voor alle pastorale bediening op de pelgrimstocht van de kerk door de menselijke geschiedenis.

Het programma van onze collegiale bediening kan geen ander zijn dan heel de rijkdom van het zelfverstaan van de kerk, welke door de Heilige Geest aan de geloofsgemeenschap werd geschonken in de viering van het Tweede Vaticaans Concilie, vrij te geven in de levensstroom van het kerkelijk leven. De vernieuwing van het katholieke leven waartoe het concilie opriep, moet niet op de eerste plaats worden afgemeten vanuit het oogpunt van de innerlijke structuren, maar aan een dieper verstaan en daadwerkelijker toepassing van de kernvisie op haar aard en zending, welke het concilie de kerk bood aan het einde van het tweede millennium van het christelijke tijdperk. Die vernieuwing hangt af van de wijze waarop de fundamentele inzichten van het concilie authentiek worden opgenomen in iedere particuliere kerk en in de universele kerk.

In het middelpunt van het zelfverstaan van de kerk staat het begrip communio: op de eerste plaats een door de genade delen in het leven van de Vader dat ons door Christus en in de Heilige Geest is gegeven. 'In Hem' - in Christus - 'heeft God ons uitverkoren voor de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht' (Ef. 1, 4). Deze gemeenschap heeft haar oorsprong in een goddelijke roeping, het eeuwig raadsbesluit dat ons heeft voorbestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van de Zoon Vgl. Rom. 8, 28-30 . Ze is verwezenlijkt door de sacramentele vereniging met Christus en door de organische deelneming in alles wat de goddelijke en menselijke werkelijkheid vormt van de kerk, het lichaam van Christus, welke de eeuwen omspant en in de wereld is gezonden om alle mensen zonder onderscheid te omvatten.

Het is duidelijk dat in de decennia sinds het concilie deze 'verticale dimensie' van de kerkelijke gemeenschap minder diep is ervaren door velen die, aan de andere kant, een levendig besef hebben van haar 'horizontale dimensie'. Tenzij evenwel de hele christelijke gemeenschap een scherp bewustzijn heeft van de wonderbare en volkomen gratuïete uitstorting van 'de goedheid en de mensenliefde van God, onze Heiland', die ons heeft gered 'niet op grond van de werken der gerechtigheid die wij verrichtten, maar louter uit barmhartigheid' (Tit. 3, 4-5), zal de hele ordening van het leven van de kerk en de uitoefening van haar zending als dienst aan de mensenfamilie radicaal worden verzwakt en nooit het door het concilie bedoelde niveau bereiken.

Het kerkelijk lichaam is gezond naarmate de genade van Christus, uitgestort door de Heilige Geest, door de ledematen wordt aanvaard. Onze pastorale inspanningen zijn uiteindelijk vruchtbaar, wanneer het volk van God - wij bisschoppen met de geestelijken, religieuzen en leken - tot Christus wordt gebracht, groeit in geloof, hoop en liefde, en authentieke getuige wordt van de liefde van God in een wereld welke een herschepping nodig heeft.

Kard. Bernardin heeft zeer terecht verklaard, dat juist zoals er maar één geloof, één Heer, één doopsel is, er zo ook maar één trouw kan bestaan aan het woord van God, dat onafgebroken in de kerk wordt verkondigd en dat is toevertrouwd aan het bisschoppencollege met de paus als zijn zichtbare hoofd en eeuwigdurende bron van eenheid. Het woord van God, dat de kracht van God is om allen die geloven tot het heil te brengen Vgl. Rom. 1, 16 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 17, is volledig geopenbaard in het paasmysterie van de dood en verrijzenis van Jezus Christus. Dit paasmysterie brengt een heil tot stand dat transcendent is en eeuwig: 'Hij is voor ons gestorven, opdat wij ... met Hem verenigd zouden leven' (1 Tess. 5, 10). Het is daarom de taak van de kerk om, terwijl zij op alle mogelijke manieren haar dienst aan de mensenfamilie in al haar noden tracht te vergroten, de oproep van Christus tot bekering te prediken en de verlossing in zijn bloed te verkondigen.

De 'verticale dimensie' van de kerkelijke gemeenschap is van diepe betekenis om de verhouding van de particuliere kerken tot de universele kerk te verstaan. Het is van belang een louter sociologische kijk op deze verhouding te vermijden. 'In en door hen (de particuliere kerken) bestaat de éne en enige katholieke kerk' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23, maar deze universele kerk mag niet worden begrepen als de som van particuliere kerken, of als een federatie van particuliere kerken.

In de viering van de eucharistie treden deze beginselen volledig op de voorgrond. Want zoals het conciliedocument over de liturgie vermeldt: 'De kerk wordt het meest zichtbaar in het voltallig en actief deelnemen van heel het heilige volk van God aan dezelfde liturgische vieringen, vooral aan dezelfde eucharistie, aan het éne gebed, aan het éne altaar met aan het hoofd de bisschop, omringd door zijn priesterschaar en zijn altaardienaren'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 41 Overal waar een gemeenschap bijeenkomt rond het altaar onder leiding van de bediening van de bisschop, daar is Christus aanwezig en daar is, vanwege Christus, de éne, heilige, katholieke en apostolische kerk samen vergaderd. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 26

De katholieke kerk bestaat zelf in elke particuliere kerk, welke alleen werkelijk volledig kan zijn door daadwerkelijke gemeenschap in geloof, sacramenten en eenheid met het hele lichaam van Christus. Vorig jaar november behandelde ik in mijn brief aan u tijdens uw bijeenkomst in Washington nogal uitvoerig dit aspect van de gemeenschap. Toen schreef ik:

'Het hele mysterie van de kerk zet ons aan te erkennen, dat de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk aanwezig is in elke particuliere kerk over heel de wereld. En daar de opvolger van Petrus voor heel de kerk is aangesteld als herder en als plaatsbekleder van Christus 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 22, zijn alle particuliere kerken - juist omdat zij katholiek zijn, juist omdat zij in zichzelf het mysterie van de universele kerk belichamen - geroepen in gemeenschap met hem te leven.'

Onze eigen verhouding van kerkelijke gemeenschap - collegialitas effectiva et affectiva - wordt in hetzelfde mysterie van de kerk ontdekt. Juist omdat u herders bent van particuliere kerken, waarin de volheid van de universele kerk bestaat, bent u, en moet u altijd zijn, in volle gemeenschap met de opvolger van Petrus. Uw bediening erkennen als

'plaatsvervangers en afgezanten van Christus' voor uw particuliere kerken 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 20, is des te duidelijker de bediening begrijpen van de zetel van Petrus, welke 'het voorzitterschap over heel de liefdesgemeenschap waarneemt, de rechtmatige verscheidenheid beschermt en er tevens voor zorgt, dat het bijzondere de eenheid niet zou schaden, maar veeleer bevorderen'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13' H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de Bisschoppen van de Verenigde Staten (4 nov 1986), 1

In dit perspectief moeten wij ook de bediening van de opvolger van Petrus niet alleen als een 'globale' dienst zien, welke elke particuliere kerk als het ware van de 'buitenkant' bereikt, maar als iets dat reeds van 'binnenuit' tot het wezen van elke particuliere kerk behoort. Juist omdat deze verhouding van kerkelijke gemeenschap - onze effectieve en affectieve collegialiteit - zo'n innerlijk deel is van de structuur van het leven van de kerk, vereist de uitoefening ervan dat elk en iedereen van ons volmaakt één van geest en hart is met de wil van Christus ten aanzien van onze verschillende taken in het bisschoppencollege. Het concilie nam de moeite om niet alleen deze taken te formuleren, maar om ook de uitoefening van het gezag in de kerk in het juiste perspectief ervan te plaatsen, hetgeen juist het perspectief van de communio is. Ook in dit opzicht was het concilie - naar de woorden van de buitengewone synode - 'een wettige en waarachtige uitdrukking en interpretatie van de geloofsschat zoals deze in de Heilige Schrift en in de levende traditie van de kerk vervat ligt'. Bisschoppensynodes, In Gods Woord viert de Kerk de mysteries van Christus voor het heil van de wereld - Eindrapport van de 2e Buitengewone Bisschoppensynode: 20 jaar na de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie, Ecclesia sub Verbo Dei mysteria Christi celebrans pro salute mundi (7 dec 1985), 2

Zoals ik u H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Aan de Bisschoppen van de Verenigde Staten (4 november 1986)
ook schreef, heb ik getracht mijn taak als opvolger van Petrus te vervullen in een geest van broederlijke solidariteit met u. Ik wens slechts alle bisschoppen van de wereld van dienst te zijn, en - in gehoorzaamheid aan mijn specifieke verantwoordelijkheid in dienst van de eenheid en universaliteit van de kerk - hen in hun eigen collegiale bediening te versterken. Ik ben in deze taak altijd grotelijks bemoedigd geweest door uw broederlijke steun en uw deelgenootschap in het evangelie, waarvoor ik u nogmaals mijn diepe dankbaarheid uitspreek. Het is voor de kerk van groot belang, dat wij in de volle kracht van de gemeenschap van de kerk samen Jezus Christus blijven verkondigen en zijn evangelie. Op deze wijze beleven wij zelf als opvolgers van de apostelen tenvolle het mysterie van de kerkelijke gemeenschap. Tegelijkertijd stellen wij door onze bediening de gelovigen in staat steeds dieper binnen te treden in het gemeenschapsleven van de kerk met de allerheiligste Drie-enheid.

Document

Naam: TOT DE BISSCHOPPEN VAN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA
Kleinseminarie van Onze Lieve Vrouw van de Engelen, Los Angeles
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 september 1987
Copyrights: © 1987, Archief van Kerken jrg 42, p. 915-943
Bewerkt: 13 december 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam