• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HH. CYRILLUS EN METHODIUS
10e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

Ik zou vandaag willen spreken over de heiligen Cyrillus en Methodius, broeders naar het bloed en in het geloof, en apostelen van de Slavische volken genoemd. Cyrillus werd geboren in Tessalonika in 826/827, als jongste van de zeven zonen van de keizerlijke magistraat, Leo. Op de leeftijd van veertien, werd hij voor zijn opleiding naar Constantinopel gestuurd en raakte bevriend met de jonge keizer Michael III. In die jaren maakte hij kennis met verschillende universitaire materies waaronder de dialectiek, en was Photius zijn leraar. Nadat hij een schitterend huwelijk had afgewezen, koos hij voor de priesterwijding en werd bibliothecaris op het patriarchaat. Kort nadien trok hij zich terug in een klooster omdat hij naar de eenzaamheid verlangde, doch hij werd snel ontdekt en liet hem gewijde en profane wetenschappen onderwijzen, een functie die hij zo goed uitoefende dat het hem de bijnaam “filosoof” opleverde. Ondertussen, rond 850, had zijn broer Michael (geboren rond 815) zijn loopbaan bij de overheid in Macedonië opgezegd om zich terug te trekken in een klooster op de Olympusberg in Bithinië, waar hij de naam Methodius kreeg (de kloosternaam moest beginnen met dezelfde letter als de doopnaam) en werd er abt van het klooster Polychron.

Aangetrokken door het voorbeeld van zijn broer, besloot ook Cyrillus het onderwijs te verlaten en zich voor gebed en meditatie naar de Olympus te begeven. Enkele jaren later (rond 861), belastte de keizerlijke regering hem echter met een zending bij de Kazaren aan de zee van Azov, die om een geleerd man vroegen die kon dialoog voeren met Joden en Sarazenen. Cyrillus, vergezeld door zijn broer Methodius, bleef lang in de Krim waar hij Hebreeuws studeerde. Daar zocht hij ook naar het lichaam van de verbannen Paus Clemens I. Hij vond zijn graf en toen zijn broer zich op de terugweg begaf, nam hij diens kostbare relikwieën mee. Aangekomen in Constantinopel, werden de twee gebroeders door keizer Michael III naar Moravië gestuurd. Deze laatste had van de Moldavische prins het verzoek ontvangen: “Ons volk onderhoudt de christelijke voorschriften sinds het het heidendom verworpen heeft; maar wij hebben geen leraar die bekwaam is ons het ware geloof in onze taal te uit te leggen”. De missie kende heel vlug een buitengewoon succes. Door de liturgie in de Slavische taal te vertalen wonnen de twee broers de grote sympathie van het volk.
Doch dit wekte vijandigheid op bij de Frankische geestelijkheid die voordien reeds naar Moldavië gekomen was en dit grondgebied van haar kerkelijke jurisdictie beschouwde. Om zich te rechtvaardigen begaven de twee broers zich naar Rome. Tijdens de reis hielden ze halt in Venetië waar een levendige discussie plaatshad met de verdedigers van wat men de “drietalige liturgie” noemde: dezen waren van mening dat er slechts drie talen zijn waarin men God geoorloofd kan loven: Hebreeuws, Grieks en Latijn. Natuurlijk verzetten de twee broers zich daar krachtig tegen. In Rome werden Cyrillus en Methodius door Paus Adrianus II ontvangen, die hen in processie tegemoet ging om de relieken van de heilige Clemens waardig in ontvangst te nemen. De Paus had ook het grote belang begrepen van hun uitzonderlijke missie. Sinds de helft van het eerste millennium hadden de Slavische volken zich namelijk in zeer groten getale op dit grondgebied tussen de twee delen van het Romeinse Keizerrijk - het oostelijk en westelijk deel - gevestigd, waartussen reeds spanningen waren. De Paus begreep dat de Slavische volken tussen beide een brug konden zijn om de eenheid tussen de christenen van de twee delen van het Keizerrijk te behouden. Hij twijfelde er dus niet aan de zending van de twee gebroeders in Groot-Moravië goed te keuren door het gebruik van de Slavische taal in de liturgie te aanvaarden. De Slavische boeken werden op het altaar van de Heilige Maagd Maria van Phatma (basiliek van Santa Maria Maggiore in Rome) geplaatst en in de basilieken van de heilige Petrus, de heilige Andreas, de heilige Paulus werd de liturgie in Slavische taal gevierd.
Helaas, Cyrillus werd in Rome zwaar ziek. Hij voelde de dood naderen en wou zich volledig aan God wijden als monnik in één van de Griekse kloosters van de stad (waarschijnlijk het klooster bij Santa Prassede) en nam de kloosternaam Cyrillus aan (zijn doopnaam was Constantijn). Vervolgens vroeg hij met aandrang aan zijn broer Methodius, die ondertussen bisschop gewijd was, de missie in Moravië niet te verlaten en naar deze volken terug te keren. Hij richtte zich tot God met deze aanroeping: “Heer, mijn God ..., verhoor mijn gebed en bewaar de kudde waarheen Ge mij gezonden hebt in trouw ... Bevrijd hen van de ketterij van de drie talen, maak hen allen één en maak dit volk dat Gij gekozen hebt, eensgezind in het ware geloof en de rechtzinnige belijdenis”. Hij stierf op 14 februari 869.
Trouw aan het engagement dat hij met zijn broer op zich genomen had, keerde Methodius in 870 naar Moravië en Pannonië (het huidige Hongarije) terug, waar hij opnieuw geconfronteerd werd met de heftige vijandigheid van de Frankische missionarissen die hem gevangen namen. Hij liet de moed niet zakken en toen hij in 873 vrijgelaten werd, zette hij zich in voor de organisatie van de Kerk en vormde een groep volgelingen. Dank zij hen kon de crisis overwonnen worden die losbarstte na de dood van Methodius op 6 april 885: vervolgd en gevangen genomen, werden sommigen van zijn volgelingen als slaaf verkocht en naar Venetië gebracht waar zij door een functionaris uit Constantinopel vrijgekocht werden die hen toeliet terug te keren naar de Slaven in de Balkan. Zij werden in Bulgarije opgenomen en konden er de zending voortzetten die Methodius begonnen was en verspreidden er het Evangelie in het zo geheten “ land van Rus’ “. God gebruikte de vervolging in Zijn mysterievolle voorzienigheid om het werk van de heilige broeders te redden. Van Methodius bestaat nog documentatie over zijn literair werk. Het volstaat te denken aan werken als het “Evangeliarium” (liturgische teksten uit het Nieuwe Testament), het “Psalterium”, aan verschillende liturgische teksten in de Slavische taal, waaraan beide broeders werkten. Na de dood van Cyrillus, hebben we aan Methodius en zijn volgelingen onder meer de vertaling te danken van heel de “Heilige Schrift”, de ”Nomocanon” en het “Boek van de Kerkvaders”.
Als we het spiritueel profiel van de twee broers kort willen schetsen, dient men vooreerst de bezieling op te merken waarmee Cyrillus met de geschriften van de heilige Gregorius van Nazianze begon, van wie hij de waarde van de taal bij de overdracht van de Openbaring geleerd heeft. De heilige Gregorius had het verlangen te kennen gegeven dat Christus door hem zou spreken: “Ik ben de dienaar van het Woord, daarom stel ik mij ten dienste van het Woord”. Omdat Cyrillus Gregorius daarin wou navolgen, vroeg hij Christus Slavisch te willen spreken door hem. Hij begon zijn vertaalwerk met de plechtige aanroeping: “O, luister, alle Slavische volken, luister naar het Woord dat van God komt, het Woord dat de ziel voedt, het Woord dat kennis van God geeft”. Enkele jaren voordat de prins van Moravië keizer Michael III gevraagd had missionarissen naar zijn land te sturen, zouden Cyrillus en zijn broer, samen met een groep volgelingen, namelijk reeds aan een verzameling van de christelijke dogma’s in de Slavische taal gewerkt hebben. Toen bleek duidelijk de noodzaak van nieuwe schrijftekens die dichter bij de gesproken taal stonden: zo ontstond het glagolitisch geschrift, dat later aangepast werd, en vervolgens aangeduid met de naam “Cyrillisch” schrift, ter ere van de bezielende kracht die erachter stond. Het was een doorslaggevende gebeurtenis voor de ontwikkeling van de Slavische beschaving in het algemeen. Cyrillus en Methodius waren ervan overtuigd dat van geen enkel volk kon gezegd worden dat het de Openbaring ten volle ontvangen had, indien het deze nog niet in zijn eigen taal had gehoord en gelezen in lettertekens die eigen zijn aan zijn alfabet.
Aan Methodius komt de verdienste toe ervoor gezorgd te hebben dat het werk van zijn broer niet ineens afgebroken werd. Terwijl Cyrillus, de filosoof, de neiging tot contemplatie had, was hij eerder geneigd tot het actieve leven. Het is hieraan te danken dat hij de uitgangspunten kon vastleggen van wat men later de “cyrillo-methodiaanse idee” zou kunnen noemen: deze begeleidde de Slavische volken in verschillende periodes van hun geschiedenis en bevorderde hun culturele, nationale en religieuze ontwikkeling. Dat erkende Paus Pius XI reeds in de apostolische brief “Paus Pius XI - Apostolische Brief
Quod Sanctum Cyrillum
Over de HH. Cyrillus en Methodius (13 februari 1927)
”, waarin hij de twee broers noemde: “zonen van het oosten, van het Byzantijnse vaderland, Grieken van afkomst, Romeinen door hun zending, Slaven omwille van hun apostolische vruchten” Paus Pius XI, Apostolische Brief, Over de HH. Cyrillus en Methodius, Quod Sanctum Cyrillum (13 feb 1927). AAS 19 (1927) 93-96. De historische rol die zij speelden werd later officieel verkondigd door Paus Johannes Paulus II die hen in de apostolische brief “H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Egregiae Virtutis
Over de HH. Cyrillus en Methodius (31 december 1980)
” samen met de heilige Benedictus tot medepatronen van Europa uitriep H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de HH. Cyrillus en Methodius, Egregiae Virtutis (31 dec 1980). AAS 73 (1981) 258-262. Inderdaad, Cyrillus en Methodius zijn een klassiek voorbeeld van wat men vandaag aanduidt met de term “inculturatie”: ieder volk moet de boodschap van de Openbaring kunnen introduceren in de cultuur die het eigen is. Dat veronderstelt zeer veeleisend vertaalwerk, want het vraagt het bepalen van de gepaste termen om de rijkdom van het geopenbaarde woord weer te geven, zonder de inhoud ervan te veranderen. De twee heilige broers hebben daarvan een getuigenis nagelaten van het hoogste niveau, waarnaar de Kerk ook vandaag opkijkt om er haar inspiratie en oriëntatie uit te halen.

Document

Naam: HH. CYRILLUS EN METHODIUS
10e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 17 juni 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2010

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam