• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 In elk bisdom moet door de diocesane Bisschop een Vicaris-generaal aangesteld worden die, beschikkend over gewone macht volgens de canones die volgen, hem in het bestuur van het gehele bisdom terzijde staat.

§ 2 Als algemene regel dient aangehouden te worden dat er één Vicaris-generaal aangesteld wordt, tenzij de uitgestrektheid van het bisdom of het aantal inwoners of andere pastorale redenen iets anders raadzaam maken.

Telkens als het goed bestuur van het bisdom dit vereist, kunnen door de diocesane Bisschop ook een of meerdere bisschoppelijke Vicarissen aangesteld worden, die namelijk of in een bepaald deel van het bisdom of voor een bepaalde soort aangelegenheden of betreffende gelovigen van een bepaalde ritus of van een bepaalde groep van personen, over dezelfde gewone macht beschikken die krachtens het universeel recht aan een Vicaris-generaal toekomt, volgens de canones die volgen.
§ 1 Een Vicaris-generaal en een bisschoppelijk Vicaris worden door de diocesane Bisschop vrij benoemd en kunnen door hem vrij ontslagen worden, onverminderd het voorschrift van can. 406; een bisschoppelijk Vicaris die geen hulpbisschop is, mag slechts benoemd worden voor een tijd in de aanstellingsakte zelf te bepalen.

§ 2 Bij afwezigheid of wettige verhindering van een Vicaris-generaal, kan de diocesane Bisschop een ander als plaatsvervanger benoemen; dezelfde norm wordt toegepast voor een bisschoppelijk Vicaris.

§ 1 Een Vicaris-generaal en een bisschoppelijk Vicaris dienen priester te zijn, niet jonger dan dertig jaar, doctor of licentiaat in het canoniek recht of de theologie of ten minste echt deskundig in die wetenschappen, aanbevelenswaardig door een gezonde leer, rechtschapenheid, een wijs oordeel en ervaring in de behandeling van zaken.

§ 2 Het ambt van Vicaris-generaal en bisschoppelijk Vicaris kan niet samengaan met het ambt van kanunnik-penitencier en kan ook niet aan bloedverwanten tot in de vierde graad van de Bisschop gegeven worden.

§ 1 De Vicaris-generaal komt ambtshalve in het gehele bisdom de uitvoerende macht toe die in het recht de diocesane Bisschop toekomt, om namelijk alle administratieve beschikkingen te treffen, met uitzondering van die welke de Bisschop zich voorbehouden heeft of krachtens het recht een speciaal mandaat van de Bisschop vereisen.

§ 2 Een bisschoppelijk Vicaris komt van rechtswege dezelfde macht toe waarover in § 1, maar alleen voor het bepaalde deel van het gebied of het soort van aangelegenheden of de gelovigen van een bepaalde ritus of groep waarvoor hij aangesteld is, met uitzondering van de zaken die de Bisschop aan zich of aan een Vicaris-generaal voorbehouden heeft, of die krachtens het recht een speciaal mandaat van de Bisschop vereisen.

§ 3 Een Vicaris-generaal en een bisschoppelijk Vicaris beschikken, binnen de omgrenzing van hun bevoegdheid, ook over de door de Apostolische Stoel aan de Bisschop verleende habituele bevoegdheden, alsook over de uitvoering van rescripten, tenzij uitdrukkelijk iets anders voorzien is of tenzij de keuze gebeurde omwille van de kwaliteit van de persoon van de diocesane Bisschop.

Een Vicaris-generaal en een bisschoppelijk Vicaris moeten aan de diocesane Bisschop verslag uitbrengen omtrent de belangrijkste aangelegenheden, zowel die nog behandeld moeten worden als die reeds behandeld zijn, en zij mogen nooit tegen de wil en de geest van de diocesane Bisschop handelen.
§ 1 De macht van een Vicaris-generaal en van een bisschoppelijk Vicaris houdt op te bestaan door het verstrijken van de tijd van het mandaat, door afstand en eveneens, behoudens de canones 406 en 409, door het hun door de diocesane Bisschop betekend ontslag, alsook door vacatie van de bisschoppelijke zetel.

§ 2 Bij opschorting van het ambt van de diocesane Bisschop wordt de macht van een Vicaris-generaal en van een bisschoppelijk Vicaris opgeschort, tenzij zij de bisschoppelijke waardigheid bezitten.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam