• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Onder kerk wordt verstaan een gewijd gebouw bestemd voor de goddelijke eredienst, waartoe de gelovigen recht van toegang hebben om de goddelijke eredienst voornamelijk openbaar uit te oefenen.
§ 1 Geen kerk mag gebouwd worden zonder de uitdrukkelijke, schriftelijk gegeven toestemming van de diocesane Bisschop.

§ 2 De diocesane Bisschop mag deze toestemming niet verlenen tenzij hij, na de priesterraad en de rectoren van de naburige kerken gehoord te hebben, van oordeel is dat de nieuwe kerk het zielenheil kan dienen en dat de noodzakelijke middelen niet zullen ontbreken om haar te bouwen en er de goddelijke eredienst in uit te oefenen.

§ 3 Ook religieuze instituten moeten, ook al hebben zij van de diocesane Bisschop toestemming verkregen tot het oprichten van een nieuw huis in het diocees of in een stad, verlof van deze krijgen vooraleer zij een kerk mogen bouwen op een vaste en bepaalde plaats.

Bij de bouw en het herstel van kerken dienen, met aanwending van het advies van deskundigen, de beginselen en de normen van de liturgie en de gewijde kunst in acht genomen te worden.
§ 1 Als de bouw op de voorgeschreven wijze voltooid is, dient de nieuwe kerk zo spoedig mogelijk te worden ingewijd of ten minste ingezegend, met inachtneming van de wetten van de heilige liturgie.

§ 2 Kerken, vooral kathedralen en parochiekerken, dienen te worden ingewijd met een plechtige ritus.

Iedere kerk dient haar titel te hebben die, na het voltrekken van de inwijding van de kerk, niet gewijzigd kan worden.
In een wettig ingewijde of ingezegende kerk mogen alle handelingen van goddelijke eredienst voltrokken worden, met eerbiediging van de parochiële rechten.
§ 1 Allen die het aangaat, dienen ervoor te zorgen dat in de kerken de netheid en de waardigheid behouden worden die bij het huis van God passen, en dat er van verwijderd gehouden wordt wat niet strookt met de heiligheid van de plaats.

§ 2 Ter bescherming van heilige en kostbare goederen dienen de gewone zorgen voor hun behoud aangewend en de gepaste veiligheidsmaatregelen genomen te worden.

Tijdens de heilige vieringen dient de toegang tot de kerk vrij en kosteloos te zijn.
§ 1 Als een kerk op geen enkele wijze nog voor de goddelijke eredienst gebruikt kan worden en de mogelijkheid niet bestaat om ze te herstellen, kan zij door de diocesane Bisschop teruggebracht worden tot een profaan en niet onwaardig gebruik.

§ 2 Waar andere ernstige redenen het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt, kan de diocesane Bisschop, na de priesterraad gehoord te hebben, deze terugbrengen tot een profaan en niet onwaardig gebruik, met toestemming van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden, en mits het zieleheil er geen enkele schade door lijdt.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam