• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

§ 1 Een vicarius foraneus, die ook deken of aartspriester of ook anders genoemd wordt, is een priester die aan het hoofd van een dekanaat gesteld wordt.

§ 2 Tenzij door het particulier recht iets anders bepaald wordt, wordt een deken benoemd door de diocesane Bisschop, na volgens zijn wijs oordeel de priesters gehoord te hebben die in het betreffende dekanaat hun bediening uitoefenen.

§ 1 Tot het ambt van deken, dat niet met het ambt van pastoor van een bepaalde parochie verbonden is, dient de Bisschop een priester uit te kiezen die hij gezien de omstandigheden van plaats en tijd geschikt acht.

§ 2 Een deken dient benoemd te worden voor een bepaalde tijd, die door het particulier recht vastgesteld is.

§ 3 Om een goede reden kan de diocesane Bisschop, overeenkomstig zijn wijze beschikking, een deken vrij uit zijn ambt verwijderen.

§ 1 Een deken heeft, naast de bevoegdheden hem door het particulier recht wettig verleend, de plicht en het recht:

  1. de gemeenschappelijke pastorale activiteit in het dekanaat te bevorderen en te coördineren;
  2. ervoor te zorgen dat de clerici van zijn district een leven leiden in overeenstemming met hun eigen staat en dat zij zorgvuldig aan hun plichten voldoen;
  3. ervoor te zorgen dat de religieuze diensten volgens de voorschriften van de heilige liturgie gecelebreerd worden, dat de schoonheid en de luister van de kerken en van de gewijde gebruiksvoorwerpen, vooral in de eucharistieviering en in het bewaren van het allerheiligste Sacrament, zorgvuldig in stand gehouden worden, dat de parochieboeken op de juiste wijze bijgehouden worden en naar behoren bewaard, dat de kerkelijke goederen met zorg beheerd worden; tenslotte dat de pastorie met de vereiste zorg onderhouden wordt.

§ 2 In het hem toevertrouwde dekanaat dient de deken:

  1. ervoor te ijveren dat de clerici, overeenkomstig de voorschriften van het particulier recht, op vastgestelde tijden aanwezig zijn bij lezingen, theologische bijeenkomsten of conferenties, volgens can. 279, § 2;
  2. te zorgen dat voor de priesters van zijn district geestelijke bijstand voorhanden is; evenzeer dient hij heel bijzonder zorg te dragen voor degenen die in erg moeilijke omstandigheden verkeren of onder problemen gebukt gaan.

§ 3 De deken dient te zorgen dat de pastoors van zijn district van wie hij weet dat zij ernstig ziek zijn, niet verstoken blijven van geestelijke en materiële bijstand, en dat voor hen die overleden zijn, op waardige wijze de uitvaart gecelebreerd wordt; hij dient er ook op toe te zien dat bij gelegenheid van ziekte of dood, geen boeken, documenten, gewijde gebruiksvoorwerpen en andere zaken die de Kerk toebehoren, verloren gaan of weggenomen worden.

§ 4 Een deken is aan de verplichting gehouden, volgens de door de diocesane Bisschop getroffen regeling, de parochies van zijn district te visiteren.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam