• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. ANSELMUS VAN CANTERBURY
14e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

In Rome, op de Aventijn, bevindt zich de benedictijner abdij van de heilige Anselmus. Als zetel van een instituut voor hogere studies en als hoofdhuis van de federatie der Benedictijnen, is het een oord dat gebed, studie en bestuur verenigt, precies de drie activiteiten die het leven typeren van de heilige waaraan de abdij gewijd is: Anselmus van Aosta, van wie wij dit jaar de 900e verjaardag van zijn dood vieren. De vele initiatieven, die voor deze heuglijke gelegenheid vooral door het bisdom Aosta op touw gezet worden, onderlijnen de belangstelling die deze denker uit de Middeleeuwen blijft opwekken. Hij staat ook bekend als Anselmus van Bec of Anselmus van Canterbury, omdat hij met die steden verbonden is. Wie is deze figuur met wie drie lokaliteiten die ver uit elkaar liggen en zich in drie verschillende landen bevinden – Italië, Frankrijk, Engeland – zich bijzonder verbonden weten? Als monnik met een intens geestelijk leven, uitstekend opvoeder van jongeren, theoloog met een buitengewoon speculatieve capaciteit, wijs bestuurder en onverzettelijk verdediger van de “libertas Ecclesiae” - "de vrijheid van de Kerk", is Anselmus één van de vooraanstaande persoonlijkheden uit de Middeleeuwen, die al deze kwaliteiten wist te verenigen dank zij een diepe mystieke ervaring die zijn denken en handelen steeds hebben geleid.

De heilige Anselmus werd in 1033 (of begin 1034) in Aosta geboren, als eerstgeborene in een adellijke familie. Zijn vader was een grof man, die overgeleverd was aan de genoegens van het leven en zijn bezit verkwiste; zijn moeder was daarentegen een vrouw met een voorbeeldige levenswandel en diep godsdienstig Vgl. Eadmerus, Leven van de H. Anselmus van Canterbury, Vita Sancti Anselmus. PL 159, col. 49. Zij zorgde voor de humane en de eerste godsdienstige vorming van haar zoon, die zij vervolgens toevertrouwde aan de benedictijnen van een priorij in Aosta. Anselmus beeldde zich als kind in – zo schrijft zijn biograaf – dat God tussen de hoge en besneeuwde toppen van de Alpen woonde en droomde op een nacht dat hij naar dit schitterend verblijf door God zelf werd uitgenodigd, die zich lang en liefdevol met hem onderhield en hem op het einde “een stuk zeer wit brood” aanbood om te eten Vgl. Eadmerus, Leven van de H. Anselmus van Canterbury, Vita Sancti Anselmus. PL 159, col. 51. Deze droom wekte in hem de overtuiging dat hij voor een hoge zending geroepen was. Op zijn vijftiende vroeg hij toegelaten te worden tot de benedictijner orde, doch zijn vader verzette zich daartegen met alle macht, zelfs toen zijn zoon ernstig ziek werd en de dood voelde naderen en als grootste troost om het religieus habijt smeekte. Na zijn genezing en het vroegtijdig verscheiden van zijn moeder, ging Anselmus door een periode van morele losbandigheid: hij verwaarloosde zijn studies en meegesleurd door aardse passies, werd hij doof voor Gods roep. Hij verliet de huiselijke haard en zwierf door Frankrijk op zoek naar nieuwe ervaringen. Drie jaar later belandde hij in Normandië en ging naar de benedictijner abdij van Bec, aangetrokken door de faam van Lanfranc de Pavie, prior van het klooster. Het werd voor hem een providentiële en beslissende ontmoeting voor de rest van zijn leven. Onder de leiding van Lanfranc, nam Anselmus opnieuw en zeer vlijtig zijn studies op en op korte tijd werd hij niet alleen de geliefde leerling maar ook de vertrouweling van de leraar. Zijn kloosterroeping kwam weer tot leven en na zorgvuldig onderzoek trad hij op de leeftijd van 27 het monastieke leven in en werd priester gewijd. Ascese en studie openden voor hem nieuwe horizonten en lieten hem Gods nabijheid vinden op een veel hogere graad dan hij als kind gekend had.
Toen Lanfranc in 1063 abt werd van Caen, werd Anselmus, pas na drie jaar kloosterleven, benoemd tot prior van het klooster van Bec en leraar van de abdijschool, waarbij hij de gaven van een schitterend opvoeder ten toon spreidde. Hij hield niet van autoritaire methodes; hij vergeleek de jongeren met kleine plantjes die beter groeien als ze niet in een serre opgesloten zijn en hij verleende hun “gezonde” vrijheid. Hij was heel veeleisend met zichzelf en de anderen in de monastieke observantie, doch in plaats van de discipline op te leggen, probeerde hij de weg van de overreding. Bij de dood van abt Herluin, stichter van de abdij van Bec, werd Anselmus met eenparigheid van stemmen tot diens opvolger gekozen: het was februari 1079. Ondertussen waren vele monniken naar Canterbury geroepen om de broeders aan de andere kant van het Kanaal de vernieuwing bij te brengen die op het vasteland gaande was. Hun werkzaamheid werd goed aanvaard, zodanig dat Lanfranc de Pavie, abt van Caen, de nieuwe aartsbisschop van Canterbury werd. Hij vroeg Anselmus enige tijd bij hem door te brengen om de monniken te onderrichten en hem te helpen in de moeilijke situatie waarin zijn kerkgemeenschap zich na de inval van de Noormannen bevond. Het verblijf van Anselmus bleek heel vruchtbaar: genegenheid en algemene achting vielen hem ten deel, zodat hij na de dood van Lanfranc gekozen werd om hem op de aartsbisschoppelijke zetel van Canterbury op te volgen. Hij ontving de plechtige bisschopswijding in december 1093.
Anselmus wierp zich onmiddellijk in een energieke strijd voor de vrijheid van de Kerk en verdedigde met moed de onafhankelijkheid van de geestelijke macht ten overstaan van de wereldse. Hij verdedigde de Kerk tegen ongegronde inmenging door politieke overheden, in het bijzonder door de koningen Willem de Rode en Hendrik I, en vond daarbij bemoediging en steun bij de Paus van Rome, aan wie Anselmus steeds moedige en hartelijke aanhankelijkheid toonde. Deze trouw bracht hem in 1103 ook de bitterheid van zijn zetel in Canterbury verbannen te worden. Pas in 1106, toen koning Hendrik I afzag van zijn aanspraak op kerkelijke benoemingen, belastingheffing op kerkelijke bezittingen en inbeslagname ervan, kon Anselmus naar Engeland terugkeren, waar hij vreugdevol onthaald werd door de geestelijkheid en het volk. Zo kende de lange strijd tussen hoogmoed en goedheid, die hij met het wapen van de overreding gevoerd had, een goede afloop. Deze heilige aartsbisschop die grote bewondering opwekte overal waar hij kwam, wijdde de laatste jaren van zijn leven vooral aan de morele opleiding van de geestelijkheid en aan intellectueel onderzoek van theologische onderwerpen. Hij stierf op 21 april 1109, begeleid door de woorden van het Evangelie die in de Mis van die dag gelezen worden: “Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen. En ik verleen u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend, om in mijn koninkrijk aan mijn tafel te eten en te drinken” (Lc. 22, 28-30). De droom over het mysterieuze maal, die hij als kind aan het begin van zijn geestelijke weg had, vond zo zijn verwezenlijking. Jezus die hem aan Zijn tafel uitgenodigd had, onthaalde de heilige Anselmus bij zijn dood in het eeuwige koninkrijk van de Vader.
“God, ik bid U, ik wil U kennen, ik wil U beminnen en van U genieten. En als ik daar in dit leven niet volledig in slaag, moge ik dan tenminste elke dag vooruitgang maken tot ik de volheid bereik” H. Anselmus van Canterbury, Proslogion seu Alloquium de Dei existentia. hfd. 14. Dit gebed laat de mystieke ziel verstaan van deze grote heilige uit de Middeleeuwen en stichter van de scholastieke theologie, aan wie de christelijke traditie de titel “Geweldige Leraar” gegeven heeft, omdat hij een innig verlangen koesterde de Goddelijke geheimen te doorgronden, waarbij hij echter ten volle besefte dat de weg van het zoeken naar God nooit eindigt, toch niet op deze aarde. Zijn heldere en strikt logische redenering hadden altijd tot doel “de geest te verheffen tot contemplatie van God” H. Anselmus van Canterbury, Proslogion seu Alloquium de Dei existentia. Proemium. Hij zegt duidelijk, dat wie aan theologie wil doen, niet alleen op zijn intelligentie mag rekenen maar tegelijk een diepe geloofservaring moet hebben. De bezigheid van de theoloog ontwikkelt zich volgens de heilige Anselmus in drie stadia:
  • het geloof, de gave die God om niets geeft en die nederig moet ontvangen worden;
  • de ervaring, die erin bestaat het woord van God te belichamen in zijn dagelijks leven;
  • en vervolgens de ware kennis die nooit het resultaat is van steriele redeneringen maar van contemplatieve intuïtie.
Voor een gezond theologisch onderzoek en voor ieder die de waarheid van het geloof verlangt te doorgronden, blijven hieromtrent zijn bekende woorden meer dan ooit en ook vandaag van nut: “Heer, ik probeer niet Uw diepte te doorgronden, want zelfs van verre kan ik er mijn intellect niet mee vergelijken; maar ik verlang Uw waarheid ten minste tot op een zeker punt te begrijpen, Uw waarheid die mijn hart gelooft en bemint. Ik probeer trouwens niet te begrijpen om te kunnen geloven, maar ik geloof om te kunnen begrijpen” H. Anselmus van Canterbury, Proslogion seu Alloquium de Dei existentia. 1.
Geliefde broeders en zusters, moge liefde voor de waarheid en constante dorst naar God die heel het leven van de heilige Anselmus getekend hebben, een aanmoediging zijn voor iedere christen om het niet moe te worden een steeds innigere vereniging te zoeken met God, de Weg, de Waarheid en het Leven. Moge bovendien de zeer moedige bezieling die zijn pastoraal werk kenmerkte en die hem soms onbegrip, bitterheid en zelfs ballingschap opleverde, een aanmoediging zijn voor de herders, godgewijden en alle gelovigen om de Kerk van Christus lief te hebben, voor haar te bidden, te werken en te lijden zonder haar ooit te verlaten of te verraden. Moge de Maagd Maria, Moeder van God, voor wie de heilige Anselmus een tedere en kinderlijke devotie koesterde, dit voor ons verkrijgen. “Maria, Gij zijt degene die mijn hart wil beminnen – schreef de heilige Anselmus – Gij zijt degene die mijn mond vurig verlangt te loven”.

Document

Naam: H. ANSELMUS VAN CANTERBURY
14e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 23 september 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 20 januari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam