• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Hoe de mens, die voor de Bijbelse openbaring ontvankelijk is, moet bidden, maakt de Bijbel zelf ons duidelijk. In het Oude Testament is er een wondermooie bundel gebeden die de eeuwen door opgang heeft gemaakt, ook in de Kerk van Jezus Christus, waar ze de basis geworden is van het officiële gebed: we bedoelen het Boek der Lofprijzingen of der Psalmen. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 100-109 Gebeden in psalmvorm vinden we al in oudere teksten; tevens vindt het weerklank in meer recente teksten van het Oude Testament. Vgl. Ex. 15 Sommige teksetn uit de Profeten De gebeden uit het Boek der Psalmen verhalen vooral de grote werken van God voor het uitverkoren volk. Israël bemediteert de wonderdaden van God, stelt ze zich voor ogen, doet ze herleven door ze via het gebed te herdenken.

In de Bijbelse openbaring gaat Israël tenslotte God erkennen en prijzen om zijn tegenwoordigheid in heel de schepping en in het levenslot van elke mens. Zo wordt Hij aangeroepen als Degene die bij gevaar en ziekte, bij vervolging en tegenspoed bijstand verleent. En ten leste wordt God, nog altijd in het licht van zijn heilbrengende werken, geroemd om zijn goddelijke macht en goedheid, om zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid, om zijn koninklijke grootheid.

Dank zij de woorden en werken, dankzij het Lijden en de Verrijzenis van Jezus Christus erkent het geloof binnen het Nieuwe Testament in Hem de definitieve zelf-openbaring van God, het vleesgeworden Woord dat het diepste innerlijk van zijn liefde aan het licht brengt.
Wij kunnen doordringen tot deze goddelijke diepten door de Heilige Geest die gezonden is in het hart der gelovigen en alles doorgrondt, "zelfs de diepste geheimen van God" (1 Kor. 2,10). Volgens de belofte van Jezus aan zijn leerlingen, zal de Geest alles wat Hij hen nog niet kon zeggen, verduidelijken. Maar de Geest zal "niet uit zichzelf spreken ( ... ). Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft" (Joh. 16,13, e.v.).

Wat Jezus hier het zijne noemt, is zoals hij verderop uitlegt, ook eigendom van God de Vader: "Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het Mijne is" (Joh. 16, 15).

Welbewust hebben de schrijvers van het Nieuwe Testament steeds gesproken over de openbaring van God in Christus vanuit een visie die verlicht is door de Heilige Geest. De synoptische evangelies berichten de woorden en werken van Jezus Christus vanuit een dieper inzicht dat de leerlingen na Pasen gekregen hebben in alles wat ze gezien en gehoord hadden; het hele Johannesevangelie is één en al verlangen om Hem te aanschouwen die vanaf den beginne het vleesgeworden Woord van God is; en Paulus, aan wie Jezus op de weg naar Damaskus verschenen is in zijn goddelijke majesteit, probeert de gelovigen zover te brengen dat zij "in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat", en dat zij "de volheid bereiken die de volheid van God zelf is" (Ef. 3, 18-19). Voor Paulus ligt het geheim van God in Christus "in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen" (Kol. 2, 3) en - zo verduidelijkt de Apostel - : "Ik zeg u dit om te voorkomen dat men u met schijnschone redenen van de wijs brengt" (Kol. 2, 4).

Er is dus tussen openbaring en gebed een nauw verband. de dogmatische constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
leert ons: "door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God Vgl. Kol. 1, 15 uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden Vgl. Ex. 33,11 Vgl. Joh. 15, 14-15 en gaat met hen om Vgl. Bar. 3, 38 , om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen''. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 3.5.8.21. Dit diocument biedt nog meer waardevolle aanwijzingen voor een theologisch en  geestelijk verstaan van het christelijk gebed

Deze openbaring heeft zich gerealiseerd door woorden en werken die onderling steeds naar elkaar verwijzen; vanaf het begin en ook daarna komt alles samen in Christus, volheid van openbaring en genade; alles komt samen in de gave van de Heilige Geest die de mens in staat stelt Gods woorden en werken in zich op te nemen en te overdenken, Hem te danken en te aanbidden, zowel tijdens de samenkomst der gelovigen als in het verborgene van zijn hart dat door de genade verlicht is. Om die reden is er die voortdurende aanbeveling van de Kerk om te lezen in Gods Woord als bron van christelijk gebed; tegelijk spoort zij ons aan de diepe zin van de H. Schrift te ontdekken via het gebed, "opdat er zo een gesprek mag komen tussen God en de mens; want "tot Hem spreken wij als wij bidden, Hem horen wij als wij Gods woorden lezen"." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 25

Wat zojuist te berde is gebracht, heeft direct een aantal gevolgen.

Als het gebed van de Christen opgenomen moet worden in de goddelijke trinitaire beweging, zal de wezenlijke inhoud daarvan ook noodzakelijkerwijze bepaald worden door een dubbele beweging: in de Heilige Geest komt de Zoon in de wereld om die door zijn werken en lijden te verzoenen met zijn Vader; anderzijds - in dezelfde beweging en in diezelfde Geest - keert de mensgeworden Zoon weer naar de Vader terug, terwijl hij diens wil vervult door zijn Lijden en door zijn Verrijzenis. Het gebed van Jezus, het 'Onze Vader', wijst duidelijk op de eenheid van die beweging: de wil van de Vader dient te geschieden op aarde zoals in de hemel ( de beden om brood, vergeving en bescherming maken de fundamentele dimensies van Gods wil ten opzichte van ons heel duidelijk), opdat er een nieuwe aarde tot leven mag komen in het hemelse Jeruzalem.

Aan de Kerk wordt dat gebed van Jezus Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 3-4. voor het gebed van Jezus toevertrouwd ("Gij moet daarom zo bidden" (Mt. 6, 9)); en daarom is het christelijk gebed, ook als het in de afzondering naar boven opstijgt, in werkelijkheid altijd ingekaderd in die 'gemeenschap der heiligen' waarin en waarmee men bidt ofwel in de openbaarheid van de liturgie ofwel in de beslotenheid van zijn hart. Daarom moet het altijd verricht worden in de waarachtige geest van de biddende Kerk en dan ook onder haar geleide die soms de vorm kan hebben van ervaren geestelijke leiding. Ook wanneer hij alleen is en bidt in stilte, weet de Christen dat hij in gebed steeds met Christus verbonden is via de Geest en ook verenigd is met de heiligen voor het welzijn van de Kerk. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 9

Document

Naam: ORATIONIS FORMAS
Enige aspecten van de christelijke meditatie - Brief aan de Bisschoppen van de R.K. Kerk
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Datum: 15 oktober 1989
Copyrights: © 1990, Kerkelijke Documentatie nr. 3, p. 10-23
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam