• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De zaken moeten behandeld worden in die volgorde waarin zij ingediend zijn en op de rol gezet, tenzij een ervan een snelle behandeling vereist vóór de overige, hetgeen dan bij bijzonder decreet, met redenen omkleed, vastgesteld moet worden.
§ 1 Gebreken die de nietigheid van het vonnis tot gevolg kunnen hebben, kunnen in elke staat of graad van het geding tegengeworpen worden en ook door de rechter ambtshalve vastgesteld.

§ 2 Naast de gevallen waarover in § 1, moeten opschortende excepties en vooral die met betrekking tot personen en de wijze van geding voeren, opgeworpen worden vóór het vastleggen van het geschil, tenzij zij na het vastleggen van het geschil opgekomen zijn, en zij moeten zo spoedig mogelijk beslecht worden.

§ 1 Indien een exceptie opgeworpen wordt tegen de bevoegdheid van de rechter, moet de rechter zelf deze aangelegenheid beoordelen.

§ 2 In geval van een exceptie van relatieve onbevoegdheid is, indien de rechter zich bevoegd verklaart, tegen zijn beslissing geen beroep mogelijk, maar zijn een klacht van nietigheid en een herstel in de oorspronkelijke toestand niet verboden.

§ 3 Indien de rechter zich echter onbevoegd verklaart, kan de partij die zich benadeeld acht, zich binnen vijftien dagen tot de rechtbank van beroep wenden.

De rechter die, in welke stand van de zaak ook, tot de bevinding komt dat hij absoluut onbevoegd is, moet zich onbevoegd verklaren.
§ 1 De excepties van kracht van gewijsde, van een minnelijke schikking en de andere peremptoire excepties, welke geschilbeëindigend genoemd worden, moeten opgeworpen en behandeld worden vóór het vastleggen van het geschil; wie deze later opgeworpen heeft, mag niet afgewezen worden, maar dient veroordeeld te worden tot de kosten, tenzij hij bewijst dat hij zijn verzet niet te kwader trouw uitgesteld heeft.

§ 2 Andere peremptoire excepties dienen bij het vastleggen van het geschil opgeworpen te worden en moeten te gelegener tijd behandeld worden volgens de regels aangaande incidentele zaken.

§ 1 Tegenvorderingen kunnen niet geldig ingediend worden, tenzij binnen dertig dagen vanaf het vastleggen van het geschil.

§ 2 Deze dienen tegelijk met de gewone vordering behandeld te worden, dit wil zeggen in gelijke graad hiermee, tenzij het noodzakelijk is ze afzonderlijk te behandelen of de rechter dit geschikter acht.

Vragen over de borg voor de gerechtskosten, of over de verlening van kosteloze rechtsbijstand, die onmiddellijk na de aanvang aangevraagd is, en andere soortgelijke vragen moeten in de regel vóór het vastleggen van het geschil behandeld worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam