• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Omdat de gehele Kerk uit haar aard missionair is en het werk van de evangelisatie beschouwd moet worden als een fundamentele plicht van het Godsvolk, moeten alle christengelovigen, bewust van hun eigen verantwoordelijkheid, hun deel in het missiewerk bijdragen.
§ 1 De hoogste leiding en coördinatie van initiatieven en activiteiten inzake het missiewerk en de missionaire samenwerking komt toe aan de Paus en het Bisschoppencollege.

§ 2 Alle Bisschoppen moeten, als verantwoordelijken voor de universele Kerk en voor alle Kerken, ieder persoonlijk bijzondere zorg dragen voor het missiewerk, vooral door in hun eigen particuliere Kerk missionaire initiatieven te wekken, te behartigen en te ondersteunen.

Leden van instituten van gewijd leven zijn, daar zij zich krachtens hun toewijding aan de dienst van de Kerk wijden, verplicht zich bijzonder in te zetten voor de missie-activiteit, op de wijze het instituut eigen.
Tot missionarissen, die namelijk door het bevoegd kerkelijk gezag voor het missiewerk uitgezonden worden, kunnen uitgekozen worden autochtonen of niet-autochtonen, hetzij seculiere clerici, hetzij leden van instituten van gewijd leven of van een sociëteit van apostolisch leven, hetzij andere christengelovigen-leken.
§ 1 Bij de uitvoering van het missiewerk dienen catechisten betrokken te worden, namelijk christengelovigen-leken, die behoorlijk opgeleid zijn en die zich onderscheiden door hun christelijk leven; zij dienen zich onder leiding van een missionaris erop toe te leggen de leer van het Evangelie voor te houden en liturgische diensten en caritatieve werken te organiseren.

§ 2 Catechisten dienen opgeleid te worden in hiertoe bestemde scholen of, als deze ontbreken, onder leiding van missionarissen.

De eigenlijke missie-activiteit, waardoor de Kerk ingeplant wordt in volken en groepen waar zij nog niet geworteld is, wordt door de Kerk verricht vooral door het zenden van verkondigers van het Evangelie, totdat de jonge Kerken geheel gevormd zijn, wanneer zij namelijk voorzien zijn van eigen krachten en voldoende middelen waardoor zij het werk van de evangelisatie zelf kunnen realiseren.
§ 1 Missionarissen dienen door hun getuigenis van leven en woord een oprechte dialoog aan te gaan met degenen die niet in Christus geloven, opdat voor hen op een aan hun volksaard en cultuur aangepaste wijze wegen geopend worden, waarlangs zij ertoe gebracht kunnen worden om de evangelische boodschap te leren kennen.

§ 2 Zij dienen ervoor te zorgen dat zij aan hen die zij gereed achten voor het ontvangen van de evangelische boodschap, de geloofswaarheden onderwijzen en wel zó dat dezen tot het doopsel kunnen toegelaten worden, wanneer zij vrijwillig hierom vragen.

§ 1 Degenen die de wil tot het aanvaarden van het geloof in Christus kenbaar gemaakt hebben, moeten, na de tijd van het pre-catechumenaat doorlopen te hebben, met liturgische ceremoniën tot het catechumenaat worden toegelaten; hun namen moeten ingeschreven worden in een daartoe bestemd boek.

§ 2 Catechumenen moeten door onderricht en oefening in het christelijk leven op geëigende wijze ingewijd worden in het heilsmysterie en binnengeleid in het leven van het geloof, van de liturgie en de caritas van het Godsvolk en van het apostolaat.

§ 3 Het is de taak van de bisschoppenconferentie om statuten uit te vaardigen tot ordening van het catechumenaat, door te bepalen wat door de catechumenen gedaan moet worden en door te definiëren welke voorrechten hun toegekend worden.

Nieuw-gedoopten moeten op geëigende wijze gevormd worden tot het dieper leren kennen van de evangelische waarheid en tot het vervullen van de plichten die zij door het doopsel op zich hebben genomen; een oprechte liefde tot Christus en zijn Kerk moet hun bijgebracht worden.

§ 1 Het is de taak van de diocesane Bisschop in de missiegebieden:

  1. initiatieven en werken die de missie-activiteiten betreffen, te bevorderen, te leiden en te coördineren;
  2. ervoor zorg te dragen dat de vereiste overeenkomsten gesloten worden met de Oversten van instituten die zich aan het missiewerk wijden, en dat hun betrekkingen met dezen de missie ten goede komen.

§ 2 Aan de voorschriften waarover in § 1, nr.1, uitgevaardigd door de diocesane Bisschop, zijn alle missionarissen onderworpen, ook de religieuzen en hun helpers die in zijn gebied verblijven.

In elk bisdom moet ter behartiging van de missionaire samenwerking:

  1. gewerkt worden aan het bevorderen van missieroepingen;
  2. een priester aangesteld worden om initiatieven voor de missies daadwerkelijk te bevorderen, vooral de Pauselijke Missiewerken;
  3. de jaarlijkse missiedag gehouden worden;
  4. jaarlijks een gepaste financiële bijdrage voor de missies betaald worden, over te maken aan de Heilige Stoel.
De bisschoppenconferenties dienen instellingen op te richten en te bevorderen, waardoor mensen die uit de missiegebieden naar hun bisdommen komen om reden van arbeid of studie, op broederlijke wijze ontvangen en met geëigende pastorale zorg begeleid worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 26 oktober 2021

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam