• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De menselijke ervaring toont aan dat positie en lichaamshouding van invloed zijn op de geestesgesteltenis, als men tot zichzelf wil komen. Dat gegeven heeft de aandacht gekregen van sommige geestelijke schrijvers in het christelijke Oosten en Westen. Hun gedachten, die overeenkomsten vertonen met meditatie-methoden uit het niet-christelijk Oosten, vermijden overdrijvingen en eenzijdigheden. Daarentegen worden deze tegenwoordig aan personen die onvoldoende voorbereid zijn, meer dan eens zomaar voorgeschoteld.

Deze geestelijke schrijvers hebben elementen overgenomen die bij het bidden de inkeer vergemakkelijken; tegelijk hebben ze ook oog voor hun betrekkelijke waarde; ze kunnen bruikbaar zijn, als ze maar naar de bedoeling van het christelijk gebed in de vorm aangepast worden. Zo heeft bij voorbeeld het vasten in het Christendom vooral betekenis als boetedoening en zelfopoffering; maar reeds bij de Vaders was het ook bedoeld om de mens beter in staat te stellen God te ontmoeten, zodat de Christen zich meer kon beheersen en tegelijk meer oog kon hebben voor behoeftigen.

Bij het gebed dient de hele mens met God in contact te treden, en daarom moet zijn lichaam de houding aannamen die het meest geschikt is om in zichzelf te keren. Die houding kan op symbolische wijze uitdrukking zijn van het gebed, variërend al naargelang cultuur en persoonlijke sensibiliteit. In sommige streken gaan de Christenen scherper beseffen dat de lichaamshouding het gebed gunstig kan beïnvloeden.

De christelijke meditatie in het Oosten heeft de symboolbeleving van geest en stof hoger aangeslagen dan het Westen, waar deze vaak ontbrak. Ze kan variëren van een bepaalde lichaamshouding tot vitale functies als hartslag en ademhaling. Zo kan de oefening van het 'Jezus-gebed', aangepast aan het natuurlijke ademhalingsritme, voor velen werkelijk een hulp zijn minstens voor enige tijd.

Anderzijds hebben diezelfde meesters uit het Oosten Ook vastgesteld dat niet iedereen in staat is van deze symboolbeleving goed gebruik te maken. Niet allen immers zijn bij machte de overstap te maken van het materiële teken naar de beoogde geestelijke werkelijkheid. Onvolledig en onjuist begrepen, kan de symboolbeleving zelfs een afgod worden en bijgevolg een hinder om de geest tot God te verheffen. Nog moeilijker is het om binnen het kader van het gebed de hele werkelijkheid van zijn lichaam als symbool te beleven. Dit kan ontaarden in een lichaamscultus, waarbij men ongemerkt alle gewaarwordingen op één lijn gaat stellen met geestelijke ervaringen.

Sommige lichamelijke oefeningen brengen automatisch een gewaarwording te weeg van rust en ontspanning; ze veroorzaken weldadige gevoelens, ja zelfs licht- en warmteverschijnselen, een soort van geestelijke gelukzaligheid. Zou men dit aanzien voor waarachtige vertroosting van de Heilige Geest, dan hanteert men op een totaal verkeerde manier het begrip van geestelijke weg. Gaat men daaraan typisch symbolische betekenissen van de christelijke mystiek toekennen zonder dat de morele houding van de persoon in kwestie daarmee correspondeert, dan belandt men in een mentale schizofrenie die zelfs tot psychische stoornissen kan leiden, en soms tot grove afwijkingen op moreel gebied.

Authentieke meditatiepraktijken uit het christelijke Oosten en uit de grote nietchristelijke godsdiensten zijn hoe dan ook aantrekkelijk voor de mens van tegenwoordig, die innerlijk verdeeld en in de war is. Ze kunnen dan ook als hulpmiddel goed van pas komen om de bidder te helpen, ondanks alle zorgen die hem omringen, bij God te verwijlen in een sfeer van innerlijke ontspanning.

Wel dienen we te bedenken dat de normale vereniging met God, dat wil zeggen die houding van innerlijke waakzaamheid waarin men Gods hulp inroept - het Nieuwe Testament noemt dit het 'voortdurend gebed'' - niet per se plotseling ophoudt, wanneer we ons - eveneens in overeenstemming met God wil - wijden aan het werk en de zorg voor de naaste. "Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods", zegt de Apostel (1 Kor. 10,31). En inderdaad zoals de grote geestelijke meesters het zien: het waarachtig gebed wekt in hen die bidden vurige liefde op om mee te werken aan de zending van de Kerk en aan de dienst ten behoeve van hun broeders, tot meerdere eer van God.

Document

Naam: ORATIONIS FORMAS
Enige aspecten van de christelijke meditatie - Brief aan de Bisschoppen van de R.K. Kerk
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Datum: 15 oktober 1989
Copyrights: © 1990, Kerkelijke Documentatie nr. 3, p. 10-23
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam