• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 In elke curie dient een kanselier aangesteld te worden, wiens voornaamste taak het is, tenzij anders door het particulier recht bepaald wordt, te zorgen dat de akten van de curie opgesteld en verzonden worden, en dat deze in het archief van de curie bewaard worden.

§ 2 Indien het nodig geacht wordt, kan aan de kanselier een helper gegeven worden, die vice-kanselier genoemd wordt.

§ 3 De kanselier en ook de vice-kanselier zijn daardoor notarii en secretarissen van de curie.

§ 1 Naast de kanselier kunnen andere notarii aangesteld worden, wier schrijven of ondertekening publieke betrouwbaarheid verleent wat betreft hetzij gelijk welke akten, hetzij alleen gerechtelijke akten, hetzij alleen akten van een bepaalde zaak of aangelegenheid.

§ 2 De kanselier en de notarii moeten van onbesproken naam zijn en boven elke verdenking verheven; in zaken waarin de goede naam van een priester gevaar kan lopen, moet de notarius een priester zijn.

De taak van notarii is:
  1. de akten en documenten op schrift te stellen betreffende decreten, beschikkingen, verplichtingen en andere zaken die hun medewerking vereisen;
  2. getrouw schriftelijk vast te leggen wat behandeld wordt, en dit met vermelding van plaats, dag, maand en jaar te ondertekenen;
  3. akten of documenten aan degene die deze wettig vraagt uit het register, met inachtneming van de voorschriften, voor te leggen en afschriften daarvan aan het authentieke stuk conform te verklaren.
De kanselier en de andere notarii kunnen door de diocesane Bisschop vrij uit hun ambt ontslagen worden, niet echter door de diocesane Administrator, tenzij met toestemming van het consultorencollege.
§ 1 Alle documenten die het bisdom of de parochies betreffen moeten met de grootste zorg bewaard worden.

§ 2 In elke curie dient op een veilige plaats een diocesaan archief of bewaarplaats opgericht te worden, waarin documenten en geschriften die op diocesane aangelegenheden, zowel geestelijke als tijdelijke, betrekking hebben, duidelijk geordend en zorgvuldig afgesloten bewaard worden.

§ 3 Van de documenten die zich in het archief bevinden, dient een inventaris of cataloog gemaakt te worden, met een korte samenvatting van elk geschrift.

§ 1 Het archief moet afgesloten zijn en een sleutel ervan mogen alleen de Bisschop en de kanselier hebben; het is niemand toegestaan er binnen te gaan, tenzij met verlof van de Bisschop ofwel van de Moderator van de curie samen met dat van de kanselier.

§ 2 Het is het recht van hen die het aangaat, een authentiek afschrift of fotokopie van documenten die naar hun aard publiek zijn en die de staat van hun persoon betreffen, persoonlijk of door een vertegenwoordiger te ontvangen.

Het is niet geoorloofd documenten uit het archief naar elders te brengen, tenzij slechts voor korte tijd en met toestemming van de Bisschop ofwel van de Moderator van de curie samen met die van de kanselier.
§ 1 Er dient in de diocesane curie ook een geheim archief te zijn of ten minste in het gewone archief een kast of kist, geheel dicht en afgesloten, die niet van de plaats verwijderd kan worden, waarin namelijk documenten die geheim gehouden moeten worden, met de grootste voorzorgen bewaard dienen te worden.

§ 2 Elk jaar dienen documenten betreffende strafzaken op het gebied van de zeden, waarvan de aangeklaagden overleden zijn of welke sinds tien jaar door een veroordelende uitspraak gesloten zijn, vernietigd te worden, behoudens een korte samenvatting van het feit met de tekst van de definitieve uitspraak.

§ 1 Alleen de Bisschop mag de sleutel van het geheim archief hebben.

§ 2 Wanneer de zetel vacant is, mag het geheim archief of de geheime kast niet geopend worden, tenzij in een geval van echte noodzaak door de diocesane Administrator zelf.

§ 3 Uit het geheim archief of de geheime kast mogen geen documenten naar elders gebracht worden.

§ 1 De diocesane Bisschop dient te zorgen dat de akten en documenten, ook van de archieven van kathedrale, collegiale en parochiekerken en van andere in zijn gebied gelegen kerken, zorgvuldig bewaard worden, en dat inventarissen of catalogen opgesteld worden in twee exemplaren, waarvan het ene in het eigen archief en het andere in het diocesane archief bewaard dienen te worden.

§ 2 De diocesane Bisschop dient ook te zorgen dat in het bisdom een historisch archief bestaat en dat documenten die een historische waarde hebben daarin zorgvuldig bewaard worden en systematisch geordend.

§ 3 Voor de inzage en het naar elders brengen van akten en documenten waarover in de §§ 1 en 2, dienen de door de diocesane Bisschop vastgestelde normen in acht genomen te worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam