• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Alle Christengelovigen, op de eerste plaats echter de Bisschoppen, dienen zich in te spannen dat, met behoud van de rechtvaardigheid, geschillen in het volk van God, in de mate waarin het kan, vermeden en zo spoedig mogelijk vreedzaam bijgelegd worden.

§ 2 Een rechter mag niet naalden, bij de aanvang van een geschil en ook op gelijk welk ander ogenblik dat hij enige hoop heeft op een goed resultaat, de partijen aan te sporen en bijstand te verlenen om door gemeenschappelijk overleg een billijke oplossing voor het geschil te zoeken, en hij dient hun geschikte wegen voor dit doel aan te wijzen, ook door gezaghebbende mensen ter bemiddeling erbij te betrekken.

§ 3 Indien het geschil handelt over private goederen van partijen, dient de rechter te onderzoeken of door een minnelijke schikking of door een arbitrage, volgens de canones 1713-1716, het geschil doeltreffend beëindigd kan worden.

Wie in een zaak opgetreden is als rechter, promotor van het recht, verdediger van de band, procurator, advocaat, getuige of deskundige, kan nadien in een volgende instantie dezelfde zaak niet op geldige wijze als rechter beslechten of hierin het ambt van bijzitter waarnemen.
§ 1 Een rechter mag geen zaak ter behandeling aannemen, waarin hij op grond van bloed- en aanverwantschap in welke graad ook in rechte lijn en tot en met de vierde graad in zijlijn, of op grond van voogdij en curatele, van nauwe betrokkenheid in het dagelijks leven, van een zeer gespannen verstandhouding, of om er voordeel uit te halen of schade te vermijden, persoonlijk enig belang heeft.

§ 2 In dezelfde omstandigheden moeten de promotor van het recht, de verdediger van de band, de bijzitter en de onderzoeksrechter zich onthouden van de uitoefening van hun ambt.

§ 1 In de gevallen waarover in can. 1448, kan, indien de rechter zelf zich niet onthoudt, een partij hem wraken.

§ 2 De Gerechtsvicaris oordeelt over de wraking; indien hij zelf gewraakt wordt, oordeelt de Bisschop die de rechtbank voorzit.

§ 3 Indien de Bisschop rechter is en tegen hem een wraking gericht wordt, dient hij zich van een beoordeling te onthouden.

§ 4 Indien de wraking gericht wordt tegen de promotor van het recht, de verdediger van de band of tegen andere leden van de rechtbank, oordeelt de voorzitter van de collegiale rechtbank over deze exceptie, of de rechter zelf, indien hij als enige rechter in de zaak optreedt.

Bij aanvaarding van de wraking moeten de personen veranderd worden, niet echter de graad van het geding.
§ 1 Over een kwestie aangaande wraking moet zo snel mogelijk beslist worden, na de partijen gehoord te hebben en de promotor van het recht of de verdediger van de band, indien zij in de zaak optreden en zelf niet gewraakt zijn.

§ 2 De handelingen door de rechter gesteld voordat hij gewraakt wordt, zijn geldig; die echter welke gesteld zijn na indiening van een wraking moeten vernietigd worden, indien een partij het vraagt binnen tien dagen na het aanvaarden van de wraking.

§ 1 In een zaak die uitsluitend belangen van private personen betreft, kan de rechter alleen tot handelen overgaan op verzoek van een partij. Maar nadat een zaak wettig ingeleid is, kan en moet de rechter, ook ambtshalve, tot handelen overgaan in strafzaken en in andere zaken die het publiek belang van de Kerk of het zieleheil betreffen.

§ 2 Een rechter kan echter bovendien de nalatigheid van de partijen om bewijzen aan te voeren of om excepties op te werpen, aanvullen, telkens wanneer hij dit noodzakelijk acht om een zwaar onrechtvaardig vonnis te vermijden, onverminderd de voorschriften van can. 1600.

De rechters en de rechtbanken dienen er zorg voor te dragen dat, met behoud van de rechtvaardigheid, alle zaken zo spoedig mogelijk beëindigd worden, en dat zij in een rechtbank van eerste instantie niet langer dan een jaar duren, in een rechtbank van tweede instantie echter niet langer dan zes maanden.
Allen die deel uitmaken van een rechtbank of hieraan meewerken, moeten de eed afleggen hun taak op de voorgeschreven wijze en getrouw te vervullen.
§ 1 De rechters en medewerkers van de rechtbank zijn in een strafgeding altijd, in een contentieus geding slechts indien uit de bekendmaking van een of andere proceshandeling nadeel voor de partijen kan ontstaan, gehouden het beroepsgeheim te bewaren.

§ 2 Zij zijn ook steeds gehouden het geheim te bewaren betreffende de bespreking die tussen de rechters in een collegiale rechtbank plaats vindt voordat het vonnis geveld wordt, en eveneens betreffende de verschillende uitgebrachte stemmen en de meningen die daar geuit werden, onverminderd het voorschrift van can. 1609, § 4.

§ 3 Telkens wanneer de aard van de zaak of van de bewijzen zodanig is dat door de bekendmaking van de akten of bewijzen de goede naam van anderen in gevaar komt, of wanneer daardoor een aanleiding verschaft wordt tot onenigheid, of ergernis of een ander dergelijk nadeel ontstaat, kan de rechter bovendien de getuigen, de deskundigen, de partijen en hun advocaten of procuratoren onder eed tot geheimhouding verplichten.

Het is aan de rechter en aan alle leden van de rechtbank verboden bij gelegenheid van het behandelen van het geding enig geschenk te aanvaarden.
§ 1 De rechters die, wanneer zij zeker en duidelijk bevoegd zijn, rechtsbedeling weigeren of die, zonder op enig voorschrift van het recht te steunen, zich bevoegd verklaren en zaken behandelen en beslechten, of die de wet op het beroepsgeheim schenden, of die door list of ernstige verwaarlozing andere schade aan de gedingvoerende partijen toebrengen, kunnen door de bevoegde overheid gestraft worden met passende straffen, ontneming van het ambt niet uitgesloten.

§ 2 Aan dezelfde sancties zijn onderworpen de leden en medewerkers van de rechtbank, indien zij in hun ambt, zoals boven bepaald, te kort geschoten zijn; al dezen kan ook de rechter straffen.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam