• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. PETRUS DAMIANUS
12e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

In de catechese van deze woensdagen heb ik het over bepaalde grote figuren uit het leven van de Kerk sinds haar begin. Ik zou vandaag willen stilstaan bij één de belangrijkste persoonlijkheden uit de XIe eeuw, de heilige Petrus Damianus, monnik, die van de eenzaamheid hield en tegelijk een onverschrokken man van de Kerk was, persoonlijk betrokken bij de hervorming die op gang gezet was door de pausen van die tijd. Hij is in Ravenna geboren in 1007, in een adellijke maar arme familie. Wees geworden, kende hij een kindertijd die getekend was door ontbering en lijden, zelfs al wou zijn zuster Rosalinda voor hem zorgen als een moeder en adopteerde zijn grote broer Damiano hem als een zoon. Precies daarom zal hij later Petrus Damianus, Peter van Damiaan, genoemd worden. Hij studeerde eerst in Faenza, dan in Parma, waar hij reeds op 25-jarige leeftijd onderricht gaf. Naast grote bekwaamheid op het vlak van rechtsprak, verwierf hij grote behendigheid en verfijndheid in de “ars scribendi”, de kunst van het schrijven, en dank zij zijn kennis van de grote Latijnse klassieke schrijvers, werd hij “één van de beste latinisten van zijn tijd, één van de grootste schrijvers in de Latijnse Middeleeuwen” J. Leclercq, Petrus Damianus, kluizenaar en man van de Kerk, Pierre Damien, ermite et homme d’Eglise. p. 172.

Hij onderscheidde zich in de meest verscheiden litteraire genres: brieven, sermoenen, hagiografieën, gebeden, gedichten, epigrammen. Zijn gevoeligheid voor schoonheid bracht hem tot poëtische contemplatie van de wereld. Petrus Damianus zag het heelal als een onuitputtelijke en uitgestrekte “parabel” van symbolen, van waaruit hij het innerlijk leven en de Goddelijke en bovennatuurlijke werkelijkheid interpreteerde. In dit perspectief dreef contemplatie van het absolute in God hem rond het jaar 1034 naar geleidelijke onthechting van de wereld en haar voorbijgaande werkelijkheden, om zich in het klooster van Fonte Avellana terug te trekken, dat slechts enkele decennia eerder gesticht was, maar reeds beroemd was door zijn strengheid. Om de monniken te stichten, schreef hij het “H. Petrus Damianus
Leven van Romualdus van Ravenna ()
” van de stichter, de heilige Romualdus van Ravenna, en wou hij zich tegelijk in diens spiritualiteit verdiepen door een uiteenzetting van diens kluizenaarsideaal.

Men dient onmiddellijk een detail te beklemtonen: de ermitage van Fonte Avellana was gewijd aan het Heilig Kruis, en het Kruis zal het christelijk mysterie zijn dat meer dan ieder ander, Petrus Damianus zal fascineren. “Wie het kruis niet bemint, bemint Christus niet” H. Petrus Damianus, Sermo. XVIII 11, p. 117 en hij noemt zich: “Petrus crucis Christi servorum famulus – Petrus, dienaar der dienaren van het kruis van Christus” H. Petrus Damianus, Brieven, Epistulae. 9,1. Petrus Damianus richt zeer mooie gebeden tot het Kruis, waarin hij op dit mysterie een kijk onthult met kosmische dimensies omdat het Kruismysterie heel de heilsgeschiedenis omvat: “O allerzaligste Kruis, het geloof van de patriarchen, de profetieën van de profeten, de vergadering van de apostelen met oordeel belast, het zegenrijke leger van de martelaren en de menigte van alle heiligen vereren u, verkondigen u en eren u” H. Petrus Damianus, Sermo. XVIII 14, p. 304. Geliefde broeders en zusters, moge het voorbeeld van de heilige Petrus Damianus ook ons aanzetten om steeds naar het Kruis te kijken als Gods hoogste liefdedaad voor de mens die ons het heil gegeven heeft.

Voor het verloop van het kluizenaarsleven stelt deze grote monnik een Regel op waarin hij de gestrengheid van de kluis sterk beklemtoont: in de stilte van het slot wordt de monnik geroepen een lang leven te leiden van gebed, dag en nacht, met een lang en streng vasten; hij moet zich oefenen in edelmoedige broederliefde en een altijd bereide en beschikbare gehoorzaamheid aan de prior. In de dagelijkse studie en overweging ontdekt Petrus Damianus de mystieke betekenissen van het woord Gods en vindt er voedsel voor zijn geestelijk leven. In die zin noemt hij de cel van de kluis, een “spreekkamer waarin God met de mensen spreekt”. Het kluizenaarsleven is voor hem het hoogtepunt van het christelijk leven, het staat “bovenaan de levensstaten” want de monnik, die van nu af vrij is van de banden met de wereld en zijn ik, ontvangt “de waarborg van de Heilige Geest en zijn ziel verenigt zich gelukkig met de hemelse Bruidegom” H. Petrus Damianus, Brieven, Epistulae. 18,17 Vgl. H. Petrus Damianus, Brieven, Epistulae. 28,43 e.v. Dit lijkt belangrijk, ook voor ons vandaag, zelfs indien wij geen monniken zijn: het in onszelf stil kunnen maken om Gods stem te horen, als het ware een “spreekkamer” zoeken waar God met ons spreekt: het woord van God leren in gebed en in meditatie, is de weg ten leven.
De heilige Petrus Damianus, die wezenlijk een man was van gebed, meditatie en contemplatie, was ook een fijn theoloog: zijn overwegingen over verschillende leerstellige onderwerpen brachten hem tot belangrijke gevolgen voor het leven. Zo legt hij bijvoorbeeld helder en levendig de leer over de H. Drie-eenheid uit door, in het spoor van schriftteksten en vaderteksten, reeds de drie fundamentele termen te gebruiken die later bepalend geworden zijn ook voor de filosofie in het Westen: “processio, relatio e personaVgl. H. Petrus Damianus, Opuscula. XXXVIII: PL CXLV, 633-642 Vgl. H. Petrus Damianus, Opuscula. II en III: ibid., 41 e.v. en 58 e.v.. Nochtans, aangezien de theologische analyse van het mysterie hem tot contemplatie van het innerlijke leven in God en van de onuitsprekelijke liefdesdialoog tussen de drie Goddelijke Personen brengt, trekt hij er ascetische conclusies uit voor het leven in gemeenschap en voor de relaties tussen Latijnse en Griekse christenen, die over dit onderwerp verdeeld zijn. De overweging van de Persoon van Christus heeft ook belangrijke praktische gevolgen omdat heel de Schrift op Hem gericht is. “Het joodse volk heeft doorheen de bladzijdeen van de Heilige Schrift Christus als het ware op de schouders gedragen” H. Petrus Damianus, Sermo. XLVI, 15. Christus moet dus in het midden van het leven van de monnik staan: “Moge Christus gehoord worden in onze taal, moge Christus gezien worden in ons leven, moge Hij aangevoeld worden in ons hart” H. Petrus Damianus, Sermo. VIII, 5. De innerlijke vereniging met Christus engageert niet alleen de monniken, maar alle gedoopten. We vinden hier een krachtige oproep, ook voor ons, om ons niet volledig te laten benemen door de activiteiten, problemen en zorgen van elke dag, zodat we vergeten dat Jezus werkelijk in het midden van ons leven moet staan.
Gemeenschap met Christus schept liefdeseenheid onder de christenen. In brief 28, die een geniale verhandeling is over de eschatologie, ontwikkelt Petrus Damianus een diepe theologie over de Kerk als gemeenschap. “De Kerk van Christus is één in de band der liefde zodanig dat, zoals zij de eenheid is van vele leden, is zij mystiek volledig aanwezig in ieder van haar leden; zodat de hele universele Kerk zich terecht enige Bruid van Christus noemt in het enkelvoud en iedere uitverkoren ziel, door het sacramentele mysterie, ten volle beschouwd wordt als Kerk”. Dit is belangrijk: de hele universele Kerk is niet alleen één, maar in ieder van ons zou de Kerk in haar totaliteit moeten aanwezig zijn. Zo wordt de dienst van het individu “uitdrukking van de universaliteit” H. Petrus Damianus, Brieven, Epistulae. 28,9-23 Doch komt het ideale beeld van de heilige Kerk, geïllustreerd door Petrus Damianus, niet overeen met de werkelijkheid van zijn tijd – en dat wist hij goed. Daarom deinst hij er niet voor terug de corruptie in de kloosters en onder de geestelijkheid aan te klagen vooral omwille van de praktijk kerkelijke ambtsdragers te bekleden met werelds gezag: meerdere bisschoppen en abten gedroegen zich eerder als bestuurders van hun onderdanen dan als zielenherders. Hun moreel leven liet dikwijls te wensen over. Daarom verliet Petrus Damianus, met grote droefheid en pijn, het klooster en aanvaarde hij, zij het met moeite, de benoeming tot kardinaal bisschop van Ostia, zodat hij ten volle samenwerkte met de pausen in de moeilijke onderneming de Kerk te hervormen. Hij zag dat contemplatie niet volstond en moest zich de schoonheid van de contemplatie ontzeggen om hulp te bieden aan het werk van de vernieuwing van de Kerk. Zo ontzegde hij zich de schoonheid van de kluis en moedig ondernam hij vele reizen en zendingen.
Omwille van zijn liefde voor het monastieke leven, kreeg hij tien jaar later, in 1067, de toelating naar Fonte Avellana terug te keren en afstand te doen van het bisdom Ostia. Maar de rust waarnaar hij verlangde, is van korte duur: nog geen twee jaar later wordt hij naar Frankfurt gezonden in een poging om de echtscheiding van Heinrich IV en zijn vrouw Berta te voorkomen en nog eens twee jaar later, in 1071, begeeft hij zich naar Monte Cassino voor de wijding van de abdijkerk en in het begin van 1072 gaat hij naar Ravenna om er de vrede met de plaatselijke aartsbisschop te herstellen die de tegenpaus gesteund had en zo de stad met een interdictie beladen had. Tijdens zijn terugreis naar de ermitage, verplichtte plotselinge ziekte hem halt te houden in Faenza, in het benedictijner klooster “Santa Maria Vecchia fuori porta”, waar hij sterft in de nacht van 22 op 23 februari 1072.
Geliefde broeders en zusters, het is een grote genade voor het leven van de Kerk dat de Heer zo een rijke en complexe persoonlijkheid gewekt heeft als die van de heilige Petrus Damianus en het is niet vanzelfsprekend werken van theologie en spiritualiteit te vinden die zo scherpzinnig en levendig zijn als die van de kluizenaar van Fonte Avellana. Hij was ten volle monnik, met vormen van gestrengheid die ons vandaag bijna overdreven kunnen lijken. Maar zo heeft hij van het monastieke leven een welsprekend getuigenis gemaakt van het primaat van God, dat iedereen eraan herinnert naar de heiligheid op te gaan, vrij van ieder compromis met het kwaad. Hij heeft zich met heldere coherentie en grote gestrengheid helemaal gegeven aan de hervorming van de Kerk van zijn tijd. Hij gaf al zijn geestelijke en lichamelijke energie aan Christus en de Kerk, waarbij hij altijd “Petrus ultimus monachorum servus” bleef, zoals hij zich graag noemde, “Petrus, de laatste dienaar van de monniken”.

Document

Naam: H. PETRUS DAMIANUS
12e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 9 september 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 4 januari 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam