• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. BERNARDUS VAN CLAIRVAUX
17e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

Vandaag zou ik willen spreken over de heilige Bernardus van Clairvaux, de laatste Kerkvader genoemd, omdat hij in de XIIe eeuw de grote theologie van de Vaders nog eens benadrukt en aanwezig bracht heeft. Wij kennen de bijzonderheden van zijn kinderjaren niet; wel weten we dat hij in 1090 geboren is in Fontaines in Frankrijk, in een kroostrijk en tamelijk welgesteld gezin. Tijdens zijn adolescentie wijdde hij zich aan de studie van wat men de vrije kunsten noemt – in het bijzonder grammatica, retorica en dialectiek – in de school van de kanunniken van de kerk van Saint-Vorles, in Châtillon-sur-Seine en langzaam rijpte in hem de keuze voor het religieuze leven. Rond zijn twintigste, trad hij binnen in Cîteaux, een nieuwe kloostergemeenschap, soepeler in vergelijking met de oude en eerbiedwaardige kloosters van die tijd en tegelijk strenger in de beoefening van de evangelische raden. Enkele jaren later, in 1115, kreeg Bernardus van de heilige Stefaan Harding, derde abt van Cîteaux, de opdracht het klooster van Clairvaux te stichten. Daar kon de jonge abt (hij was amper vijfentwintig jaar) zijn eigen opvatting van het kloosterleven verfijnen en zich engageren om ze in praktijk te brengen. Kijkend naar de discipline in andere kloosters, herinnerde Bernardus met klem aan de noodzaak van een sober en gematigd leven, zowel aan tafel als in de kledij en de kloostergebouwen en gaf de aanbeveling de armen te steunen en zorg voor hen te dragen. Ondertussen werd de gemeenschap van Clairvaux steeds talrijker en deed ze meer stichtingen.

In diezelfde jaren, vóór 1130, begon Bernardus een lange briefwisseling met vele personen, zowel mensen van aanzien als mensen van het volk. Bij de vele “H. Bernardus van Clairvaux
Epistolae
Brieven ()
” uit deze periode moeten men de vele “Homilieën” voegen, alsook “Spreuken” en “Verhandelingen”. Op die periode gaat ook de grote vriendschap terug van Bernardus met Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Guillaume de Saint-Thierry
(2 december 2009)
, en met Willem van Champeaux, die tot de belangrijkste figuren van de XIIe eeuw behoren. Vanaf 1130 begon hij zich bezig te houden met vele en ernstige kwesties van de Heilige Stoel en de Kerk. Om die reden moest hij zijn klooster steeds meer verlaten en soms ook Frankrijk. Hij stichtte ook enkele vrouwenkloosters en was de protagonist in een levendige briefwisseling met Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Petrus Venerabilis (de Eerbiedwaardige)
16e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(14 oktober 2009)
, abt van Cluny, over wie ik verleden woensdag gesproken heb. Hij richtte zijn polemische geschriften vooral tegen Abélard, de grote denker die een nieuwe manier gelanceerd had om aan theologie te doen, meer bepaald door invoering van de dialectisch - filosofische methode bij de opbouw van een theologische gedachte. Een ander front waarop Bernardus streed, was de ketterij van de Katharen die de materie en het menselijk lichaam misprezen en bijgevolg ook de Schepper. Anderzijds voelde hij de plicht aan om de joden te verdedigen, door vlagen van antisemitisme te veroordelen die zich steeds meer verspreidden. Voor dit laatste aspect van zijn apostolische activiteit heeft Efraïm, rabbijn van Bonn, enkele decennia later een ontroerende eerbetuiging tot Bernardus gericht. In dezelfde periode heeft de heilige abt zijn meest bekende werken geschreven, zoals de zeer bekende “H. Bernardus van Clairvaux
Sermones in Canticum Canticorum
Homilies over het Hooglied ()
”. Tijdens de laatste jaren van zijn leven – hij stierf in 1153 – moest Bernardus zijn reizen beperken, echter zonder er helemaal mee te stoppen. Hij maakte daarvan gebruik om het geheel van de “H. Bernardus van Clairvaux
Epistolae
Brieven ()
”, “Homilieën” en “Verhandelingen” definitief te herzien. Een eerder apart werk dat verdient vermeld te worden, beëindigde hij precies in deze periode, namelijk in 1145, toen één van zijn leerlingen, Bernardus Pignatelli, tot Paus verkozen werd onder de naam van Eugenius III. In deze omstandigheid schreef Bernardus in de hoedanigheid van geestelijke vader aan zijn geestelijke zoon een tekst “H. Bernardus van Clairvaux
De considerationes ()
”, met onderricht om een goede Paus te zijn. In dat boek, dat interessante lectuur blijft voor de Pausen van alle tijden, wijst Bernardus er niet alleen op hoe een goede Paus te zijn maar geeft hij ook een diepe kijk op het mysterie van de Kerk en het mysterie van Christus dat aan het einde uitloopt op de contemplatie van het mysterie van de drie - ene God: “Men zou het onderzoek naar deze God, die nog niet voldoende onderzocht werd, moeten verder zetten”, schreef de heilige abt: “maar men kan Hem misschien beter zoeken en gemakkelijker vinden door gebed dan door discussie. We beëindigen hier dus het boek, maar niet het onderzoek” H. Bernardus van Clairvaux, De considerationes. XIV, 32: PL 182, 808, dat een weg is naar God.

Ik zou nu willen stilstaan bij twee centrale aspecten van de rijke leer van Bernardus: Jezus Christus en de Allerheiligste Maagd Maria, Zijn Moeder. Zijn ijver voor de intieme en vitale deelname van de christen aan de liefde van God in Jezus Christus geeft geen nieuwe oriëntaties aan het wetenschappelijk statuut van de theologie. Maar beslister dan ooit, maakt de abt van Clairvaux een configuratie van de theoloog en de contemplatieve en mystieke mens. Alleen Jezus – zegt Bernardus met nadruk ten overstaan van de dialectische, complexe rederneringen van zijn tijd – alleen Jezus is “honing in de mond, zang voor het oor, vreugde in het hart” (“mel in ore, in aure melos, in corde iubilum”). Precies van daar komt de titel die de traditie hem toekent, Doctor “mellifluus”: inderdaad, zijn lof op Jezus Christus “is vloeiend als honing”. In de uitputtende strijd tussen nominalisten en realisten – twee filosofische stromingen van die tijd – blijft de abt van Clairvaux herhalen dat slechts één naam telt, die van Jezus de Nazarener. “Bitter voor de ziel is ieder voedsel dat niet van deze olie doordrongen is; smakeloos, indien het niet met dit zout op smaak gebracht werd. Wat ge schrijft heeft voor mij geen enkele smaak indien ik er Jezus niet in gelezen heb”. En hij besluit: “Als ge discuteert of spreekt, heeft niets smaak voor mij als ik er de naam van Jezus niet heb in horen klinken” H. Bernardus van Clairvaux, Homilies over het Hooglied, Sermones in Canticum Canticorum. XV, 6: PL 183, 847. Inderdaad, voor Bernardus ligt ware kennis van God in de persoonlijke en diepe ervaring van Jezus Christus en Zijn liefde. En dat, geliefde broeders en zusters, geldt voor iedere christen: het geloof is voor alles een persoonlijke, intieme ontmoeting met Jezus en moet de ervaring opdoen van Zijn nabijheid, Zijn vriendschap, Zijn liefde; alleen zo leert met Hem steeds beter kennen, beminnen en volgen. Moge dat voor ieder van ons geschieden!

In een andere bekende “H. Bernardus van Clairvaux
In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo ()
”, beschrijft de heilige abt in geestdriftige bewoordingen de intieme deelname van Maria aan het verlossingsoffer van de Zoon. “O heilige Moeder, een lans heeft uw ziel werkelijk doorboord! ... De gewelddadigheid van de smart heeft uw ziel zodanig doorboord dat wij u terecht meer dan een martelares kunnen noemen, want in u overtrof de deelname aan het lijden van de Zoon sterk de intensiteit van het lichamelijk lijden van het martelaarschap” H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. 14: PL 183-437-438. Bernardus heeft er geen enkele twijfel over: “per Mariam ad Iesum”, door Maria worden wij naar Jezus geleid. Klaar getuigt hij van de gehoorzaamheid van Maria aan Jezus, volgens de fundamenten van de traditionele mariologie. Maar het corpus van de Homilie illustreert ook de bevoorrechte plaats van de Maagd in de heilseconomie als gevolg van de heel bijzondere deelname van de Moeder (“compassio”) aan het offer van de Zoon. Het is geen toeval dat anderhalve eeuw na de dood van Bernardus, Dante Alighieri in het laatste lied van de Goddelijke Comedie (“Dante Alighieri
Divina Commedia
De Goddelijke Comedie ()
”), op de lippen van de “Doctor mellifluus” het sublieme gebed tot Maria legt: “Maagd en Moeder, dochter van uw Zoon, nederig en verheven meer dan elk ander schepsel, bestendig oord van eeuwige raad, ...” Dante Alighieri, De Goddelijke Comedie, Divina Commedia. Paradijs 33, vv. 1ss.

Deze overwegingen, typisch voor iemand als de heilige Bernardus die verliefd is op Jezus en Maria, spreken ook vandaag nog op een heilzame manier de theologen aan, doch ook alle gelovigen. Men beweert soms fundamentele kwesties over God, mens en wereld alleen krachtens de rede op te lossen. De heilige Bernardus stevig verankerd in de Bijbel en de Kerkvaders, herinnert er daarentegen aan dat zonder diep geloof in God, gevoed door gebed, contemplatie en een intieme band met de Heer, onze overwegingen van de Goddelijke geheimen het gevaar lopen een nutteloze intellectuele bezigheid te zijn en hun geloofwaardigheid te verliezen. Theologie verwijst naar de “wetenschap van de heiligen”, naar hun intuïtie van de mysteries van de levende God, naar hun wijsheid, gave van de Heilige Geest; zij worden een referentiepunt voor het theologisch denken. Met Bernardus van Clarivaux moeten ook wij erkennen dat de mens God beter zoekt en gemakkelijker vindt “door gebed dan door discussie”. Uiteindelijk blijft de meest authentieke figuur van de theoloog en van iedere evangelisatie die van de apostel Johannes, die zijn hoofd liet rusten aan het hart van de Meester.
Ik zou deze overwegingen over de heilige Bernardus willen beëindigen met de aanroepingen van Maria die wij in een mooie homilie lezen. “Bij gevaar, moeilijkheden, onzekerheid denk aan Maria, roep Maria aan. Moge zij nooit van uw lippen wijken, moge zij nooit van uw hart wijken; en opdat ge de hulp van haar gebed zou verkrijgen, vergeet nooit het voorbeeld van haar leven. Als ge haar volgt, zult ge u nooit van weg vergissen; als ge tot haar bidt, zult ge nooit wanhopen; als ge aan haar denkt, kunt ge niet verkeerd zijn. Als zij u steunt, zult ge niet vallen; als zij u beschermt, hebt ge niets te vrezen; als zij u leidt, zult ge niet moe worden; als zij u gunstig gezind is, zult ge op uw bestemming geraken ...” H. Bernardus van Clairvaux, Homilia Super missus est. 17: PL 183, 70-71.

Document

Naam: H. BERNARDUS VAN CLAIRVAUX
17e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 21 oktober 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 13 september 2011

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam