• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

§ 1 Uitboetingsstraffen die een dader kunnen treffen ofwel voor het leven ofwel voor een bepaalde tijd ofwel voor onbepaalde tijd, zijn, naast andere die een wet mogelijk vastgesteld heeft, de volgende:

  1. het verbod of het gebod te verblijven op een bepaalde plaats of in een bepaald ambtsgebied;
  2. de ontneming van een macht, ambt, taak, recht, privilege, bevoegdheid, gunst, titel, onderscheidingsteken, ook louter op eretitel toegekend;
  3. het verbod die zaken uit te oefenen welke opgesomd worden onder nr.2, of het verbod deze op een bepaalde plaats of buiten een bepaalde plaats uit te oefenen; deze verboden gelden nooit op straffe van nietigheid;
  4. de overplaatsing naar een ander ambt bij wijze van straf;
  5. de wegzending uit de clericale staat.

§ 2 Alleen die uitboetingsstraffen kunnen van rechtswege opgelopen worden die in § 1, nr. 3 opgesomd worden.

§ 1 Het verbod om te verblijven op een bepaalde plaats of in een bepaald ambtsgebied kan hetzij clerici hetzij religieuzen treffen; het gebod echter om ergens te verblijven, seculiere clerici en, binnen de grenzen van de constituties, religieuzen.

§ 2 Opdat het gebod om te verblijven op een bepaalde plaats of in een bepaald ambtsgebied opgelegd wordt, moet er de toestemming bij komen van de Ordinaris van die plaats, tenzij het gaat over een huis dat bestemd is ook voor clerici van buiten het bisdom die boete doen of zich moeten beteren.

§ 1 De gevallen van ontneming en verbod die in can. 1336, § 1, nrs. 2 en 3 opgesomd worden, treffen nooit machten, ambten, taken, rechten, privileges, bevoegdheden, gunsten, titels, onderscheidingstekens die niet vallen onder de macht van de Overste die de straf vaststelt.

§ 2 Ontneming van wijdingsmacht is onmogelijk, maar alleen kan het verbod gegeven worden deze macht of sommige handelingen ervan uit te oefenen; ontneming van academische graden is eveneens onmogelijk.

§ 3 Ten aanzien van de verboden die in can. 1336, § 1, nr. 3 aangegeven worden, moet de norm in acht genomen worden die in can. 1335 betreffende de censuren gegeven wordt.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam