• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. SIMEON DE NIEUWE THEOLOOG
13e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

Vandaag bekijken we de figuur van een monnik uit het oosten, Simeon de Nieuwe Theoloog, wiens geschriften opmerkelijke invloed uitoefenden op de theologie en spiritualiteit van het Oosten, in het bijzonder rond de ervaring van de mystieke vereniging met God. Simeon de Nieuwe Theoloog werd geboren in 949 in Galatai, in Paflagonië (Klein Azië), in een adellijke familie op het platteland. Reeds jong vertrok hij naar Constantinopel om er te studeren en in dienst te gaan bij de keizer. Doch hij voelde zich weinig aangetrokken tot de burgerlijke loopbaan die hem wachtte en onder invloed van innerlijke verlichtingen ging hij op zoek naar iemand die hem in ogenblikken van grote twijfel en perplexiteit richting gaf en hem hielp vooruitgaan op de weg van de vereniging met God. Hij vond die geestelijke leidsman in Simeon de Vrome (“Eulabes”), een eenvoudige monnik in het klooster van Studios in Constantinopel; deze liet hem Marcus de Monnik
La legge spirituale
De geestelijke wet ()
lezen van Marcus de Monnik. In die tekst vond Simeon de Nieuwe Theoloog een onderricht dat veel indruk op hem maakte: “Als ge geestelijke genezing zoekt, let dan op uw geweten. Alles wat het u zegt, doe het en ge zult vinden wat ge nodig hebt”. Vanaf dat ogenblik ging hij niet meer slapen zonder zich af te vragen of zijn geweten hem niets te verwijten had.

Simeon trad in het klooster van de Studieten in waar zijn mystieke ervaringen en buitengewone devotie echter voor moeilijkheden zorgden bij zijn geestelijke vader. Hij vertrok naar het kleine klooster van de Heilige Mamas, ook in Constantinopel, waarvan hij drie jaar later aan het hoofd kwam te staan als abt. Hij leidde er een intense zoektocht naar geestelijke vereniging met Christus, wat hem grote autoriteit verleende. Het is interessant op te merken dat hem de bijnaam “de Nieuwe Theoloog” gegeven werd, alhoewel de traditie de titel “Theoloog” slechts voorbehoudt voor twee persoonlijkheden: de evangelist Johannes en Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Gregorius van Nazianze (1)
(46e catechese in deze reeks)
(8 augustus 2007)
. Hij werd geconfronteerd met onbegrip en verbannen maar Sergius II, patriarch van Constantinopel, heeft hem in eer hersteld.

Simeon de Nieuwe Theoloog bracht de laatste periode van zijn leven door in het klooster van de Heilige Marina waar hij een groot deel van zijn werken schreef en door zijn onderricht en wonderen steeds meer bekendheid verwierf. Hij stierf op 12 maart 1022.
Zijn meest bekende leerling, Niceta Stetatos, die de geschriften van Simeon verzamelde en overschreef, gaf ze postuum uit en schreef vervolgens een biografie. Het werk van Simeon omvat negen boeken die onderverdeeld zijn in “H. Simeon de Nieuwe Theoloog
Theologische, gnostische en praktische hoofdstukken ()
”, drie boeken over “H. Simeon de Nieuwe Theoloog
Catechese ()
” tot de monniken gericht, twee boeken met “[3147” en een boek met “H. Simeon de Nieuwe Theoloog
Hymnen ()
”. Men mag evenmin de vele “H. Simeon de Nieuwe Theoloog
Brieven ()
” vergeten. Al die werken hebben tot op onze dagen een belangrijke plaats gevonden in de monastieke traditie van het Oosten.
Simeon concentreert zijn reflectie op de aanwezigheid van de Heilige Geest in de gedoopte en dat de gedoopte deze geestelijke werkelijkheid moet beseffen. Het christenleven is innige en persoonlijke gemeenschap met God, Gods genade verlicht het hart van de gelovige en brengt hem tot het mystieke zien van de Heer. In dat spoor insisteert Simeon de Nieuwe Theoloog op het feit dat ware kennis van God niet uit boeken komt maar uit geestelijke ervaring, uit het geestelijk leven. Kennis van God komt voort uit een weg van innerlijke zuivering, wat begint met de bekering van het hart uit kracht van het geloof en de liefde; zij gaat doorheen diep berouw en oprecht verdriet over zijn zonden, om te komen tot vereniging met Christus, bron van vreugde en vrede, doordrongen van het licht van Zijn aanwezigheid in ons. Voor Simeon is deze ervaring van de Goddelijke genade geen buitengewone gave voor enkele mystici, maar de vrucht van het Doopsel in het leven van iedere gelovige die zich ernstig inzet.
Iets om over na te denken, geliefde broeders en zusters! Deze heilige monnik uit het Oosten herinnert ons allen aan aandacht voor het geestelijk leven, aan Gods verborgen aanwezigheid in ons, aan de oprechtheid van het geweten en uitzuivering, aan de bekering van het hart, opdat de Heilige Geest werkelijk in ons aanwezig komt en ons leidt. Indien men namelijk terecht bezorgd is over zijn lichamelijke, menselijke en intellectuele groei, is het van nog groter belang de innerlijke groei niet te verwaarlozen die bestaat in het kennen van God, de ware kennis, die niet alleen uit de boeken komt maar die innerlijk is en voortkomt uit de gemeenschap met God, zodat men op ieder ogenblik en in elke omstandigheid Zijn hulp ervaart. Dit is wat Simeon eigenlijk beschrijft wanneer hij zijn mystieke ervaring meedeelt. Reeds op jonge leeftijd, vóór zijn intrede in het klooster, toen hij ‘s nacht lange tijd aan het bidden was en Gods hulp inriep in zijn strijd tegen de bekoringen, had hij gezien dat de kamer vol licht was. Later, toen hij in het klooster was, gaf men hem geestelijke boeken om zich te vormen, maar het lezen ervan gaf hem niet de vrede die hij zocht. Hij voelde zich als een arme kleine vogel zonder vleugels. Hij aanvaardde nederig de situatie, zonder opstandigheid, en toen namen de lichtvisioenen opnieuw toe. Hij wou zeker zijn dat ze echt waren en daarom vroeg Simeon rechtstreeks aan Christus: “Heer, zijt Gij echt hier?”. Hij voelde in zijn hart het bevestigend antwoord en voelde zich uiterst gesterkt. “Heer, het was de eerste keer dat Gij me waardig achtte, mij, verloren zoon, Uw stem te horen”, schreef hij later. Doch slaagde zelfs deze openbaring er niet in hem tot rust te brengen. Hij vroeg zich eerder af of ook deze ervaring geen illusie was. Uiteindelijk gebeurde op een dag iets fundamenteels voor zijn mystieke ervaring. Hij begon zich te voelen als “een arme die zijn broeders bemint” (“ptochós philádelphos”). Hij zag vele vijanden rond zich die hem strikken wilden spannen en kwaad doen, doch desondanks voelde hij innige liefde voor hen. Hoe dat verklaren? Zeker, zo een liefde kon niet van hemzelf komen doch uit een andere bron. Simeon begreep dat ze van Christus kwam die in hem aanwezig is en alles werd hem duidelijk: hij had het zekere bewijs dat de bron van liefde in hem, Christus’ aanwezigheid was en dat een liefde binnen in zich die verder gaat dan zijn persoonlijke bedoelingen, erop wijst dat de bron van de liefde zich in mij bevindt. Zo kunnen wij enerzijds zeggen dat Christus niet in ons komt zonder een zekere openheid voor de liefde, maar dat Christus anderzijds bron van liefde wordt en ons omvormt. Geliefde vrienden, deze ervaring blijft werkelijk belangrijk ook voor ons vandaag, zij helpt ons de criteria te vinden die erop wijzen of wij werkelijk dicht bij God zijn, of God aanwezig is in ons en in ons leeft. Gods liefde groeit in ons indien wij door het gebed en het beluisteren van Zijn woord, door de openheid van ons hart, met Hem verenigd blijven. Alleen Gods liefde opent ons hart voor de anderen, maakt ons gevoelig voor hun noden, maakt dat wij iedereen als onze broeder en zuster beschouwen en nodigt ons uit haat met liefde te beantwoorden en belediging met vergeving.
Wij kunnen nog de aandacht vestigen een bijkomend element in de spiritualiteit van Simeon de Nieuwe Theoloog. Op de weg van ascetisch leven die hij voorstelde en beleefde, hecht de monnik veel zorg en aandacht voor de innerlijke ervaring en daarin is de geestelijke Vader van het klooster van essentieel belang. Zoals we zeiden, had de jonge Simeon zelf een geestelijke leider gevonden die hem veel hulp bood en voor wie hij hoge achting koesterde, zodanig dat hij hem na diens dood, ook openlijk vereerde. Ik zou willen zeggen dat de uitnodiging zich te beroepen op de raadgevingen van een goede geestelijke vader die in staat is iedereen diepe zelfkennis bij te brengen en te leiden naar vereniging met de Heer opdat zijn leven steeds meer in overeenstemming met het Evangelie zou zijn, voor iedereen geldig blijft – priesters, religieuzen en leken, en jongeren in het bijzonder. Om tot de Heer te gaan hebben wij altijd een gids nodig, dialoog. Op onze eentje met onze gedachten, kunnen wij het niet. Deze gids te vinden, is ook de zin van het kerkelijk karakter van ons geloof.
Ten slotte kunnen wij het onderricht en de mystieke ervaring van Simeon de Nieuwe Theoloog als volgt samenvatten: in het onophoudelijk zoeken van God, ook in de moeilijkheden die hij ondervond en de kritiek die hij kreeg, liet hij zich per slot van rekening door de liefde leiden. Hij kon zelf beleven en zijn monniken leren dat het wezenlijke voor iedere leerling van Jezus is: groeien in liefde en zo tot rijpheid komen in het kennen van Christus, om met de heilige Paulus te kunnen zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Gal. 2, 20).

Document

Naam: H. SIMEON DE NIEUWE THEOLOOG
13e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 16 september 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam