• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Eerste Zetel wordt door niemand geoordeeld.

§ 1 Alleen de Paus zelf heeft het recht te oordelen in zaken waarover in can. 1401:

  1. over degenen die het hoogste staatsambt bekleden;
  2. over Kardinalen;
  3. over Gezanten van de Apostolische Stoel, en in strafzaken over Bisschoppen;
  4. over andere zaken waarvan hij de beoordeling aan zich getrokken heeft.

§ 2 Een rechter kan niet oordelen over een beschikking of een document, in bijzondere vorm door de Paus bevestigd, tenzij een mandaat van deze hieraan voorafgegaan is.

§ 3 Het is aan de Romeinse Rota voorbehouden te oordelen:

  1. over Bisschoppen in contentieuze zaken, onverminderd het voorschrift van can. 1419, § 2;
  2. over een Abt-primaat, of over een Abt-overste van een monastieke congregatie, en over een hoogste Bestuurder van religieuze instituten van pauselijk recht;
  3. over bisdommen of andere kerkelijke personen, hetzij fysieke hetzij rechtspersonen, die geen Overste hebben lager dan de Paus.
§ 1 Bij schending van het voorschrift van can. 1404 worden de handelingen en beslissingen als niet-bestaand beschouwd.

§ 2 In zaken waarover in can. 1405, is de onbevoegdheid van andere rechters absoluut.

§ 1 Niemand kan in eerste instantie gedagvaard worden, tenzij voor een kerkelijk rechter die bevoegd is op een van de titels die in de canones 1408-1414 bepaald worden.

§ 2 De onbevoegdheid van de rechter die zich op geen enkele van deze titels beroepen kan, wordt relatief genoemd.

§ 3 De eiser is gehouden aan het gerecht van de gedaagde partij; indien de gedaagde partij op meerdere plaatsen voor het gerecht gedaagd kan worden, wordt de keuze van het gerecht aan de eiser verleend.

Iedereen kan gedagvaard worden voor de rechtbank van zijn domicilie of quasi-domicilie.
§ 1 Een zwerver wordt voor het gerecht gedaagd in de plaats waar hij daadwerkelijk verblijft.

§ 2 Degene van wie noch het domicilie noch het quasi-domicilie noch de verblijfplaats bekend zijn, kan gedagvaard worden voor het gerecht van de eiser, mits er geen ander wettig gerecht is.

Op grond van de ligging van de zaak kan een partij gedagvaard worden voor de rechtbank van de plaats waar de betwiste zaak zich bevindt, telkens wanneer de vordering op de zaak gericht is, of wanneer het over ontvreemde goederen gaat.
§ 1 Op grond van een verbintenis kan een partij gedagvaard worden voor de rechtbank van de plaats waar de verbintenis aangegaan is of waar zij uitgevoerd moet worden, tenzij de partijen in onderlinge overeenstemming een andere rechtbank gekozen hebben.

§ 2 Indien de zaak handelt over verplichtingen die uit een andere titel voortvloeien, kan een partij gedagvaard worden voor de rechtbank van de plaats waar de verplichting ontstaan is of waar zij vervuld moet worden.

In strafzaken kan de beschuldigde, ook al is hij afwezig, gedagvaard worden voor de rechtbank van de plaats waar het misdrijf bedreven is.
Een partij kan gedagvaard worden:
  1. in zaken die een beheer betreffen, voor de rechtbank van de plaats waar het beheer gevoerd is;
  2. in zaken die erfenissen of legaten met vrome bestemmingen betreffen, voor de rechtbank van het laatste domicilie of quasi-domicilie of verblijfplaats, volgens de canones 1408-1409, van hem over wiens erfenis of legaat met vrome bestemming het gaat, tenzij het de loutere uitvoering van het legaat betreft, die beoordeeld moet worden volgens de gewone normen van bevoegdheid.
Op grond van samenhang moeten door één en dezelfde rechtbank in hetzelfde proces de zaken behandeld worden die verband houden met elkaar, tenzij een voorschrift van de wet dit verhindert.
Op grond van voorrang, indien twee of meerdere rechtbanken in dezelfde mate bevoegd zijn, heeft die het recht de zaak te behandelen, die het eerst de gedaagde partij wettig gedagvaard heeft.
Bevoegdheidsconflicten tussen rechtbanken aan dezelfde rechtbank van beroep onderworpen, worden door deze rechtbank opgelost; door de Apostolische Signatuur, indien zij niet aan dezelfde rechtbank van beroep onderworpen zijn.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam