• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wanneer het dienstwerk van een pastoor om een of andere reden, zelfs buiten diens zware schuld, schadelijk wordt of althans geen uitwerking meer heeft, kan hij door de diocesane Bisschop uit de parochie verwijderd worden.
De redenen waarom een pastoor op wettige wijze uit zijn parochie verwijderd kan worden, zijn vooral deze:
  1. een wijze van handelen die de kerkelijke gemeenschap ernstig nadeel berokkent of in verwarring brengt;
  2. onkunde of een blijvende geestelijke of lichamelijke ziekte die de pastoor ongeschikt maken om zijn taken goed te vervullen;
  3. verlies van goede naam bij rechtschapen en in aanzien staande parochianen of afkeer jegens de pastoor, waarvan voorzien wordt dat zij niet binnen korte tijd zullen ophouden;
  4. ernstige verwaarlozing of schending van zijn parochiële plichten, die na waarschuwing voortduurt.
  5. slecht beheer van de tijdelijke goederen met ernstige schade voor de Kerk, telkens wanneer dit kwaad met geen ander middel verholpen kan worden.

§ 1 Indien na het verrichten van een onderzoek is komen vast te staan dat de reden aanwezig is waarover in can. 1740, dient de Bisschop de zaak te bespreken met twee pastoors, die hiervoor door de priesterraad op duurzame wijze uit de daarvoor georganiseerde groep, op voorstel van de Bisschop, gekozen zijn; indien hij echter daarna meent tot verwijdering te moeten overgaan, dient hij, voor de geldigheid met aanduiding van de reden en van de motieven, de pastoor vaderlijk aan te raden om binnen de periode van vijftien dagen afstand te doen.

§ 2 Ten aanzien van pastoors die lid zijn van een religieus instituut of van een sociëteit van apostolisch leven, dient het voorschrift van can. 682, § 2 in acht genomen te worden.

Zie ook:

"uit de daarvoor georganiseerde groep" (Lat.: Episcopus rem discutiat cum duobus parochis e coetu ad hoc stabiliter, a consilio presbyterali constituto, Episcopo proponente, selectis) aangepast n.a.v. aanpassing Latijnse tekst (AAS 80 (1988) p. 1819)

Het afstand doen door een pastoor kan niet alleen zuiver en zonder meer geschieden, maar ook onder voorwaarde, mits deze door de Bisschop wettig aanvaard kan worden en in feite aanvaard wordt.
§ 1 Indien de pastoor binnen de vooraf bepaalde dagen niet geantwoord heeft, dient de Bisschop de uitnodiging te herhalen met verlenging van de nuttige tijd om te antwoorden.

§ 2 Indien het voor de Bisschop is komen vast te staan dat de pastoor de tweede uitnodiging ontvangen heeft, maar dat hij, ofschoon door geen enkel beletsel weerhouden, niet geantwoord heeft, of indien de pastoor zonder enig motief aan te voeren weigert afstand te doen, dient de Bisschop een decreet van verwijdering uit te vaardigen.

Indien de pastoor echter de aangevoerde reden en de argumenten ervoor bestrijdt door motieven aan te halen die de Bisschop ontoereikend voorkomen, dient deze, om geldig te handelen:
  1. hem uit te nodigen om, na inzage van de akten, zijn tegenwerpingen in een schriftelijk verslag bijeen te brengen, en bovendien de bewijzen voor het tegendeel aan te voeren indien hij er heeft;
  2. vervolgens, na het vervolledigen van het onderzoek indien nodig, de zaak af te wegen, samen met dezelfde pastoors over wie in can. 1742, § 1, tenzij anderen omwille van hun niet beschikbaar zijn aangewezen moeten worden;
  3. tenslotte te bepalen of de pastoor verwijderd moet worden of niet, en kort daarna een decreet over de zaak uit te vaardigen.
Na de verwijdering van de pastoor dient de Bisschop voor hem zorg te dragen, hetzij door de toewijzing van een ander ambt, indien hij hiervoor geschikt is, hetzij door een uitkering, naargelang het geval zich voordoet en de omstandigheden het toelaten.

§ 1 De verwijderde pastoor moet zich van de uitoefening van het ambt van pastoor onthouden, zo spoedig mogelijk de pastorie ontruimen, en alles wat de parochie toebehoort, overdragen aan degene aan wie de Bisschop de parochie toevertrouwd heeft.

§ 2 Indien het echter over een zieke gaat die niet zonder bezwaar uit de pastorie naar elders overgebracht kan worden, dient de Bisschop het gebruik ervan, zelfs het exclusieve, aan hem te laten, zolang deze noodzaak voortduurt.

§ 3 Zolang het beroep tegen het decreet van verwijdering hangende is, kan de Bisschop geen nieuwe pastoor benoemen, maar dient hij intussen door een parochie-administrator hierin te voorzien.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam