• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"Vervolgens gedenkt de Kerk in de anamnese het lijden, de verrijzenis en de glorievolle wederkomst van Christus Jezus; zij draagt aan de Vader het offer van zijn Zoon op, die ons met Hem verzoent." Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1354

Jezus Christus heeft aan de Kerk de macht gegeven om zijn verlossingsmysterie bij ons aanwezig te laten blijven, toen Hij tot zijn apostelen zei: "Doet dit tot mijn gedachtenis" (1 Kor. 11, 26). Hij stelde het offer in van het nieuwe en eeuwige verbond dat Hij daags erna met zijn bloed zou bezegelen. Zo zorgde Hij ervoor dat de Kerk de gedachtenisviering van zijn dood en verrijzenis voor altijd zou bezitten. Het woord gedachtenisviering (memoriale - zikkaron) had reeds een belangrijke betekenis in het Oude Testament: het sluit nl. een loutere herinnering uit, en bij de viering van het Pacha - de voornaamste gedachtenisviering -, beleefde men in liturgische riten voor Gods aanschijn opnieuw de heilsdaden die Hij eertijds had verricht en wel op zo'n wijze dat Hij, getrouw aan zichzelf en aan zijn plan, dergelijke grote dingen opnieuw zou verrichten voor het volk (Ex. 13, 3-10).

De Kerk is er zich van bewust dat zij de gedachtenis viert van het lijden en de verrijzenis van Christus en dat zij dit doet om te offeren; want de priester zegt na de consecratie wanneer het mysterie van Christus werkelijk reeds aanwezig is: "wij bieden U vol dankbaarheid dit offer aan, zo levend en heilig". Toch voltrekt alleen de geldig gewijde priester het offer van de Eucharistie, terwijl hij handelt in de persoon van Christus en hij brengt het offer in diens naam en in naam van heel de Kerk. De christengelovigen nu, begiftigd met het priesterschap van het doopsel, moeten zich verenigen met de gewijde bedienaar om zichzelf als een heilig en Godwelgevallig offer aan te bieden samen met het offer van Christus waarmee zij hun offer vooral moeten verenigen. Het is wellicht nuttig eraan te de denken dat het volk na de consecratie Christus een acclamatie toeroept; deze acclamatie wordt door de priester niet uitgesproken als hij celebreert zonder volk, want de priester die handelt in de persoon van Christus, het Hoofd, bidt in het eucharistisch gebed alleen tot de Vader.

Het is verkeerd te beweren dat wat dagelijks in de Mis gebeurt, los staat van Christus' offer op het kruis of dat er door ons een ander offer wordt aangeboden. Want het lijdt geen twijfel dat de Kerk in de plechtigheden van de Mis het nu onder tekenen tegenwoordig gestelde offer van Christus, dat zij aan de Vader aanbiedt om ermee ook zichzelf aan te bieden, tot het hare maakt. Daarom blijven wij belijden dat de liefde en de welwillendheid waarmee de Vader het offer van zijn Zoon gaarne aanvaardt, over de Kerk worden uitgestort. Voor een zo grote gave kunnen wij Christus nooit genoeg danken door de Vader te prijzen omwille van het herstel van ons heil, ja, ook Christus maakt ons tot zijn deelgenoten als wij ons en al wat van ons is, verbinden met zijn offer.

Document

Naam: COMPENDIUM EUCHARISTICUM
Compendium van de Eucharistie
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 19 oktober 2009
Copyrights: © 2010, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Liturgische Documentatie nr. 6, NRL Den Bosch
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam