• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. PETRUS VENERABILIS (DE EERBIEDWAARDIGE)
16e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

De figuur van Petrus Venerabilis (de Eerbiedwaardige) die ik voorstel in de catechese van vandaag, brengt ons naar de beroemde abdij van Cluny, bij haar “waardigheid” (“decor”) en “pracht” (nitor”) – om woorden te gebruiken die regelmatig voorkomen in teksten van Cluny – waardigheid en pracht, die men bijzonder kan bewonderen in de schoonheid van de liturgie, bevoorrechte weg om tot God te komen. Doch, meer nog dan deze aspecten, herinnert de persoonlijkheid van Petrus ons aan de heiligheid van de grote abten van Cluny: in Cluny “is er geen abt geweest die niet heilig was”, zei Paus Gregorius VII in 1080. Onder hen, Petrus de Eerbiedwaardige, die zowat alle deugden van zijn voorgangers in zich verzamelt, alhoewel Cluny in zijn tijd, ten overstaan van nieuwe Orden zoals die van Citeaux, bepaalde symptomen van crisis begon te ervaren. Petrus is een bewonderenswaardig voorbeeld van strenge ascese voor zichzelf en begrip voor anderen. Hij werd rond 1094 geboren in de Franse streek Auvergne en trad nog op kinderleeftijd binnen in het klooster Sauxillanges, waar hij geprofeste monnik werd en vervolgens prior. In 1122 werd hij tot abt verkozen van Cluny en bekleedde deze taak tot zijn dood die plaatshad op Kerstdag 1156, wat zijn verlangen geweest was. “Hij hield van de vrede – schrijft zijn biograaf Rodolfo – en bekwam de vrede in Gods heerlijkheid op de dag van de vrede” Rodolfo, Leven van de H. Petrus Venerabilis. I, 1, 17; PL 189, 28.

Wie hem gekend heeft, roemt zijn voorname zachtmoedigheid, serene evenwichtigheid, zelfbeheersing, rechtzinnigheid, trouw, scherpzinnigheid en uitzonderlijke bekwaamheid om te bemiddelen. “Het ligt in mijn natuur – schreef hij – ten diepste geneigd te zijn tot inschikkelijkheid; dat stimuleert mijn gewoonte om te vergeven. Ik heb de gewoonte te verdragen en te vergeven” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 192, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 446. Ook zei hij: “Met wie van vrede niet wil weten, zouden wij indien mogelijk, altijd in vrede willen leven” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 100, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 261. En over zichzelf schreef hij: “Ik behoor niet tot degenen die met hun lot niet tevreden zijn, ... wiens geest zich altijd in angst of twijfel bevindt, en die zich beklagen omdat alle anderen rust hebben en zij de enigen zijn die moeten werken” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 182, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 425. Met zijn gevoelige en hartelijke natuur wist hij de liefde voor de Heer te verenigen met genegenheid voor zijn familie, vooral zijn moeder, en voor zijn vrienden. Hij onderhield vriendschappen, vooral met zijn monniken, die de gewoonte hadden zich aan hem toe te vertrouwen vanuit de zekerheid aanvaard en begrepen te worden. Volgens het getuigenis van zijn biograaf “minachtte en wees hij niemand af” Rodolfo, Leven van de H. Petrus Venerabilis. I, 3: PL 189, 19; “hij toonde zich voor iedereen beminnelijk; met zijn aangeboren goedheid stond hij voor iedereen open” Rodolfo, Leven van de H. Petrus Venerabilis. I, 1; PL 189, 17.
Wij zouden kunnen zeggen dat deze heilige abt ook een voorbeeld is voor de monniken en christenen van onze tijd die getekend is door een hectisch levensritme, waarin onverdraagzaamheid, onmogelijkheid om met elkaar in contact te treden, verdeeldheid en conflict niet zeldzaam zijn. Zijn getuigenis nodigt ons uit de liefde voor God te combineren met liefde voor de naaste en het niet na te laten opnieuw relaties van broederlijkheid en verzoening aan te knopen. Zo leefde Petrus Venerabilis die aan het hoofd stond van het klooster van Cluny in een tijd die trouwens niet heel sereen verliep, te wijten aan verschillende oorzaken in en buiten de abdij; hij lukte erin tegelijk streng en diep menselijk te zijn. Hij had de gewoonte te zeggen: “Men kan van een mens meer bekomen door hem te verdragen dan door hem met klachten te irriteren” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 172, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 409. Omwille van zijn taak moest hij veel op reis naar Italië, Engeland, Duitsland en Spanje. Het woog hem zwaar de contemplatieve rust te moeten verlaten. Hij erkende: “Ik ga van de ene plaats naar de andere, ik put me uit, maak me zorgen, over en weer gesleept; het ene ogenblik wordt mijn geest op mijn zaken gericht, op een ander ogenblik naar zaken van anderen, niet zonder grote onrust in mijn ziel” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 91, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 233. Al had hij te doen met machten en heerschappijen die Cluny omringden, toch slaagde hij er door zijn zin voor maat, zijn grootmoedigheid en realiteitszin in, zijn gewone rust te bewaren. Onder de persoonlijkheden met wie hij in relatie stond, was Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Bernardus van Clairvaux
17e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(21 oktober 2009)
met wie hij, ondanks de verscheidenheid van temperament en zienswijze, in toenemende mate vriendschappelijke banden onderhield. Bernardus noemde hem: “een belangrijk man begaan met belangrijke zaken” en hij had hoge achting voor hem H. Bernardus van Clairvaux, Brieven, Epistolae. 147, uitg. Scriptorium Claravallense, Milaan 1986, VI/1, pp. 658-660, terwijl Petrus Venerabilis Bernardus de “lamp van de Kerk” noemde H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 164, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 396, “sterke en schitterende zuil van het kloosterleven en van heel de Kerk” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 175, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 418.
Met een sterke zin voor kerkelijkheid, zei Petrus Venerabilis dat de gebeurtenissen van het christenvolk moesten beleefd worden in de “innerlijkheid van het hart” door wie tot “de ledematen van het lichaam van Christus” behoren H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 164, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 397. En ook: “Wie de wonden van het lichaam van Christus niet voelt”, overal waar ze zich kunnen voordoen, “is niet gevoed door de geest van Christus” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 164, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 397. Hij had bovendien ook zorg en ijver voor wie buiten de Kerk stonden, in het bijzonder voor joden en moslims: om deze laatste beter te leren kennen, liet hij de koran vertalen. Een recent historicus merkt hierover op: “Te midden van de onverzettelijkheid van de mensen uit de Middeleeuwen – zelfs bij de grootste onder hen – bewonderen wij hier een uitzonderlijk voorbeeld van fijngevoeligheid waar christelijke naastenliefde heenleidt” J. Leclercq, Pierre le Vénérable. Jaka Book, 1991, p. 189. Andere aspecten van het christenleven waren hem dierbaar, zoals liefde voor de Eucharistie en devotie voor de Heilige Maagd. Over het Allerheiligste Sacrament heeft hij ons bladzijden nagelaten die “een meesterwerk zijn in de literatuur over de Eucharistie van alle tijden” J. Leclercq, Pierre le Vénérable. Jaka Book, 1991, p. 267 en over de Moeder van God heeft hij verhelderende overwegingen geschreven waarin hij Haar steeds in nauwe verbondenheid ziet met Jezus de Verlosser en Zijn heilswerk. Het volstaat deze geïnspireerde lof te citeren die aan hem wordt toegeschreven: “Ik groet U, gezegende Maagd, die de verdoemenis verjaagd hebt. Ik groet U Moeder van de Allerhoogste, bruid van het allerzachtmoedigste Lam. Gij hebt de slang overwonnen, Gij hebt hem de kop verpletterd toen God die door U is gebaard, hem vernietigd heeft ... Stralende ster uit het oosten die de schaduwen van het westen verdrijft. Morgenstond die aan de zon voorafgaat, dag die geen nacht kent ... Bid God die uit U is geboren opdat Hij onze zonde zou ontwarren en ons na Zijn vergiffenis genade en heerlijkheid zou verlenen” H. Petrus Venerabilis, Carmina. PL 189, 1018-1019.
Petrus Venerabilis koesterde ook een voorliefde voor literair werk en had er talent voor. Hij noteerde zijn gedachten, overtuigd van het belang de pen te gebruiken als een ploeg “om het zaad van het Woord op papier te zaaien” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 20, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 38. Al was hij geen systematisch theoloog, hij was wel een groot onderzoeker van Gods mysterie. Zijn theologie dompelt haar wortels onder in gebed, meer bepaald het liturgisch gebed, en onder de mysteries van Christus gaat zijn voorkeur uit naar de Transfiguratie waarin de Verrijzenis reeds voorafgebeeld wordt. Hij is het die dit feest in Cluny invoerde en er een speciaal getijdengebed voor opstelde, waarin de theologische vroomheid die eigen is aan Petrus en aan de orde van Cluny weerspiegeld wordt, helemaal gericht op de contemplatie van het verheerlijkte gelaat (“gloriosa facies”) van Christus, waarin hij de redenen vindt voor de vurige vreugde die zijn geest onderscheidde en die zich in de liturgie van het klooster verspreidde.
Geliefde broeders en zusters, deze heilige monnik is zeker een groot voorbeeld van monastieke heiligheid, gevoed door de bronnen van de Benedictijnse traditie. Voor hem bestaat het monnikenideaal in “bestendig gehechtheid aan Christus” H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 53, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 161 in een slotleven dat zich onderscheidt door “monastieke nederigheid” (ibid.) en toewijding aan het werk H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 77, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 211, evenals door een klimaat van stille beschouwing en voortdurende lof tot God. De eerste en belangrijkste bezigheid van de monnik is volgens Petrus van Cluny, de plechtige viering van het Goddelijk Officie – “hemels werk en het nuttigste van allemaal” H. Petrus Venerabilis, Statuta. I, 1026 – dat moet vergezeld worden door lezing, meditatie, persoonlijk gebed en boete die met onderscheiding dient toegepast te worden Vgl. H. Petrus Venerabilis, Brieven, Epistolae. 20, in: The Letters of Peter the Venerable, Harvard University Press, 1967, p. 40. Zo raakt heel het leven doordrongen van diepe liefde voor God en van liefde voor de anderen, een liefde die zich uit in oprechte openheid voor de naasten, in vergeving, in het streven naar vrede. Wij zouden tot slot kunnen zeggen dat, wanneer deze levensstijl verenigd met het dagelijks werk, het monnikenideaal is voor de heilige Benedictus, dit ook ons allemaal aangaat; het kan in grote mate de levensstijl zijn van de christen die een authentieke volgeling van Christus wil worden, juist gekenmerkt door sterke aanhankelijkheid aan Christus, nederigheid, toewijding aan het werk, bekwaamheid om te vergeven en vrede.

Document

Naam: H. PETRUS VENERABILIS (DE EERBIEDWAARDIGE)
16e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 14 oktober 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam