• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Paus is krachtens zijn bestuursprimaat de hoogste in het beheer en de beschikking over alle kerkelijke goederen.

§ 1 In elk bisdom dient een speciaal instituut te zijn om goederen of vrijwillige bijdragen bijeen te brengen met het doel om volgens can. 281 te voorzien in het levensonderhoud van de clerici die in dienst zijn van het bisdom, tenzij op een andere manier voor hen gezorgd is.

§ 2 Waar sociale voorzieningen ten gunste van de clerus nog niet naar behoren geregeld zijn, dient de bisschoppenconferentie te zorgen dat er een instituut is om voldoende in de sociale zekerheid van de clerici te voorzien.

§ 3 In elk bisdom dient, voor zover nodig, een gemeenschappelijke kas gevormd te worden, opdat hierdoor de Bisschoppen aan hun verplichtingen tegenover andere personen die in dienst van de Kerk staan, kunnen voldoen en tegemoet kunnen komen aan de verschillende noden van het bisdom, en opdat hierdoor ook de rijkere bisdommen de armere te hulp kunnen komen.

§ 4 Naar gelang van de verschillende plaatselijke omstandigheden kunnen de doelstellingen waarover in §§ 2 en 3, geschikter bereikt worden door met elkaar verbonden diocesane instituten, ofwel door samenwerking of ook door een passende vereniging opgericht voor verschillende bisdommen, zelfs voor het gehele gebied van de bisschoppenconferentie zelf.

§ 5 Deze instituten moeten, indien het kan, zo ingericht worden dat zij ook in het civiele recht rechtskracht krijgen.

Het geheel van goederen uit de verschillende bisdommen afkomstig, wordt beheerd volgens de normen door de betrokken Bisschoppen op geschikte wijze overeengekomen.
§ 1 Het komt de Ordinaris toe met zorg te waken over het beheer van alle goederen die toebehoren aan publieke rechtspersonen die hem onderworpen zijn, behoudens wettige titels op grond waarvan aan deze Ordinaris verdergaande rechten toegekend worden.

§ 2 Rekening houdend met rechten, wettige gewoonten en omstandigheden dienen Ordinarissen te zorgen dat, door het uitvaardigen van bijzondere instructies binnen de grenzen van het universeel en particulier recht, het beheer van de kerkelijke goederen in zijn geheel geregeld wordt.

De diocesane Bisschop moet wat betreft het stellen van daden van beheer die, gelet op de economische toestand van het bisdom, van groter belang zijn, de raad voor economische zaken en het college van consultoren horen; toestemming echter van deze raad en ook van het college van consultoren heeft hij nodig, buiten de gevallen die in het universeel recht of in de stichtingsoorkonden speciaal vermeld zijn, voor het stellen van daden van buitengewoon beheer. Het komt echter de bisschoppenconferentie toe te bepalen welke daden beschouwd moeten worden als van buitengewoon beheer.
Buiten de taken waarover in can. 494, §§ 3 en 4, kunnen door de diocesane Bisschop aan de econoom opgedragen worden de taken waarover in de canones 1276, § 1 en 1279, § 2.
§ 1 Het beheer van kerkelijke goederen komt toe aan hem die rechtstreeks de leiding heeft over de rechtspersoon aan wie deze goederen toebehoren, tenzij het particulier recht, de statuten of een wettige gewoonte anders bepalen, en behoudens het recht van de Ordinaris om tussenbeide te komen in geval van nalatigheid van de beheerder.

§ 2 Voor het beheer van goederen van een publieke rechtspersoon die krachtens het recht, of krachtens stichtingsoorkonden of krachtens eigen statuten geen eigen beheerders heeft, dient de Ordinaris aan wie die rechtspersoon onderworpen is, geschikte personen aan te stellen voor drie jaar; dezen kunnen door de Ordinaris herbenoemd worden.

Elke rechtspersoon dient zijn raad voor economische zaken te hebben of tenminste twee adviseurs om de beheerder volgens de statuten bij de vervulling van zijn taak te helpen.
§ 1 Onverminderd de voorschriften van de statuten stellen beheerders ongeldig daden die de grenzen en de wijze van gewoon beheer overschrijden, tenzij zij vooraf een schriftelijk gegeven bevoegdheid van de Ordinaris gekregen hebben.

§ 2 In de statuten dienen de daden bepaald te worden die de grenzen en de wijze van gewoon beheer overschrijden; als echter de statuten hierover zwijgen, komt het de diocesane Bisschop toe om, na de raad voor economische zaken gehoord te hebben, deze daden voor de hem onderworpen rechtspersonen te bepalen.

§ 3 Tenzij wanneer en voor zover het tot eigen voordeel geweest is, is een rechtspersoon niet gehouden verantwoordelijk te zijn voor daden die door de beheerders ongeldig gesteld zijn; voor daden echter die door de beheerders onwettig maar geldig gesteld zijn, zal de rechtspersoon zelf verantwoordelijk zijn, behoudens zijn rechtsvordering of beroep tegen de beheerders die hem schade berokkend hebben.

Allen, hetzij clerici hetzij leken, die op grond van een wettige titel deelhebben in het beheer van kerkelijke goederen, zijn gehouden hun taken te vervullen in naam van de Kerk volgens het recht.
Voordat beheerders hun taak aanvangen:
  1. moeten zij tegenover de Ordinaris of diens gedelegeerde onder ede beloven dat zij goed en trouw beheer zullen voeren;
  2. dient een nauwkeurig en gespecificeerde, door hen zelf te ondertekenen inventaris opgemaakt te worden van de onroerende goederen, van de roerende goederen, hetzij kostbaar hetzij hoe dan ook tot het cultuurgoed behorend, en van de andere goederen, samen met een beschrijving en waardeschatting ervan, en, eenmaal opgemaakt, dient de inventaris nagezien te worden;
  3. dient het ene exemplaar van deze inventaris bewaard te worden in het archief van het beheer, het andere in het archief van de curie; en in beiden dient elke verandering die het vermogen eventueel ondergaat, geregistreerd te worden.
§ 1 Alle beheerders zijn gehouden hun taak met de zorgvuldigheid van een goed huisvader te vervullen.

§ 2 Daarom moeten zij:

  1. waken dat de aan hun zorg toevertrouwde goederen op geen enkele manier verloren gaan of schade ondervinden, door tot dit doel voor zover nodig verzekeringscontracten af te sluiten;
  2. ervoor zorgen dat de eigendom van kerkelijke goederen op burgerrechtelijk geldige wijzen veilig gesteld wordt;
  3. de voorschriften onderhouden zowel van het canoniek recht als van het burgerlijk recht, of die door de stichter of schenker of door het wettig gezag opgelegd zijn, en vooral waken dat de Kerk geen schade lijdt door het niet-onderhouden van de burgerlijke wetten;
  4. nauwgezet en op de juiste tijd de inkomsten en opbrengsten van de goederen innen, en ze, eenmaal geïnd, veilig bewaren en besteden naar de geest van de stichter of volgens wettige normen;
  5. de te betalen rente vanwege ofwel een lening ofwel een hypotheek op de vastgestelde tijd voldoen, en ervoor zorgen dat het verschuldigde kapitaal te gepasten tijde terugbetaald wordt;
  6. het geld dat na aftrek van de uitgaven overblijft en nuttig belegd kan worden, met toestemming van de Ordinaris voor de doeleinden van de rechtspersoon beleggen;
  7. de boeken van inkomsten en uitgaven goed bijhouden;
  8. aan het einde van elk jaar een verantwoording van het beheer opstellen;
  9. documenten en stukken waarop de rechten van de Kerk of van een instituut ten aanzien van goederen steunen, goed ordenen en in een passend en geschikt archief bewaren; authentieke exemplaren ervan, waar het geschikt kan, in het archief van de curie deponeren.
§ 3 Ten zeerste wordt aanbevolen dat de beheerders elk jaar een begroting opmaken van inkomsten en uitgaven; het wordt echter aan het particulier recht overgelaten deze voor te schrijven en de wijzen waarop deze voorgelegd moet worden, nader te bepalen.
Alleen binnen de grenzen van het gewone beheer mogen beheerders uit de roerende goederen die niet tot het vaste vermogen behoren, schenkingen doen voor doeleinden van vroomheid of christelijke caritas.
Beheerders van goederen dienen:
  1. bij aanbesteding van werken ook de burgerlijke wetten die betrekking hebben op de arbeid en het sociale leven, nauwgezet te onderhouden volgens de beginselen door de Kerk gegeven;
  2. hun die bij overeenkomst arbeid verrichten, een rechtvaardig en behoorlijk loon uit te keren, zó dat dezen op passende wijze kunnen voorzien in hun eigen behoeften en in de behoeften van die bij hen horen.
§ 1 Met verwerping van elke tegenstrijdige gewoonte zijn beheerders, zowel clerici als leken, van gelijk welke kerkelijke goederen die niet op wettige wijze zijn onttrokken aan de bestuursmacht van de diocesane Bisschop, gehouden elk jaar rekenschap af te leggen aan de plaatselijke Ordinaris, die deze ter onderzoek aan de raad voor economische zaken dient toe te vertrouwen.

§ 2 Over goederen die door de gelovigen aan de Kerk aangeboden worden, dienen de beheerders rekenschap af te leggen aan de gelovigen volgens de normen door het particulier recht vast te stellen.

Beheerders mogen namens een publieke rechtspersoon noch voor een burgerlijke rechtbank een rechtsgeding beginnen noch er zich tegen verweren, tenzij zij schriftelijk gegeven verlof van de eigen Ordinaris verkregen hebben.
Ook al zijn beheerders niet uit hoofde van een kerkelijk ambt gehouden tot het beheer, zij kunnen de taak die zij op zich genomen hebben, niet naar eigen willekeur opgeven; en indien door hun willekeurig opgeven de Kerk schade ondervindt, zijn zij tot restitutie gehouden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 21 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam