• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kardinalen van de heilige Kerk van Rome vormen een bijzonder College waaraan het toekomt in de verkiezing van de Paus te voorzien volgens het bijzonder recht; eveneens staan de Kardinalen de Paus terzijde, hetzij door als college op te treden wanneer zij samengeroepen worden om vragen van groter belang te behandelen, hetzij afzonderlijk door in de verschillende ambten die zij bekleden de Paus bij te staan, vooral in de dagelijkse zorg voor de gehele Kerk.

§ 1 Het Kardinalencollege is ingedeeld in drie orden: de bisschoppelijke, waartoe de Kardinalen behoren aan wie door de Paus de titel toegewezen wordt van een suburbicaire Kerk, alsook de Oosterse Patriarchen die in het Kardinalencollege opgenomen zijn; de presbyterale en de diaconale.

§ 2 Aan de Kardinalen van de presbyterale en diaconale orde worden door de Paus ieder hun eigen titel of diaconie in Rome toegewezen.

§ 3 De in het Kardinalencollege opgenomen Oosterse Patriarchen hebben hun patriarchale zetel als titel.

§ 4 De Kardinaal-Deken heeft als titel het bisdom Ostia, samen met de andere Kerk die hij reeds als titel had.

§ 5 Door een in een Commissie gemaakte en door de Paus goedgekeurde optie kunnen, met inachtneming van de voorrang in wijding en verheffing, Kardinalen van de presbyterale orde overgaan naar een andere titel en Kardinalen van de diaconale orde naar een andere diaconie en, indien zij tien volle jaren in de diaconale orde gebleven zijn, ook naar de presbyterale orde.

§ 6 Een Kardinaal die door optie van de diaconale orde naar de presbyterale orde overgaat, verkrijgt een plaats vóór al de Kardinaal-priesters die na hem tot het Kardinalaat verheven zijn.

§ 1 Om tot Kardinaal verheven te worden, worden door de Paus vrij mannen uitgekozen die ten minste de priesterwijding ontvangen hebben en uitmunten in de leer, de zeden, in vroomheid en in wijs oordeel bij het behandelen van zaken; zij die nog geen Bisschop zijn, moeten de bisschopswijding ontvangen.

§ 2 Kardinalen worden gecreëerd door een decreet van de Paus, dat ten overstaan van het Kardinalencollege bekend gemaakt wordt; vanaf de bekendmaking zijn ze gehouden aan de plichten en genieten zij de rechten door de wet bepaald.

§ 3 Hij die tot de waardigheid van Kardinaal verheven is, wiens creatie de Paus aangekondigd heeft, de naam echter voor zich houdend, is in de tussentijd aan geen plichten van de Kardinalen gehouden en geniet geen enkel van hun rechten; nadat echter zijn naam door de Paus bekendgemaakt is, is hij gehouden aan die plichten en geniet hij die rechten, maar het recht van voorrang geniet hij vanaf de dag van het voorbehoud van zijn naam.

§ 1 De Deken zit het Kardinalencollege voor en bij diens verhindering vervangt de Subdeken hem; de Deken, of de Subdeken, geniet geen enkele bestuursmacht over de andere Kardinalen, maar geldt als eerste onder zijns gelijken.

§ 2 Wanneer het ambt van Deken vacant wordt, dienen de Kardinalen die de titel dragen van een suburbicaire Kerk, en zij alleen, onder voorzitterschap van de Subdeken, indien deze aanwezig is, of van de oudste onder hen, een uit hun midden te kiezen om als Deken van het College op te treden; zij dienen zijn naam aan de Paus mee te delen, aan wie het toekomt de gekozene goed te keuren.

§ 3 Op dezelfde wijze als waarover in § 2, wordt onder voorzitterschap van de Deken zelf de Subdeken gekozen; ook de goedkeuring van de verkiezing van de Subdeken komt aan de Paus toe.

§ 4 De Deken en de Subdeken dienen, indien zij geen domicilie in Rome hebben, dit daar te verwerven.

§ 1 De Kardinalen helpen door collegiaal handelen de hoogste Herder van de Kerk vooral in de Consistories, waarin zij in opdracht van de Paus en onder diens voorzitterschap bijeenkomen; er zijn gewone en buitengewone Consistories.

§ 2 Tot een gewoon Consistorie worden alle Kardinalen bijeengeroepen, ten minste zij die in Rome verblijven, ter raadpleging omtrent sommige ernstige aangelegenheden, die evenwel nogal regelmatig voorkomen, of om sommige zeer plechtige handelingen te stellen.

§ 3 Tot een buitengewoon Consistorie, dat gehouden wordt wanneer bijzondere noden van de Kerk of de behandeling van meer ernstige aangelegenheden dit raadzaam maken, worden alle Kardinalen bijeengeroepen.

§ 4 Alleen een gewoon Consistorie waarin bepaalde plechtigheden gevierd worden, kan publiek zijn, wanneer naast de Kardinalen namelijk Prelaten, vertegenwoordigers van burgerlijke gemeenschappen en andere hiertoe genodigden toegelaten worden.

Aan Kardinalen aan het hoofd van dicasteries of andere permanente instituten van de Romeinse Curie en van Vaticaanstad, die hun vijfenzeventigste levensjaar voltooid hebben, wordt verzocht ontslag uit hun ambt aan de Paus aan te bieden, die na alles afgewogen te hebben daarin zal beslissen.

§ 1 Het komt de Kardinaal-Deken toe de tot Paus gekozene tot Bisschop te wijden, indien de gekozene de wijding niet heeft; bij verhindering van de Deken komt dit recht toe aan de Subdeken, en bij diens verhindering aan de oudste Kardinaal van de bisschoppelijke orde.

§ 2 De Kardinaal-Protodiaken kondigt de naam van de nieuw gekozen Paus aan het volk aan; hij legt ook de Metropolieten het pallium op of overhandigt dit aan hun gevolmachtigden, in plaats van de Paus.

De Kardinalen zijn aan de verplichting gehouden met zorg samen te werken met de Paus; daarom zijn de Kardinalen die enig ambt in de Curie bekleden en geen diocesane Bisschoppen zijn, aan de verplichting gehouden in Rome te resideren; Kardinalen die de zorg hebben voor een bisdom als diocesane Bisschoppen, dienen zich naar de Stad te begeven zo dikwijls zij door de Paus bijeengeroepen worden.

§ 1 Kardinalen aan wie een suburbicaire Kerk of een kerk in Rome als titel toegewezen is, dienen, nadat zij in het bezit daarvan gekomen zijn, het welzijn van deze bisdommen en kerken door hun raad en bescherming te bevorderen, waarover zij echter geen enkele bestuursmacht hebben en waarin zij op geen enkele wijze tussenbeide mogen komen in zaken die het beheer van de goederen ervan, de discipline of de dienst van de kerken betreffen.

§ 2 Kardinalen die buiten Rome en buiten hun eigen bisdom verblijven, zijn in aangelegenheden die hun persoon betreffen exempt van de bestuursmacht van de Bisschop van het bisdom waar zij verblijven.

Aan een Kardinaal aan wie door de Paus de taak wordt opgedragen om in een plechtige viering of bijeenkomst zijn persoon te vertegenwoordigen, als Legatus a latere, namelijk als zijn alter ego, evenals ook aan een Kardinaal aan wie de vervulling van een bepaalde pastorale taak wordt toevertrouwd als zijn speciale gezant, komt slechts toe wat hem door de Paus zelf opgedragen wordt.

Wanneer de Apostolische Stoel vacant is, beschikt het Kardinalencollege in de Kerk slechts over die macht die aan het College in een bijzondere wet gegeven is.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam