• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wat het burgerlijk recht in een gebied over contracten bepaalt, zowel in het algemeen als in het bijzonder, en over de beëindiging ervan, dient in het canoniek recht met betrekking tot zaken die onder de bestuursmacht van de Kerk vallen, met dezelfde rechtsgevolgen onderhouden te worden, tenzij het in strijd is met het goddelijk recht of iets anders door het canoniek recht voorzien wordt, en onverminderd het voorschrift van can. 1547.
Om geldig goederen te vervreemden die krachtens wettige toewijzing het vast vermogen van een publieke rechtspersoon vormen en waarvan de waarde de door het recht vastgestelde som overschrijdt, is verlof vereist van de overheid die volgens het recht bevoegd is.
§ 1 Behoudens het voorschrift van can. 638, § 3, wordt, wanneer de waarde van de goederen waarvan vervreemding voorgesteld wordt, valt tussen de minimum- en de maximumsom door elke bisschoppenconferentie voor haar eigen gebied vast te stellen, de bevoegde overheid, als het gaat over rechtspersonen die niet aan de diocesane Bisschop onderworpen zijn, door de eigen statuten bepaald; anders is de bevoegde overheid de diocesane Bisschop met toestemming van de raad voor economische zaken en van het consultorencollege alsook van wie er belang bij hebben. De toestemming van dezen behoeft de diocesane Bisschop zelf ook om goederen van het bisdom te vervreemden.

§ 2 Als het echter gaat over zaken waarvan de waarde de maximumsom overschrijdt of over zaken die krachtens gelofte aan de Kerk geschonken zijn, of over zaken die uit artistiek of historisch oogpunt kostbaar zijn, is voor de geldigheid van de vervreemding bovendien verlof van de Heilige Stoel vereist.

§ 3 Als een te vervreemden zaak deelbaar is, moeten bij het aanvragen van verlof tot vervreemding de al eerder vervreemde delen vermeld worden; anders is het verlof ongeldig.

§ 4 Zij die in het vervreemden van goederen door hun advies of toestemming deel moeten hebben, mogen hun advies of toestemming niet geven tenzij zij eerst exact op de hoogte gebracht zijn zowel betreffende de economische situatie van de rechtspersoon van wie men voorstelt goederen te vervreemden, als betreffende de reeds gedane vervreemdingen.

§ 1 Om goederen te vervreemden waarvan de waarde de vastgestelde minimumsom overschrijdt, is bovendien vereist:
  1. een goede reden, zoals dringende noodzaak, duidelijk nut, vroomheid, caritas of een andere ernstige pastorale reden;
  2. een door deskundigen schriftelijk gemaakte schatting van de te vervreemden zaak.
§ 2 Ook andere door het wettig gezag voorgeschreven voorzorgen dienen in acht genomen te worden om schade voor de Kerk te vermijden.
§ 1 Een zaak mag gewoonlijk niet vervreemd worden tegen een prijs die lager is dan in schatting aangegeven wordt.

§ 2 Geld uit vervreemding ontvangen, dient ofwel ten voordele van de Kerk veilig belegd, ofwel volgens de doeleinden van de vervreemding verstandig besteed te worden.

De vereisten volgens de canones 1291-1294, waaraan ook de statuten van rechtspersonen aangepast moeten worden, moeten in acht genomen worden niet alleen bij vervreemding, maar bij elke transactie waardoor de vermogenspositie van de rechtspersoon slechter kan worden.
Indien kerkelijke goederen zonder de vereiste canonieke formaliteiten vervreemd zijn, maar de vervreemding burgerrechtelijk geldig is, komt het de bevoegde overheid toe, na alles rijpelijk overwogen te hebben, te beslissen of en welke rechtsvordering, namelijk een persoonlijke of een zakelijke, door wie en tegen wie, ingesteld moet worden om de rechten van de Kerk op te eisen.
Het komt de bisschoppenconferentie toe om, gelet op de plaatselijke omstandigheden, normen vast te stellen voor het verhuren van goederen van de Kerk, vooral betreffende het verlof dat van de bevoegde kerkelijke overheid verkregen moet worden.
Tenzij een zaak van zeer gering belang is, mogen kerkelijke goederen aan de eigen beheerders of aan hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad niet verkocht of verhuurd worden zonder speciaal schriftelijk verlof van de bevoegde overheid.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam