• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Indien de gedagvaarde gedaagde partij niet verschenen is, noch een voldoende verontschuldiging voor haar afwezigheid ingebracht heeft, of niet geantwoord heeft volgens can. 1507, § 1, dient de rechter haar afwezig bij het geding te verklaren en te beslissen dat de zaak, met inachtneming van de voorschriften, verder dient te gaan tot aan het eindvonnis en de uitvoering ervan.

§ 2 Voordat het decreet waarover in § 1, uitgevaardigd worden, moet vaststaan, zelfs met een nieuwe dagvaarding indien het nodig is, dat de wettig verrichte dagvaarding binnen de nuttige tijd de gedaagde partij bereikt heeft.

§ 1 Indien de gedaagde partij zich nadien in het geding aanbiedt, of antwoord gegeven heeft vóór de beslechting van de zaak, kan zij conclusies en bewijzen inbrengen, onverminderd het voorschrift van can. 1600; de rechter dient echter te waken dat het geding niet met opzet al te lang en onnodige gerekt wordt.

§ 2 Ook indien zij niet verschenen is of geen antwoord gegeven heeft vóór de beslechting van de zaak, kan zij gebruik maken van de middelen om een vonnis te bestrijden; indien zij echter bewijst dat zij verhinderd was door een wettig beletsel dat zij buiten haar schuld niet vroeger heeft kunnen aantonen, kan zij gebruik maken van de klacht van nietigheid.

Indien de eiser op de dag en het uur, vooraf bepaald voor het vastleggen van het geschil, noch verschenen is noch een voldoende verontschuldiging ingebracht heeft:
  1. dient de rechter hem opnieuw te dagvaarden;
  2. wordt, indien de eiser aan de nieuwe dagvaarding geen gevolg gegeven heeft, gepresumeerd dat hij afgezien heeft van de instantie volgens de canones 1524-1525;
  3. dient, indien hij zich echter nadien met het proces wil inlaten, can. 1593 in acht genomen te worden.
§ 1 De partij afwezig bij het geding, hetzij de eiser hetzij de gedaagde partij, die geen rechtmatig beletsel aangetoond heeft, is aan de verplichting gehouden zowel de proceskosten te betalen die wegens haar afwezigheid gemaakt zijn, alsook indien het nodig is, schadeloosstelling te verlenen aan de andere partij.

§ 2 Indien zowel de eiser als de gedaagde partij afwezig waren bij het geding, zijn zij zelf hoofdelijk gehouden aan de verplichting de proceskosten te betalen.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam