• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET PENNINGSKE VAN DE WEDUWE
Paus Paulus VI Plein, Brescia

Geliefde broeders en zusters,

Het is voor mij een grote vreugde met u het brood van Gods Woord en van de Eucharistie te kunnen delen, hier in het hart van het bisdom Brescia waar de Dienaar Gods Giovanni Battista Montini, Paus Paulus VI, geboren is en zijn schoolopleiding genoot.

(...)

In het midden van de liturgie van het woord vinden wij op deze zondag – de 32e zondag door het jaar – het personage van een arme weduwe of beter gezegd, het gebaar dat zij verricht door in de schatkist van de Tempel de laatste geldstukken te werpen die haar nog resten. Een gebaar dat, dank zij Jezus’ aandachtige blik, spreekwoordelijk geworden is: “het penningske van de weduwe” is inderdaad synoniem van de edelmoedigheid van wie zonder voorbehoud het beetje geeft dat hij bezit. Maar vooreerst zou ik het belang willen onderlijnen van het milieu waar zich deze episode uit het Evangelie afspeelt, namelijk de Tempel van Jeruzalem, het godsdienstige centrum van het volk van Israël en het hart van heel zijn leven. De Tempel is de plaats voor de openbare en plechtige cultus maar ook de bedevaartplaats, de plaats van traditionele riten en discussies onder rabbijnen, zoals degene die in het Evangelie vermeld worden tussen Jezus en de rabbijnen uit die tijd en waarin Jezus echter onderricht geeft met bijzonder gezag, het gezag van de Zoon van God. Zoals we allemaal gehoord hebben spreekt Hij strenge oordelen uit aan het adres van de schriftgeleerden omwille van hun schijnheiligheid: inderdaad, terwijl zij met veel vertoon een grote religiositeit demonstreren, buiten zij arme mensen ut door hun verplichtingen op te leggen die zij zelf niet onderhouden. Jezus toont wel grote genegenheid voor de Tempel die een huis van gebed is, maar het is precies om die reden dat Hij het wil uitzuiveren van ongepaste gebruiken en meer nog de diepste betekenis ervan wil onthullen die verband houdt met de vervulling van het mysterie van Zijn dood en verrijzenis waarin Hijzelf de nieuwe en definitieve Tempel wordt, de plaats waar God en de mens, de Schepper en Zijn schepsel elkaar ontmoeten.
Het verhaal van het penningske van de weduwe is in deze context geschreven en brengt ons ertoe, doorheen de blik van Jezus zelf, onze aandacht te vestigen op een vluchtig maar beslissend detail: het gebaar van een weduwe, zeer arm, die in de schatkist van de Tempel twee kleine geldstukjes werpt. Ook tot ons zegt Jezus zoals op die dag tot Zijn leerlingen: let op! kijk goed naar wat die weduwe doet want het bevat een grote les; namelijk de fundamentele eigenschap van hen die de “levende stenen” van de nieuwe Tempel zijn, namelijk de totale zelfgave aan de Heer en zijn naaste; de weduwe uit het Evangelie geeft zoals de weduwe uit het Oude Testament, alles, zij geeft zichzelf en legt zich in Gods handen, voor de anderen. Dat is de eeuwige betekenis van de offergave van de arme weduwe die Jezus roemt want zij heeft meer geofferd dan de rijken die slechts een deel van hun overvloed gegeven hebben, terwijl zij alles gaf waar ze van leven moest Vgl. Mc. 12, 44 ; zo heeft zij zichzelf gegeven.
Geliefde vrienden, uitgaande van deze evangelische icoon, zou ik kort willen mediteren over het mysterie van de Kerk, de levende Tempel van God, en zo eer betuigen aan de gedachtenis van de grote Paus Paulus VI, die zijn hele leven aan de Kerk heeft gewijd. De Kerk is een concreet geestelijk organisme dat in ruimte en tijd het offer van Gods Zoon verlengt, een offer dat schijnbaar onbelangrijk is, vergeleken met de dimensies van de wereld en de geschiedenis, maar doorslaggevend in Gods ogen. Zoals staat in de Brief aan de Hebreeën – ook in de tekst die wij beluisterd hebben – is het offer van Jezus, dat slechts één keer aangeboden werd, voor God voldoende om de hele wereld te redden Vgl. Hebr. 9, 26.28 omdat in deze unieke offergave heel de liefde geconcentreerd is van Gods Zoon die mens geworden is, zoals in het gebaar van de weduwe heel de liefde geconcentreerd is van deze vrouw voor God en haar broeders: niets ontbreekt en niets zou er kunnen aan toegevoegd worden. De Kerk die onophoudelijk uit de Eucharistie geboren wordt, uit Jezus’ zelfgave, is de voortzetting van deze gave, van deze overvloed die zich in armoede uitdrukt, van alles dat zich geeft in een fragment. Het is het Lichaam van Christus dat zich geheel geeft, als gebroken en gegeven Lichaam, in constante gehechtheid aan de wil van haar Hoofd. Ik ben gelukkig dat u zich momenteel verdiept in de Eucharistische natuur van de Kerk, begeleid door de Pastorale Brief van uw bisschop.
Dat is de Kerk die de Dienaar Gods, Paulus VI, met geestdriftige liefde bemind heeft en die hij met al zijn krachten wou doen begrijpen en beminnen. Herlezen we zijn “Gedachten over de dood”, op het ogenblik dat hij in het besluit spreekt over de Kerk. “Ik zou kunnen zeggen dat ik haar altijd bemind heb ... voor haar en voor niets anders, lijk ik geleefd te hebben. Maar ik zou willen dat de Kerk het weet”. Het zijn accenten van een kloppend hart en hij vervolgt: “Ik zou haar tenslotte helemaal willen begrijpen, in haar geschiedenis, Goddelijk plan, uiteindelijke bestemming, complexe, totale en naar eenheid strevende samenstelling, in haar menselijke en onvolmaakte consistentie, tragedies en lijden, zwakheden en ongelukken van zovele van haar kinderen, in haar minder sympathieke aspecten en constante inspanning voor trouw, liefde, volmaaktheid en naastenliefde. Het mystiek Lichaam van Christus. Ik zou het willen omhelzen, begroeten, beminnen, in alle mensen waaruit het is samengesteld, in iedere bisschop en priester die het helpen en leiden, in alle zielen die erin leven en het illustreren; ik zou het willen zegenen”. En zijn laatste woorden zijn voor haar zoals voor de bruid van een gans leven: “En tot de Kerk, aan wie ik alles te danken heb en die de mijne was, wat zal ik zeggen? Gods zegen over u; besef uw natuur en uw zending; voel de ware en diepe noden van de mensheid aan; en wandel in armoede, dat wil zeggen in vrijheid, in de kracht en de liefde voor Christus”.
Wat kan men toevoegen aan woorden die zo verheven en innig zijn? Ik zou alleen deze laatste visie op de “arme en vrije” Kerk willen onderlijnen, die doet denken aan de figuur uit het Evangelie, aan de weduwe. Zo moet de kerkgemeenschap zijn om tot de hedendaagse mensheid te kunnen spreken. De ontmoeting en dialoog van de Kerk met de mensheid van onze tijd was Giovanni Battista Montini bijzonder dierbaar in alle periodes van zijn leven, vanaf zijn eerste priesterjaren tot aan zijn pontificaat. Hij heeft al zijn energie besteed ten dienste van een Kerk die zo veel mogelijk lijkt op haar Heer Jezus Christus, zodat de hedendaagse mens Christus kan ontmoeten wanneer hij haar ontmoet, want hij heeft absoluut nodig. Dat is de basisverzuchting van het Tweede Vaticaans Concilie waaraan de overweging van Paus Paulus VI over de Kerk beantwoordt. Hij wou in de vorm van een programma meerdere belangrijke punten daarover behandelen in zijn eerste encycliek “H. Paus Paulus VI - Encycliek
Ecclesiam Suam
Over de Kerk
(6 augustus 1964)
”, van 6 augustus 1964, toen de conciliaire Constituties “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
” en “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
” het licht nog niet gezien hadden.
Met deze eerste encycliek had de Paus zich voorgenomen aan iedereen het belang uit te leggen van de Kerk voor het heil van de mensheid en tegelijk van de vereiste dat een relatie van wederzijdse kennis en liefde tot stand komt tussen de kerkgemeenschap en de samenleving (cfr. “Enchiridion Vaticanum”, 2, p. 199, nr. 164). “Bewustzijn”, “vernieuwing”, “dialoog”: dat zijn de drie woorden die Paulus VI koos om zijn dominerende “gedachten” uit te drukken – zoals hij ze noemde – toen hij het Petrusambt op zich nam, en zij hebben alle drie betrekking op de Kerk. Er is vooreerst de vereiste dat zij haar zelfbewustzijn verdiept: oorsprong, natuur, zending, uiteindelijke bestemming; in de tweede plaats, haar behoefte om zich te vernieuwen en uit te zuiveren door te kijken naar het voorbeeld dat Christus is; tenslotte het probleem van haar betrekkingen met de moderne wereld (cfr. ibid., pp. 203-205, nr. 166-168). Geliefde vrienden – en ik richt mij in het bijzonder tot mijn broeders in het bisschopsambt en het priesterambt – hoe kan men ignoreren dat de kwestie van de Kerk, van haar noodzakelijkheid in het heilsplan en van haar relatie met de wereld, ook vandaag absoluut centraal blijft? Dat de ontwikkelingen van de secularisatie en mondialisering haar zelfs nog radicaler maken, enerzijds nu men ermee geconfronteerd wordt dat God vergeten wordt en anderzijds in confrontatie met de niet-christelijke godsdiensten? De overweging van Paus Montini over de Kerk is meer dan ooit actueel; en het voorbeeld van zijn liefde voor haar, onafscheidelijk van die voor Christus, is nog kostbaarder. “Het mysterie van de Kerk – lezen we nog steeds in de encylciek “H. Paus Paulus VI - Encycliek
Ecclesiam Suam
Over de Kerk
(6 augustus 1964)
” – is niet zo maar het onderwerp van theologische kennis, het moet een beleefd feit zijn waarvan de gelovige ziel zelfs vóór er een duidelijk begrip van te hebben, een ervaring kan hebben die als het ware met de natuur meegegeven wordt” (ibid., p. 229, nr. 178). Dat veronderstelt een sterk innerlijk leven, “de belangrijkste bron van de spiritualiteit van de Kerk, de manier die haar eigen is om de uitstraling te ontvangen van de Geest van Christus, de radicale en onvervangbare uitdrukking van haar godsdienstige en sociale activiteit, onschendbare verdediging en nieuwe energie in haar moeilijk contact met de profane wereld” (ibid., p. 231, nr. 179). Het is juist de open christen, de open Kerk voor de wereld die een sterk innerlijk leven nodig hebben.
Zeer geliefde vrienden, welk een onschatbare gave voor de Kerk is de les van de Dienaar Gods Paulus VI! En hoe begeesterend is het telkens bij hem in de leer te gaan! Het is een les die ieder aangaat en engageert, naargelang de verschillende gaven en ambten die het Rijk Gods rijk is door de werking van de Heilige Geest. In dit Priesterjaar heb ik het genoegen te onderlijnen dat het de priesters aangaat en hen daar op een bijzondere manier in betrekt, de priesters voor wie Paus Montini steeds bijzondere genegenheid en ijver koesterde. In de H. Paus Paulus VI - Encycliek
Sacerdotalis Caelibatus
Over het priestercelibaat
(24 juni 1967)
schreef hij: “Gegrepen door Jezus Christus” (Fil. 3, 12) tot en met de totale overgave aan Hem, maakt de priester zich volmaakt gelijkvormig aan Christus, ook in de liefde waarmee de eeuwige Vader de Kerk, Zijn Lichaam, bemind heeft door zich geheel voor haar te offeren ... Godgewijde maagdelijkheid van de heilige bedienaars toont eigenlijk de maagdelijke liefde van Christus voor de Kerk en de maagdelijke en bovennatuurlijke vruchtbaarheid van deze vereniging” H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over het priestercelibaat, Sacerdotalis Caelibatus (24 juni 1967), 26. Ik draag deze woorden van de grote Paus op aan de talrijke priesters van het bisdom Brescia, die hier goed vertegenwoordigd zijn, evenals aan de jongeren die zich aan het seminarie voorbereiden. En ik zou ook de woorden in herinnering willen brengen die Paulus VI richtte tot de studenten van het Lombardisch seminarie op 7 december 1968, toen de moeilijkheden van de tijd na het Concilie zich voegden bij het gist in de wereld van de jongeren: “Vele mensen verwachten van de Paus schitterende gebaren, energieke en doorslaggevende toespraken. De Paus meent dat hij geen andere lijn te volgen heeft dan die van het vertrouwen in Jezus Christus, die zijn Kerk meer dan wie ook ter harte neemt. Hij zal degene zijn die de storm stilt ... Het gaat niet om een steriel wachten: doch een waakzaam wachten in gebed. Dat is de voorwaarde die Jezus voor ons gekozen heeft opdat Hij ten volle zou kunnen werken. Ook de Paus heeft nood aan de hulp van het gebed” (Insagnamenti V, (1968), 1189). Geliefde broeders, mogen de priesterlijke voorbeelden van de Dienaar Gods, Giovanni Battista Montini, u altijd begeleiden en moge de heilige Arcangelo Tadini, die ik tijdens de korte halte in Botticino vereerd heb, voor u ten beste spreken.
Nu ik de priesters begroet en bemoedig, kan ik bijzonder hier in Brescia de lekengelovigen niet vergeten die op deze grond het bewijs geleverd hebben van een buitengewone vitaliteit van geloof en werken op de verschillende domeinen van het apostolaat en sociaal engagement. Geliefde vrienden uit Brescia, in de Onderrichtingen van Paulus VI kan u steeds kostbare aanwijzingen vinden om de uitdagingen van het heden aan te pakken, zoals de economische crisis, immigratie, opvoeding van de jeugd. Paus Montini liet ook nooit een gelegenheid voorbijgaan om het primaat van de contemplatieve dimensie te benadrukken, dat wil zeggen het primaat van God in de menselijke ervaring. Daarom werd hij het nooit moe het Godgewijde leven te promoveren in de verscheidenheid van zijn aspecten. Hij hield innig van de veelzijdige schoonheid van de Kerk en erkende er de weerkaatsing in van Gods oneindige schoonheid die op het gelaat van Christus zichtbaar was.

Laat ons bidden opdat de schittering van de Goddelijke schoonheid zou stralen in elk van onze gemeenschappen en dat de Kerk een lichtgevend teken van hoop zou zijn voor de mensheid van het derde millennium. Moge Maria, die Paulus VI op het einde van het Tweede Oecumenisch Vaticaans Concilie tot Moeder van de Kerk heeft willen Paus Leo XIII - Apostolische Brief
Apostolicae Curae et Caritatis
Over de geldigheid van Anglicaanse wijdingen
(13 september 1896)
, deze genade voor ons verkrijgen. Amen!

Document

Naam: HET PENNINGSKE VAN DE WEDUWE
Paus Paulus VI Plein, Brescia
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 8 november 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam