• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het recht om kandidaten toe te laten tot het noviciaat komt aan de hogere Oversten toe volgens het eigen recht.
De Oversten dienen er met zorg over te waken slechts hen toe te laten die, naast de vereiste leeftijd, de gezondheid, het geschikt karakter en voldoende rijpheid hebben om het aan het instituut eigen leven aan te gaan; gezondheid, karakter en rijpheid dienen vastgesteld te worden, zo nodig ook met behulp van deskundigen, onverminderd het voorschrift van can. 220.
§ 1 Ongeldig wordt tot het noviciaat toegelaten:
  1. wie het zeventiende levensjaar nog niet voltooid heeft;
  2. een gehuwde, gedurende het huwelijk;
  3. wie nog door een gewijde band met een instituut van gewijd leven verbonden is of opgenomen is in een sociëteit van apostolisch leven, behoudens het voorschrift van can. 684;
  4. wie het instituut binnentreedt, daartoe gebracht door dwang, ernstige vrees of bedrog, of wie opgenomen wordt door een Overste die op gelijke wijze tot deze opname gebracht is;
  5. wie zijn opname in een instituut van gewijd leven of in een sociëteit van apostolisch leven verzwegen heeft.
§ 2 Het eigen recht kan andere beletselen ook voor de geldigheid van de toelating vaststellen, of voorwaarden toevoegen.
De Oversten mogen geen seculiere clerici tot het noviciaat toelaten zonder overleg met de eigen Ordinaris van dezen, en evenmin mensen met schulden die deze niet kunnen voldoen.
§ 1 Voordat de kandidaten tot het noviciaat toegelaten worden, moeten zij een doop- en vormbewijs voorleggen, alsmede een bewijs van vrije staat.

§ 2 Indien het gaat om de toelating van clerici of van hen die tot een ander instituut van gewijd leven, tot een sociëteit van apostolisch leven of tot een seminarie toegelaten geweest zijn, is bovendien vereist een getuigenis respectievelijk van de plaatselijke Ordinaris, van de hogere Overste van het instituut of de sociëteit of van de rector van het seminarie.

§ 3 Het eigen recht kan andere getuigenissen eisen betreffende de vereiste geschiktheid van de kandidaten en het vrij zijn van beletselen.

§ 4 De Oversten kunnen eveneens, ook onder geheimhouding, andere inlichtingen inwinnen, als zij dit nodig vinden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam