• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Een gelofte, dit is een weloverwogen en vrijwillige belofte aan God gedaan met betrekking tot een mogelijk en beter goed, moet volbracht worden krachtens de deugd van godsdienstigheid.

§ 2 Tenzij zij door het recht ervan weerhouden worden, zijn allen die over het vereiste gebruik van het verstand beschikken, bekwaam tot het afleggen van een gelofte.

§ 3 Een gelofte afgelegd onder invloed van ernstige en onrechtmatige vrees, of op grond van bedrog, is van rechtswege nietig.

§ 1 Publiek is een gelofte als zij in de naam van de Kerk door een wettige Overste aanvaard wordt; anders is zij privaat.

§ 2 Plechtig is een gelofte als zij door de Kerk als zodanig erkend is; anders is zij eenvoudig.

§ 3 Persoonlijk is een gelofte waardoor een handeling beloofd wordt van degene die ze aflegt; zakelijk is een gelofte waardoor een zaak beloofd wordt; gemengd is een belofte die zowel persoonlijk als zakelijk van aard is.

Uit de aard der zaak verplicht een gelofte alleen degene die haar aflegt.
Een gelofte houdt op door het verstrijken van de tijd ter beëindiging van de verplichting bepaald, door substantiële veranderingen van de beloofde materie, door het ontbreken van de voorwaarden waarvan de gelofte afhangt of van haar beweegredenen, door dispensatie en door omzetting.
Wie macht heeft over de materie van een gelofte, kan de verplichting van de gelofte zolang opschorten als de vervulling ervan hem tot nadeel strekt.
Buiten de Paus kunnen om een goede reden van private geloften dispenseren, mits de dispensatie geen door anderen verworven recht schendt:
  1. de plaatselijke Ordinaris en de pastoor ten aanzien van al hun onderdanen en ook van vreemdelingen;
  2. de Oversten van een religieus instituut of een sociëteit van apostolisch leven, als zij clericaal zijn en van pauselijk recht, ten aanzien van de leden, de novicen en de personen die dag en nacht in het huis van het instituut of de sociëteit verblijven;
  3. zij aan wie door de Apostolische Stoel of door de plaatselijke Ordinaris de macht om te dispenseren gedelegeerd is.
Wat door een private belofte beloofd is, kan in een groter of in een evenwaardig goed omgezet worden door de persoon zelf die de gelofte afgelegd heeft; in een minder goed door hem die de macht tot dispenseren heeft volgens can. 1196.
Geloften vóór de religieuze professie afgelegd, blijven opgeschort zolang de persoon die ze afgelegd heeft, in het religieus instituut blijft.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam