• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HUGO EN RICHARD VAN ST. VICTOR

Geliefde broeders en zusters,

Tijdens de woensdagaudiënties stel ik bepaalde personen tot voorbeeld van geloof die zich geëngageerd hebben om de overeenstemming aan te tonen tussen rede en geloof en door hun leven te getuigen van de Evangelische boodschap. Vandaag wil ik u spreken over Hugo en Richard van Sint-Victor. Beiden behoren tot het getal van filosofen en theologen die gekend zijn onder de naam “Victorianen”, omdat zij leefden en onderricht gaven in de Sint-Victorabdij in Parijs, in het begin van de XIIe eeuw, abdij die gesticht is door Willem van Champeaux. Willem was zelf een befaamd leraar die een degelijke culturele identiteit aan zijn abdij kon geven. In Sint-Victor werd namelijk een school opgericht voor de opleiding van de monniken, die ook openstond voor externe studenten en waar een geslaagde synthese tot stand kwam tussen de twee manieren om aan theologie te doen - daarover heb ik in voorgaande catecheses reeds gesproken: namelijk de monastieke theologie, eerder gericht op de contemplatie van de geloofsmysteries in de Schrift en de scholastische theologie die van de rede gebruikt maakt in een poging om deze mysteries te onderzoeken aan de hand van vernieuwende methodes, om een theologisch systeem te creëren.

Hugo van St. Victor
Over het leven van Hugo van Sint-Victor weten we weinig. Datum en plaats van zijn geboorte zijn onzeker: misschien in Saksen of Vlaanderen. Men weet dat hij na zijn aankomst in Parijs – de Europese culturele hoofdstad in die tijd – de rest van zijn leven doorbracht in de abdij van Sint-Victor waar hij eerst leerling was, daarna leraar. Reeds vóór zijn dood in 1141, genoot hij aanzien en bekendheid, zodanig dat hij “een tweede heilige Augustinus” genoemd werd: zoals Augustinus heeft hij namelijk veel gemediteerd over de band tussen geloof en rede, tussen profane wetenschappen en theologie. Volgens Hugo van Sint-Victor zijn alle wetenschappen niet alleen nuttig voor het begrijpen van de Schriften maar hebben zij een waarde in zich en moeten ze ontwikkeld worden om de kennis van de mens te verruimen en te beantwoorden aan zijn dorst naar kennis van de waarheid. Deze gezonde intellectuele nieuwsgierigheid bracht hem ertoe zijn leerlingen aan te raden het verlangen naar kennis nooit te beknotten en in zijn verhandeling over de methodologie van het kennen en pedagogie, die de betekenisvolle titel “Didascalion (“Over het onderricht”) draagt, gaf hij de raad: “Leer graag van iedereen wat ge niet weet. De geleerdste van allen is degene die van iedereen iets wil geleerd hebben. Wie van iedereen iets ontvangt, is uiteindelijk de rijkste van allen” Hugo van Sint Victor, Over het onderricht, Didascalicon de studio legendi. 3-14: PL 176, 774.
De wetenschap waar de genoemde Victoriaanse filosofen en theologen zich mee bezig houden, is vooral de theologie, die bovenal een liefdevolle studie vereist van de Heilige Schriften. Om God te kennen kan men inderdaad alleen uitgaan van wat God zelf in de Schriften heeft willen openbaren. In die zin is Hugo van Sint-Victor een typisch vertegenwoordiger van de monastieke theologie, volledig op Bijbelexegese gebaseerd. Om de Schriften te interpreteren stelt hij de traditionele patristische en middeleeuwse opbouw voor, namelijk vooreerst de historische en letterlijke betekenis, vervolgens de allegorische en anagogische betekenis en tenslotte de morele betekenis. Het betreft de vier dimensies van de betekenis van de Schrift, die vandaag nog herontdekt worden en die te zien geven dat in de tekst en het aangeboden verhaal een diepere aanwijzing verborgen ligt: de lijn van het geloof, die ons naar omhoog voert en op deze aarde leidt door ons te leren hoe we moeten leven. Doch, met alle respect voor deze vier dimensies van de betekenis van de Schrift en dit op een originele manier ten overstaan van zijn tijdgenoten, benadrukt hij – en dat is nieuw – het belang van de historische en letterlijke betekenis. Met andere woorden, vooraleer de symbolische waarde, de diepste dimensies van de Bijbeltekst te ontdekken, dient men de betekenis te kennen en onderzoeken van de geschiedenis die in de Schrift verhaald wordt: zo niet – zo waarschuwt hij aan de hand van een doeltreffende vergelijking – loopt men het risico zoals geleerden in grammatica te zijn die het alfabet niet kennen. Voor wie de zin van de geschiedenis kent die in de Bijbel beschreven wordt, lijken menselijke gebeurtenissen getekend te zijn door de Goddelijke voorzienigheid, volgens een wel geordend plan. Zo is voor Hugo van Sint-Victor de geschiedenis niet het resultaat van een blind noodlot of zinloos toeval, zoals zou kunnen schijnen. In tegendeel, in de mensengeschiedenis is de Heilige Geest aan het werk, die een heerlijke dialoog tot stand brengt van de mensen met God, hun vriend. Deze theologische visie op de geschiedenis belicht de verrassende en heilzame tussenkomst van God, die werkelijk in de geschiedenis binnentreedt en handelt, bijna aan onze geschiedenis deelneemt doch daarbij altijd met behoud van en respect voor de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens.
Voor onze schrijver maakt de studie van de Heilige Schrift en van zijn historische en letterlijke betekenis ware theologie mogelijk, namelijk een systematische verduidelijking van de waarheden, kennis van hun structuur, een verheldering van de geloofsdogma’s, waarvan hij een ernstige synthese biedt in de verhandeling “Hugo van Sint Victor
De Sacramentis christianae fidei
De sacramenten van het christelijk geloof ()
” (“De sacramenten van het christelijk geloof”); daarin staat onder meer een definitie van “sacrament” die later door andere theologen vervolmaakt wordt en ideeën bevat die ook vandaag zeer interessant zijn. “Het sacrament”, schrijft hij, “is een lichamelijk of stoffelijk element dat op een uitwendige en zintuiglijke manier aangeboden wordt en door zijn gelijkenis een onzichtbare en geestelijke waarde uitbeeldt en betekent, want met dat doel werd het ingesteld; het element bevat deze waarde want het is bekwaam te heiligen” Hugo van Sint Victor, De sacramenten van het christelijk geloof, De Sacramentis christianae fidei. 9,2: PL 176,317. Enerzijds is er de zichtbaarheid van het symbool, de lichamelijkheid van Gods gave, waarin zich anderzijds de Goddelijke genade die uit een geschiedenis komt, echter verbergt: Jezus Christus heeft zelf de fundamentele symbolen geschapen. Volgens Hugo van Sint-Victor dragen dus drie elementen bij om een sacrament te bepalen: de instelling door Christus, het meedelen van de genade, en de analogie tussen het zichtbare, stoffelijke element en het onzichtbare element die Gods gaven zijn. Het is een visie die nauw verwant is met de hedendaagse gevoeligheid, want de sacramenten worden voorgesteld in een taal die bestaat uit symbolen en beelden die het hart van de mensen onmiddellijk kunnen aanspreken. Ook vandaag is het belangrijk dat liturgische animatoren, priesters in het bijzonder, tekenen die eigen zijn aan de sacramentele riten - deze zichtbaarheid en tastbaarheid van de genade – met pastorale wijsheid tot hun recht laten komen door aandacht te geven aan de catechese daarover, opdat elke viering van de sacramenten door alle gelovigen met devotie, innigheid en spirituele vreugde zou beleefd worden.
Richard van Sint Victor
Richard, afkomstig uit Schotland, is een waardig volgeling van Hugo van Sint-Victor. Hij was prior van de Sint-Victorabdij van 1162 tot 1173, het jaar waarin hij stierf. Richard schrijft natuurlijk ook een fundamentele rol toe aan de studie van de Bijbel, doch in tegenstelling tot zijn leraar, geeft hij een bevoorrechte plaats aan de allegorische betekenis, de symbolische betekenis van de Schrift waarmee hij bijvoorbeeld de oudtestamentische figuur van Benjamin, zoon van Jakob, interpreteert als symbool van contemplatie en hoogtepunt van geestelijk leven. Richard behandelt dit thema in twee teksten, “Richard van Sint Victor
Benjamin minor ()
” (“De kleinere Benjamin”) en “Richard van Sint Victor
Benjamin major ()
” (“De grotere Benjamin”), waarin hij de gelovigen een geestelijke weg aanbiedt die vooreerst uitnodigt tot het beoefenen van de verschillende deugden, door gevoelens en innerlijke affectieve en emotionele bewegingen met de rede te leren beheersen en ordenen. Pas wanneer de mens op dat vlak evenwicht en menselijke rijpheid bereikt, is hij klaar om toegang te krijgen tot de contemplatie, door Richard “een diepe en zuivere blik van de ziel” genoemd, “uitgestort over de heerlijkheden van de wijsheid, gepaard gaande met een extatisch gevoel van verwondering en bewondering” Richard van Sint Victor, Benjamin minor. 1,4: PL 196, 67.
Contemplatie is dus het punt van aankomst, het resultaat van een moeilijke weg, die de dialoog tussen geloof en rede bevat, dat wil – nogmaals – zeggen een theologisch gesprek. Theologie vertrekt van waarheden die het voorwerp zijn van geloof, maar probeert ze met de rede te onderzoeken, die zich de gave van het geloof toeëigent. Het gebruik van de rede om het geloof te begrijpen wordt op overtuigende manier toegepast in Richards hoofdwerk, één van de grote boeken van de geschiedenis, “Paus Pius II - Brief
Triumphans Pastor (22 april 1459)
” (“De Drie-eenheid”). In de zes boeken die het samenstellen, denkt hij diep na over het mysterie van de drie-ene God. Omdat God liefde is, omvat de ene Goddelijke substantie communicatie, offergave en liefde tussen twee Personen, de Vader en de Zoon, tussen wie een eeuwige liefdesuitwisseling bestaat, aldus onze auteur. Maar de volmaaktheid van geluk en goedheid laat geen exclusiviteit en afsluiting toe; zij vraagt integendeel de eeuwige aanwezigheid van een derde Persoon, de Heilige Geest. De trinitaire liefde is deelnemend, eensgezind en bezit een overvloed aan zaligheid, het genieten van onophoudelijke vreugde. Dit wil zeggen dat Richard veronderstelt dat God liefde is, hij analyseert de essentie van de liefde die besloten ligt in de werkelijkheid die de liefde is en komt zo tot de Drie-eenheid van de Personen, die werkelijk de logische uitdrukking is van het feit dat God liefde is.
Richard beseft echter dat liefde, alhoewel zij ons de essentie van God openbaart, ons het mysterie van de Drie-eenheid doet begrijpen, echter toch een analogie is om te spreken over een mysterie dat de menselijke geest overstijgt en als de mystieke dichter die hij is, neemt hij ook toevlucht tot andere beelden. Hij vergelijkt de Godheid bijvoorbeeld met een stroom, een golf van liefde die opwelt uit de Vader, die naar de Zoon vloeit en van Hem wegvloeit, om vervolgens gelukkig uitgestort te worden in de Heilige Geest.

Geliefde vrienden, schrijvers zoals Hugo en Richard van Sint-Victor verheffen onze ziel tot het schouwen van Goddelijke werkelijkheden. Tegelijk fundeert en steunt de immense vreugde die de gedachte, bewondering en lof van de Allerheiligste Drie-eenheid opwekken, het concrete engagement ons te inspireren aan dit volmaakte model van gemeenschap in de liefde om aan onze relaties van elke dag te werken. De Drie-eenheid is werkelijk volmaakte gemeenschap! Hoe zou de wereld veranderen indien in de gezinnen, parochies en iedere andere gemeenschap relaties steeds beleefd werden naar het voorbeeld van de drie Goddelijke Personen, waarbinnen ieder niet alleen met de andere leeft, maar voor en in de ander! Enkele maanden geleden herinnerde ik u in het Angelus: “Alleen liefde maakt ons gelukkig omdat wij in relatie leven en leven om te beminnen en bemind te worden” Paus Benedictus XVI, Angelus/Regina Caeli, Op het Hoogfeest van de H. Drie-Eenheid - Sint Pietersplein, De mens draagt in zijn ‘genoom’ de diepe afdruk van de Drie-Eenheid (7 juni 2009), 3. “L’Osservatore Romano”, 8-9 juni 2009), p. 1. Het is de liefde die dit onophoudelijke wonder voltrekt: zoals in het leven van de Allerheiligste Drie-eenheid, komt de veelheid opnieuw tot de eenheid waar alles welwillendheid is en vreugde. Met de heilige Augustinus, die bij de Victorianen hoog in aanzien stond, kunnen ook wij uitroepen: “Vides Trinitatem, si caritatem vides” – “geschouwt de Drie-eenheid, als ge liefde zietH. Augustinus, Over de Drie-eenheid, De Trinitate. VIII 8,12.

Document

Naam: HUGO EN RICHARD VAN ST. VICTOR
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 november 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 28 mei 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam