• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Naast degenen die in de canones 1355-1356 opgesomd worden, kunnen allen die bevoegd zijn van een wet welke met een straf gesanctioneerd is, te dispenseren of van een verordening die dreigt met een straf te ontheffen, ook die straf kwijtschelden.

§ 2 Bovendien kan een wet of verordening die een straf vaststelt, ook anderen de macht geven tot kwijtschelding.

§ 3 Indien de Apostolische Stoel de kwijtschelding van een straf aan zich of aan anderen voorbehouden heeft, moet dit voorbehoud strikt geïnterpreteerd worden.

§ 1 Een straf bij wet vastgesteld, als zij opgelegd of verklaard is, kunnen kwijtschelden, mits zij niet aan de Apostolische Stoel voorbehouden is:
  1. de Ordinaris die een gerechtelijke procedure in gang gezet heeft om de straf op te leggen of te verklaren, of die bij decreet deze zelf of door een ander opgelegd of verklaard heeft;
  2. de Ordinaris van de plaats waar de dader verblijft, na overleg echter met de Ordinaris over wie in nr.1, tenzij dit wegens buitengewone omstandigheden onmogelijk is.
§ 2 Een van rechtswege opgelopen, nog niet verklaarde en bij wet vastgestelde straf, kan de Ordinaris, indien ze niet aan de Apostolische Stoel voorbehouden is, kwijtschelden aan zijn onderdanen en aan degenen die in zijn ambtsgebied verblijven of daar het misdrijf begaan hebben, en ook iedere Bisschop in het kader evenwel van een sacramentele belijdenis.
§ 1 Een bij uitspraak opgelegde of van rechtswege opgelopen straf, vastgesteld bij een verordening die niet door de Apostolische Stoel uitgevaardigd is, kunnen kwijtschelden:
  1. de Ordinaris van de plaats waar de dader verblijft;
  2. indien de straf opgelegd of verklaard is, ook de Ordinaris die de gerechtelijke procedure in gang gezet heeft om de straf op te leggen of te verklaren, of die haar bij decreet zelf of door een ander opgelegd of verklaard heeft.
§ 2 Voordat kwijtschelding plaats vindt, moet degene die de verordening uitgevaardigd heeft, geraadpleegd worden, tenzij dit wegens buitengewone omstandigheden onmogelijk is.
§ 1 Onverminderd de voorschriften van de canones 508 en 976, kan de biechtvader een van rechtswege opgelopen en niet verklaarde censuur van excommunicatie of interdict kwijtschelden in het sacramentele inwendig rechtsbereik, indien het de biechteling zwaar valt in staat van ernstige zonde te blijven gedurende de tijd noodzakelijk voor de bevoegde Overste om voorzieningen te treffen.

§ 2 Bij het verlenen van kwijtschelding dient de biechtvader de biechteling de verplichting op te leggen om binnen een maand op straffe van terugval in de straf zich te wenden tot de bevoegde Overste of tot een priester die de bevoegdheid heeft, en diens opdrachten uit te voeren; intussen dient hij een passende boetedoening en, in zover het dringend is, herstel van ergernis en schade op te leggen; zich wenden tot de Overste of priester kan echter ook gebeuren door middel van de biechtvader, zonder vermelding van naam.

§ 3 Tot dezelfde plicht om zich tot de Overste of priester te wenden zijn, na hun genezing, ook zij gehouden aan wie volgens can. 976 een censuur kwijtgescholden is die opgelegd of verklaard of aan de Apostolische Stoel voorbehouden is.

§ 1 Kwijtschelding van een censuur kan niet verleend worden tenzij aan een dader die volgens can. 1347, § 2 teruggekeerd is van zijn halsstarrigheid; aan wie terugkeert kan zij evenwel niet geweigerd worden.

§ 2 Wie een censuur kwijtscheldt, kan voorzieningen treffen volgens can. 1348 of ook een boetedoening opleggen.

Indien iemand door meerdere straffen gebonden is, geldt de kwijtschelding slechts voor de straffen die hierin uitdrukkelijk vermeld zijn; een algemene kwijtschelding echter neemt alle straffen weg, behalve die welke de schuldige in zijn verzoek te kwader trouw verzwegen heeft.
Kwijtschelding van een straf door middel van ernstige vrees afgedwongen, is ongeldig.
§ 1 Kwijtschelding kan ook verleend worden aan een afwezige of onder voorwaarde.

§ 2 Kwijtschelding in het uitwendig rechtsbereik dient schriftelijk verleend te worden, tenzij een ernstige reden iets anders wenselijk maakt.

§ 3 Er moet gewaakt worden dat een aanvraag van kwijtschelding of een kwijtschelding zelf niet bekend gemaakt wordt, tenzij in zover het nuttig is om de goede naam van de schuldige te beschermen of noodzakelijk om ergernis weg te nemen.

§ 1 Een strafvordering vervalt door verjaring na drie jaar, tenzij het gaat:
  1. om misdrijven die voorbehouden zijn aan de Congregatie voor de Geloofsleer;
  2. om een vordering wegens misdrijven waarover in de canones 1394, 1395, 1397, 1398, die na vijf jaar verjaart;
  3. om misdrijven die niet door het algemeen recht bestraft worden, als de particuliere wet een andere termijn van verjaring vastgesteld heeft.
§ 2 De verjaring loopt vanaf de dag dat het misdrijf gepleegd is, of indien het misdrijf blijvend of habitueel is, vanaf de dag dat het heeft opgehouden te bestaan.
§ 1 Indien binnen de termijnen waarover in can. 1362, te berekenen vanaf de dag waarop het veroordelend vonnis kracht van gewijsde gekregen heeft, aan de schuldige het uitvoeringsbesluit van de rechter waarover in can. 1651, niet bekend gemaakt is, vervalt de vordering om de straf uit te voeren door verjaring.

§ 2 Hetzelfde geldt, met inachtneming van de voorschriften, als de straf bij buitengerechtelijk decreet opgelegd is.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam