• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Sacramenten van het Nieuwe Verbond, door Christus de Heer ingesteld en aan de Kerk toevertrouwd, zijn, als handelingen van Christus en van de Kerk, tekenen en middelen waardoor het geloof uitgedrukt en gesterkt wordt, eredienst aan God gebracht en de heiliging van de mensen bewerkt wordt; en zo dragen zij er in de hoogste mate toe bij de kerkelijke gemeenschap tot stand te brengen, te versterken en duidelijk zichtbaar te maken; daarom moeten zowel de gewijde bedienaren als de overige christengelovigen bij het vieren ervan met de hoogste eerbied en de vereiste zorgvuldigheid handelen.

Omdat de Sacramenten dezelfde zijn voor de gehele Kerk en zij tot het door God toevertrouwde goed behoren, komt het alleen het hoogste gezag van de Kerk toe goed te keuren of te bepalen wat voor hun geldigheid vereist is, en aan hetzelfde gezag of aan een andere bevoegde overheid, volgens can. 838, §§3 en 4, komt het toe te beslissen wat het geoorloofd vieren, toedienen en ontvangen ervan betreft, alsook wat de ordening betreft die bij de viering ervan in acht genomen moet worden.

§ 1 Tot de overige Sacramenten kan niet geldig toegelaten worden wie het Doopsel niet ontvangen heeft.

§ 2 De Sacramenten van Doopsel, Vormsel en allerheiligste Eucharistie zijn zo nauw met elkaar verbonden dat zij voor de volledige christelijke initiatie vereist zijn.

§ 1 De gewijde bedienaren mogen de Sacramenten niet weigeren aan hen die er redelijkerwijze om vragen, de juiste gesteltenis bezitten en door het recht niet verhinderd worden ze te ontvangen.

§ 2 De zielzorgers en de overige christengelovigen hebben, ieder volgens hun kerkelijke taak, de plicht ervoor te zorgen dat zij die de Sacramenten vragen, door de vereiste evangelisatie alsook door catechetisch onderricht op het ontvangen ervan voorbereid worden, rekening houdend met de door de bevoegde overheid uitgevaardigde normen.

§ 1 Katholieke bedienaren dienen de Sacramenten geoorloofd toe alleen aan katholieke christengelovigen, die ze eveneens alleen van katholieke bedienaren geoorloofd ontvangen, behoudens de voorschriften van §§ 2, 3 en 4 van deze canon, en van can. 861, § 2.

§ 2 Telkens als de nood het vereist of echt geestelijk nut het wenselijk maakt, en mits gevaar voor dwaling of indifferentisme vermeden wordt, is het de christengelovigen voor wie het fysiek of moreel onmogelijk is zich te wenden tot een katholieke bedienaar, geoorloofd de Sacramenten van Boete, Eucharistie en Ziekenzalving te ontvangen van niet-katholieke bedienaren, in wier Kerk voornoemde Sacramenten geldig bestaan.

§ 3 Katholieke bedienaren dienen geoorloofd de Sacramenten van Boete, Eucharistie en Ziekenzalving toe aan leden van Oosterse Kerken die niet in volledige gemeenschap leven met de Katholieke Kerk, als zij er uit eigen beweging om vragen en de juiste gesteltenis bezitten; dit geldt eveneens voor leden van andere Kerken die, volgens het oordeel van de Apostolische Stoel, wat de Sacramenten betreft in dezelfde situatie verkeren als voornoemde Oosterse Kerken.

§ 4 Als stervensgevaar aanwezig is of als volgens het oordeel van de diocesane Bisschop of van de bisschoppenconferentie een andere ernstige nood ertoe dwingt, dienen katholieke bedienaren dezelfde Sacramenten geoorloofd toe ook aan de overige christengelovigen niet in volledige gemeenschap levend met de katholieke Kerk, die zich niet tot een bedienaar van hun gemeenschap kunnen wenden en er uit eigen beweging om vragen, mits zij wat dezelfde Sacramenten betreft blijk geven van het katholieke geloof en zij de juiste gesteltenis bezitten.

§ 5 Voor de gevallen waarover in §§ 2, 3 en 4, mag de diocesane Bisschop of de bisschoppenconferentie geen algemene normen uitvaardigen, tenzij na overleg met ten minste de plaatselijke bevoegde overheid van de betrokken Kerk of niet-katholieke gemeenschap.

§ 1 De Sacramenten van Doopsel, Vormsel en Wijding kunnen, daar zij een merkteken inprenten, niet herhaald worden.

§ 2 Indien na het verrichten van een zorgvuldig onderzoek nog een redelijke twijfel blijft of de Sacramenten waarover in § 1, daadwerkelijk of geldig toegediend zijn, dienen zij onder voorwaarde toegediend te worden.

§ 1 Bij het vieren van Sacramenten dienen de door de bevoegde overheid goedgekeurde liturgische boeken trouw in acht genomen te worden; daarom mag niemand hierin uit eigen beweging ook maar iets toevoegen, weglaten of veranderen.

§ 2 De bedienaar dient de Sacramenten te vieren volgens zijn eigen ritus.

§ 1 Bij het toedienen van Sacramenten waarbij heilige oliën aangewend moeten worden, moet de bedienaar oliën gebruiken uit olijven of andere planten geperst en, behoudens het voorschrift van can. 999, nr.2, door een Bisschop gewijd of gezegend, en wel recent; oude oliën mag hij niet gebruiken, tenzij de noodzaak hiertoe aanwezig is.

§ 2 De pastoor dient de heilige oliën van zijn eigen Bisschop te verkrijgen en ze met zorg op een passende plaats te bewaren.

Buiten de bijdragen die door de bevoegde overheid zijn vastgesteld, mag de bedienaar niets vragen voor de toediening van de Sacramenten, waarbij steeds veilig gesteld moet worden dat behoeftigen niet van de hulp van de Sacramenten verstoken blijven om reden van hun armoede.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam