• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De echtgenoten hebben de plicht en het recht om het echtelijk samenleven in stand te houden, tenzij een wettige reden hen verontschuldigt.
§ 1 Hoewel ten sterkste aanbevolen wordt dat een echtgenoot, door christelijke liefde bewogen en bezorgd om het welzijn van het gezin, aan de overspelige partij vergeving niet weigert en het echtelijk leven niet verbreekt, heeft hij echter het recht, indien hij diens schuld niet uitdrukkelijk kwijtgescholden heeft, om het echtelijk samenleven te ontbinden, tenzij hij met het overspel ingestemd heeft of er oorzaak van geweest is of zelf ook overspel bedreven heeft.

§ 2 Stilzwijgende kwijtschelding is er, als de onschuldige echtgenoot, na op de hoogte gekomen te zijn van het overspel, vrijwillig met de andere echtgenoot in huwelijksgezindheid is blijven leven; zij wordt echter gepresumeerd, als hij gedurende zes maanden het echtelijk samenleven in stand gehouden heeft en geen beroep gedaan heeft op een kerkelijke of burgerlijke overheid.

§ 3 Als de onschuldige echtgenoot uit eigen beweging het echtelijk samenleven ontbonden heeft, dient hij binnen zes maanden de scheidingsgrond voor te leggen aan de bevoegde kerkelijke overheid die, na onderzoek van alle omstandigheden, afweegt of de onschuldige echtgenoot ertoe gebracht kan worden de schuld kwijt te schelden en de scheiding niet blijvend voort te zetten.

§ 1 Als een van beide echtgenoten voor de andere of voor de kinderen een ernstig geestelijk of lichamelijk gevaar vormt, of anderszins het gemeenschappelijk leven te moeilijk maakt, verschaft hij de andere een wettige grond om weg te gaan, bij decreet van de plaatselijke Ordinaris en, indien uitstel gevaar met zich meebrengt, ook op eigen gezag.

§ 2 In alle gevallen moet, als de scheidingsgrond ophoudt te bestaan, het echtelijk samenleven hersteld worden, tenzij door de kerkelijke overheid anders bepaald wordt.

Nadat de scheiding van de echtgenoten doorgevoerd is, moeten het vereiste levensonderhoud en de opvoeding van de kinderen altijd op een geschikte wijze gewaarborgd worden.
De onschuldige echtgenoot kan de andere echtgenoot opnieuw tot het echtelijke leven toelaten - hetgeen lofwaardig is -, in welk geval hij verzaakt aan het recht op scheiding.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam