• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Opdat iemand gewijd wordt, moet hij over de vereiste vrijheid beschikken; het is ten strengste verboden iemand op welke wijze of om welke reden ook te dwingen wijdingen te ontvangen of een canoniek geschikte kandidaat van het ontvangen ervan af te houden.
Aspiranten voor het diaconaat en het presbyteraat dienen door een zorgvuldige voorbereiding gevormd te worden, volgens het recht.
De diocesane Bisschop of de bevoegde Overste dient ervoor te zorgen dat de kandidaten, voordat hun een Wijding toegediend wordt, op de voorgeschreven wijze onderricht worden betreffende de Wijding en de daaraan verbonden verplichtingen.
Wijdingen dienen alleen toegediend te worden aan hen die naar het wijs oordeel van de eigen Bisschop of van de bevoegde hogere Overste, alles in overweging genomen, een ongeschonden geloof hebben, door de juiste intentie geleid worden, de vereiste kennis bezitten, een goede achting genieten, van ongerepte levenswandel zijn en van beproefde deugd, alsook beschikken over de andere fysieke en psychische hoedanigheden in overeenstemming met de te ontvangen Wijding.
Alleen om een canonieke reden, ook al is ze geheim, kan de eigen Bisschop of de bevoegde hogere Overste diakens die bestemd zijn voor het presbyteraat, en die zijn onderdanen zijn, de opgang naar het presbyteraat verbieden, behoudens beroep volgens het recht.
§ 1 Het presbyteraat mag niet toegediend worden tenzij aan hen die hun vijfentwintigste levensjaar voltooid hebben en die over voldoende rijpheid beschikken, bovendien met inachtneming van een tussenperiode van ten minste zes maanden tussen het diaconaat en het presbyteraat; wie voor het presbyteraat bestemd zijn, mogen alleen na het voltooien van hun drieëntwintigste levensjaar tot de Wijding van het diaconaat toegelaten worden.
§ 2 Een kandidaat voor het permanent diaconaat die niet gehuwd is, mag niet toegelaten worden tot dit diaconaat, tenzij nadat hij ten minste zijn vijfentwintigste levensjaar voltooid heeft; hij die door een huwelijk gebonden is, niet tenzij na het voltooien van ten minste zijn vijfendertigste levensjaar en met toestemming van zijn echtgenote.
§ 3 De bisschoppenconferenties mogen een norm vaststellen waardoor een hogere leeftijd voor het presbyteraat en het permanent diaconaat vereist wordt.
§ 4 Een dispensatie van meer dan één jaar in de vereiste leeftijd volgens §§1 en 2, is voorbehouden aan de Apostolische Stoel.

§ 1 Aspiranten voor het presbyteraat kunnen alleen maar het diaconaat ontvangen, nadat zij het vijfde jaar van hun filosofisch-theologische studie-opleiding voltooid hebben.
§ 2 Na voltooiing van de studie-opleiding dient de diaken gedurende een passende tijd, vast te stellen door de Bisschop of de bevoegde hogere Overste, in uitoefening van zijn diakenwijding aan de pastorale zorg deel te nemen, voordat hem het presbyteraat toegediend wordt.
§ 3 Een aspirant voor het permanent diaconaat mag deze Wijding niet ontvangen, tenzij na voltooiing van de vormingstijd.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam