• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Nadat een zaak op gerechtelijke wijze behandeld is, wordt zij, indien zij de hoofdzaak is, door de rechter bij middel van een eindvonnis beslecht; indien zij incidenteel is, bij middel van een tussenvonnis, onverminderd het voorschrift van can. 1589, § 1.
§ 1 Tot het uitspreken van gelijk welk vonnis is bij de rechter morele zekerheid vereist betreffende de zaak die door het vonnis beslecht moet worden.

§ 2 De rechter moet deze zekerheid putten uit de akten en bewijzen.

§ 3 De rechter moet echter de bewijzen volgens zijn geweten beoordelen, onverminderd de voorschriften van de wet aangaande de kracht van sommige bewijzen.

§ 4 De rechter die deze zekerheid niet heeft kunnen verwerven, dient uit te spreken dat het recht van de eiser niet vaststaat, en hij dient de gedaagde bij vrijspraak te laten gaan, tenzij het een zaak betreft die rechtsgunst geniet, in welk geval ten gunste hiervan een uitspraak gedaan moet worden.

§ 1 In een collegiale rechtbank dient de voorzitter van het college te bepalen op welke dag en welk uur de rechters bij elkaar komen om te beraadslagen, en deze bijeenkomst dient, tenzij een bijzondere reden iets anders wenselijk maakt, plaats te vinden waar de rechtbank zelf haar zetel heeft.

§ 2 Op de dag voor de bijeenkomst vastgesteld, dienen alle rechters afzonderlijk schriftelijk hun besluiten met betrekking tot de grond van de zaak in te brengen, alsook de redenen zowel in rechte als in feite, op grond waarvan zij tot hun besluit gekomen zijn; deze besluiten dienen bij de akten van de zaak gevoegd te worden en geheim gehouden.

§ 3 Na het aanroepen van de naam van God, en na het in volgorde van voorrang inbrengen van de besluiten van ieder afzonderlijk, maar niettemin zo dat steeds met de ponens in de zaak ofwel referent begonnen wordt, dient onder leiding van de voorzitter van de rechtbank een bespreking plaats te vinden, vooral om vast te leggen wat bepaald moet worden in het beschikkend gedeelte van het vonnis.

§ 4 In de bespreking is het echter aan eenieder toegestaan van zijn vorig besluit af te zien. Maar de rechter die zich niet bij de beslissing van de anderen heeft willen aansluiten, kan eisen dat, indien beroep aangetekend wordt, zijn besluiten aan de hogere rechtbank overgemaakt worden.

§ 5 Indien de rechters in een eerste bespreking niet tot een vonnis willen of kunnen komen, kan de beslissing uitgesteld worden tot een nieuwe bijeenkomst, maar niet langer dan een week, tenzij het onderzoek in de zaak volgens can. 1600 vervolledigd moet worden.

§ 1 Indien er in de zaak één rechter is, zal deze zelf het vonnis opstellen.

§ 2 In een collegiale rechtbank is het de taak van de ponens of referent om het vonnis op te stellen, waarbij hij de motieven ontleent aan die welke ieder van de rechters in de bespreking ingebracht heeft, tenzij door de meerderheid van de rechters de motieven die voorrang moeten hebben, vooraf vastgesteld zijn; het vonnis moet daarna aan ieder van de rechters ter goedkeuring voorgelegd worden.

§ 3 Het vonnis mag niet later dan een maand vanaf de dag waarop de zaak beslecht werd, uitgevaardigd worden, tenzij in een collegiale rechtbank de rechters omwille van een ernstige reden vooraf een langere termijn vastgesteld hebben.

Het vonnis moet:
  1. het voor de rechtbank behandelde geschil beslechten, waarbij op alle geschilpunten afzonderlijk een passend antwoord gegeven wordt;
  2. bepalen welke de verplichtingen van de partijen zijn, die uit het geding voortvloeien en op welke wijze deze vervuld moeten worden;
  3. de argumenten of motieven uiteenzetten, zowel in rechte als in feite, waarop het beschikkend gedeelte van het vonnis steunt;
  4. de proceskosten vaststellen.
§ 1 Een vonnis behoort, na de aanroeping van de Naam van God, in volgorde te vermelden wie de rechter is of de rechtbank; wie de eiser is, de gedaagde partij, de procurator, met aanduiding op de voorgeschreven wijze van hun naam en domicilie, de promotor van het recht en de verdediger van de band, indien zij aan het geding deelgenomen hebben.

§ 2 Vervolgens moet het bondig een overzicht van de feiten met de conclusies van de partijen en de formulering van de geschilpunten weergeven.

§ 3 Hierop dient het beschikkend gedeelte van het vonnis te volgen, voorafgegaan door de gronden waarop het steunt.

§ 4 Het dient besloten te worden met de aanduiding van de dag en de plaats waarop het uitgesproken is, en met de handtekening van de rechter of, indien het een collegiale rechtbank betreft, van alle rechters, en van de notarius.

Bovenvermelde regels betreffende een eindvonnis moeten eveneens op een passende wijze voor een tussenvonnis aangewend worden.

Een vonnis dient zo spoedig mogelijk gepubliceerd te worden, met vermelding van de wijzen waarop het bestreden kan worden; vóór de publicatie heeft het geen enkele rechtskracht, ook al werd het beschikkend gedeelte met toestemming van de rechter aan de partijen betekend.
De publicatie of betekening van een vonnis kan geschieden ofwel door een exemplaar van het vonnis te overhandigen aan de partijen of aan hun procuratoren, of door hun dit exemplaar te doen toekomen volgens can. 1509.
§ 1 Indien in de tekst van het vonnis ofwel een vergissing in de cijfers geslopen is, ofwel een materiële vergissing gemaakt is bij het overschrijven van het beschikkend gedeelte of in het weergeven van de feiten of van de eisen van de partijen, ofwel weggelaten is wat can. 1612 § 4 voorschrijft, moet het vonnis door de rechtbank zelf die het uitsprak, hetzij op aanvraag van een partij hetzij ambtshalve verbeterd worden of vervolledigd, steeds echter na de partijen gehoord te hebben en met toevoeging van een decreet achter het vonnis.

§ 2 Indien een partij zich hiertegen verzet, dient deze incidentele kwestie bij decreet beslecht te worden.

De overige uitspraken van een rechter, buiten een vonnis, zijn decreten die, indien zij niet van louter ordenende zaak zijn, geen rechtskracht bezitten, tenzij zij ten minste summier de motieven tot uitdrukking brengen, of verwijzen naar motieven in een andere akte uitgedrukt.
Een tussenvonnis of een decreet bezitten de rechtskracht van een eindvonnis, indien zij het geding verder verhinderen ofwel aan het geding zelf of aan een graad ervan een einde maken, met betrekking tot ten minste een van de partijen in de zaak.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam