• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 De herders van de Kerk dienen, in de vervulling van hun taak het eigen recht van de Kerk gebruikend, zich te beijveren de sociale communicatiemiddelen aan te wenden.

§ 2 Deze herders moeten er zorg voor dragen de gelovigen te leren dat zij verplicht zijn samen te werken, opdat het gebruik van de sociale communicatiemiddelen door een menselijke en christelijke geest bezield wordt.

§ 3 Alle christengelovigen, bijzonder zij die op een of andere wijze deel hebben aan de organisatie of het gebruik van deze middelen, dienen er zorg voor te dragen hulp te bieden bij het pastorale werk, zodat de Kerk ook via deze middelen haar taak efficiënt kan uitoefenen.

§ 1 Opdat de integriteit van de geloofswaarheden en de zeden bewaard wordt, is het de plicht en het recht van de herders van de Kerk om ervoor te zorgen dat door geschriften of het gebruik van sociale communicatiemiddelen geen schade berokkend wordt aan het geloof of de zeden van christengelovigen; eveneens om te eisen dat door christengelovigen uit te geven geschriften die het geloof of de zeden raken, aan hun oordeel onderworpen worden; alsook om geschriften af te wijzen die het rechte geloof of de goede zeden schaden.

§ 2 De plicht en het recht waarover in § 1, komen toe aan de Bisschoppen zowel afzonderlijk als gezamenlijk in particuliere concilies of bisschoppenconferenties wat betreft de christengelovigen aan hun zorg toevertrouwd, aan het hoogste gezag van de Kerk echter wat betreft het gehele Godsvolk.

§ 1 Tenzij anders bepaald, is de plaatselijke Ordinaris wiens verlof of goedkeuring tot het uitgeven van boeken volgens de canones van deze titel gevraagd moet worden, de eigen plaatselijke Ordinaris van de schrijver of de Ordinaris van de plaats waar de boeken uitgegeven zullen worden.

§ 2 Hetgeen in de canones van deze titel bepaald wordt ten aanzien van boeken, moet toegepast worden op welke geschriften ook die voor publieke verspreiding bestemd zijn, tenzij anders vaststaat.

§ 1 Boeken van de Heilige Schrift mogen niet uitgegeven worden, tenzij ze door de Apostolische Stoel of de bisschoppenconferentie goedgekeurd zijn; ook om vertalingen hiervan in de volkstaal te kunnen uitgeven is vereist dat zij door dit gezag goedgekeurd en tegelijk van de noodzakelijke en toereikende verklaringen voorzien zijn.

§ 2 Katholieke christengelovigen kunnen met verlof van de bisschoppenconferentie vertalingen van de Heilige Schrift, voorzien van passende verklaringen, voorbereiden en uitgeven, ook in samenwerking met gescheiden broeders.

§ 1 Wat betreft de liturgische boeken, dienen de voorschriften van can. 838 onderhouden te worden.

§ 2 Om liturgische boeken opnieuw uit te geven alsook volledige of gedeeltelijke vertalingen ervan in de volkstaal, moet op grond van een attest van de Ordinaris van de plaats waar zij uitgegeven worden, vaststaan dat zij overeenkomen met de goedgekeurde tekst.

§ 3 Gebedenboeken voor publiek of persoonlijk gebruik door gelovigen mogen niet uitgegeven worden, tenzij met verlof van de plaatselijke Ordinaris.

§ 1 Catechismussen en andere geschriften die het catechetisch onderricht betreffen of vertalingen ervan, behoeven voor hun uitgave goedkeuring van de plaatselijke Ordinaris, met inachtneming van het voorschrift van can. 775, § 2.

§ 2 Op scholen, hetzij lagere, middelbare of hogere, mogen als basisteksten voor het onderricht geen boeken gebruikt worden die vraagstukken behandelen betreffende de Heilige Schrift, de theologie, het canoniek recht, de kerkgeschiedenis en godsdienstige of morele disciplines, tenzij zij uitgegeven zijn met goedkeuring van het bevoegd kerkelijk gezag of door dit laatste achteraf goedgekeurd zijn.

§ 3 Ook al worden zij niet als teksten bij het onderricht gebruikt, verdient het aanbeveling de boeken waarover in § 2, alsook geschriften waarin iets voorkomt dat van bijzonder belang is voor het aanzien van godsdienst of zeden, aan het oordeel van de plaatselijke Ordinaris voor te leggen.

§ 4 In kerken of kapellen mogen geen boeken of andere geschriften die vragen van godsdienst of zeden behandelen, tentoongesteld, verkocht of uitgereikt worden, tenzij ze uitgegeven zijn met verlof van het bevoegd kerkelijk gezag of door dit laatste achteraf goedgekeurd zijn.

Het is niet geoorloofd verzamelingen van decreten of acten die door een kerkelijke overheid uitgegeven zijn, opnieuw uit te geven, tenzij tevoren verlof van deze overheid verkregen is en met inachtneming van de door haar gestelde voorwaarden.
De goedkeuring of het verlof tot uitgave van een werk geldt voor de oorspronkelijke tekst, maar niet voor nieuwe uitgaven of vertalingen ervan.
§ 1 Met eerbiediging van het recht van elke plaatselijke Ordinaris om het oordeel over boeken toe te vertrouwen aan personen die hem geschikt lijken, kan door de bisschoppenconferentie een lijst van censoren opgemaakt worden, die zich onderscheiden door vakkennis, rechte leer en een wijs oordeel, en die ter beschikking staan van de diocesane curies; ook kan zij een commissie van censoren instellen die door de plaatselijke Ordinaris geraadpleegd kan worden.

§ 2 De censor dient bij de uitoefening van zijn ambt, met terzijde stellen van elk aanzien des persoons, enkel de leer van de Kerk in geloof en zeden voor ogen te houden, zoals zij door het kerkelijk leergezag voorgehouden wordt.

§ 3 De censor moet zijn oordeel schriftelijk geven; als dit gunstig is, kan de Ordinaris naar zijn wijs oordeel verlof tot uitgave geven, met vermelding van zijn naam, de datum en plaats van het verlof; als de Ordinaris het niet geeft, dient hij de redenen van de weigering aan de schrijver van het werk mede te delen.

§ 1 In kranten, brochures of tijdschriften die de gewoonte hebben de katholieke godsdienst of de goede zeden duidelijk te bestrijden, mogen christengelovigen niets schrijven, tenzij om een goede en verantwoorde reden; clerici echter en leden van religieuze instituten alleen met verlof van de plaatselijke Ordinaris.

§ 2 Het komt de bisschoppenconferentie toe de regels vast te stellen volgens welke clerici en leden van religieuze instituten deel mogen nemen aan het via radio of televisie behandelen van onderwerpen inzake de katholieke leer of zeden.

Leden van religieuze instituten behoeven om geschriften te mogen uitgeven die vragen van godsdienst of zeden behandelen, ook verlof van hun hogere Overste, volgens de constituties.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam