• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Geoorloofd ontvangt alleen wijdingen hij die het sacrament van het heilig Vormsel ontvangen heeft.
§ 1 Een aspirant voor het diaconaat of het presbyteraat mag niet gewijd worden, tenzij hij eerst in een liturgische aanvaardingsrite van de overheid over wie in de canones 1016 en 1019, opname onder de kandidaten verkregen heeft, na zijn voorafgaande eigenhandig geschreven en ondertekende aanvraag, die door dezelfde overheid schriftelijk aanvaard is.
§ 2 Tot het verkrijgen van deze aanvaarding is niet gehouden wie door geloften in een clericaal instituut opgenomen is.
§ 1 Voordat iemand het diaconaat, hetzij permanent hetzij als overgang, ontvangt, wordt vereist dat hij de bedieningen van lector en acoliet ontvangen en gedurende een passende tijd uitgeoefend heeft.

§ 2 Tussen de toediening van het acolietaat en het diaconaat dient een tussenperiode van ten minste zes maanden te zijn.

Om de Wijding van het diakonaat of presbyteraat te kunnen ontvangen, dient de kandidaat aan de eigen Bisschop of bevoegde hogere Overste een eigenhandig geschreven en ondertekende verklaring te overhandigen, waarin hij getuigt dat hij uit eigen beweging en vrij de heilige Wijding zal ontvangen en zich voor het leven aan het kerkelijk dienstwerk zal wijden, waarbij hij tegelijk vraagt om toegelaten te worden tot het ontvangen van de Wijding.

De wijdeling voor het permanent diaconaat die niet gehuwd is en eveneens de wijdeling voor het presbyteraat, mogen tot de Wijding van het diaconaat niet toegelaten worden, tenzij ze volgens de voorgeschreven rite publiek voor God en de Kerk de verplichting van het celibaat op zich genomen hebben, of tenzij ze geloften voor het leven in een religieus instituut afgelegd hebben.

De diaken die weigert het presbyteraat te ontvangen, kan niet verhinderd worden zijn ontvangen wijding uit te oefenen, tenzij hij daarvan weerhouden wordt door een canoniek beletsel of door een andere ernstige oorzaak, te beoordelen door de diocesane Bisschop of door de bevoegde hogere Overste.

Allen die een Wijding zullen ontvangen, dienen een retraite te doen gedurende ten minste vijf dagen, op een plaats en een wijze bepaald door de Ordinaris; voordat een Bisschop tot het toedienen van de Wijding overgaat, moet hij ervan op de hoogte zijn dat de kandidaten deze retraite op de voorgeschreven wijze gedaan hebben.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam