• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

§ 1 Haar heiligingstaak vervult de Kerk op bijzondere wijze door de heilige liturgie, die namelijk beschouwd wordt als de uitoefening van de priesterlijke taak van Jezus Christus, waarin de heiliging van de mensen door waarneembare tekenen betekend wordt en op een wijze die elk ervan eigen is, bewerkt wordt, en waarin door het mystiek Lichaam van Jezus Christus, door het Hoofd namelijk en door de ledematen, de volledige publieke eredienst van God uitgeoefend wordt.

§ 2 Deze eredienst is dan aanwezig, wanneer hij gebracht wordt in naam van de Kerk door wettig hiertoe afgevaardigde personen en door handelingen die door het gezag van de Kerk goedgekeurd zijn.

§ 1 De heiligingstaak oefenen in de eerste plaats uit de Bisschoppen, die de hogepriesters zijn, de voornaamste uitdelers van de mysteries van God en de leiders, bevorderaars en behoeders van het gehele liturgische leven in de hun toevertrouwde Kerk.

§ 2 Ook oefenen die taak uit de priesters, die namelijk, ook zelf deelgenoten aan het priesterschap van Christus, als zijn bedienaren onder het gezag van de Bisschop, gewijd worden om de goddelijke eredienst te vieren en het volk te heiligen.

§ 3 De diakens hebben deel aan het vieren van de goddelijke eredienst, volgens de voorschriften van het recht.

§ 4 In de heiligingstaak hebben ook de overige christengelovigen het aandeel dat hun eigen is door op hun wijze actief deel te nemen aan de liturgische vieringen, vooral aan de Eucharistie; op bijzondere wijze nemen aan deze zelfde taak deel de ouders door hun echtelijk leven in christelijke geest te leiden en door zorg te dragen voor een christelijke opvoeding van hun kinderen.

Daar de christelijke eredienst, waarin het algemeen priesterschap van de gelovigen uitgeoefend wordt, een werk is dat uit het geloof voortkomt en erop steunt, dienen de gewijde bedienaren er met ijver zorg voor te dragen dit geloof op te wekken en te verhelderen, vooral door de bediening van het woord, waardoor het geloof geboren en gevoed wordt.

§ 1 Liturgische handelingen zijn geen private handelingen, maar vieringen van de Kerk zelf, die "het sacrament van de eenheid" is, het heilig volk namelijk onder de Bisschoppen verenigd en geordend; daarom behoren zij tot het gehele Lichaam van de Kerk, maken het duidelijk zichtbaar en werken erop in; zijn afzonderlijke leden echter bereiken zij op verschillende wijze, naar gelang van de verscheidenheid van wijdingen, taken en daadwerkelijke deelneming.

§ 2 Liturgische handelingen dienen, voor zover zij door hun aard een gemeenschappelijke viering met zich meebrengen, waar dit kan, met veel toeloop en met actieve deelneming van de christengelovigen gevierd te worden.

§ 1 De leiding van de heilige liturgie komt alleen toe aan het gezag van de Kerk; zij berust namelijk bij de Apostolische Stoel en, volgens het recht, bij de diocesane Bisschop.

§ 2 Het komt de Apostolische Stoel toe de heilige liturgie van de gehele Kerk te ordenen, liturgische boeken uit te geven en aanpassingen, volgens het recht door Bisschoppenconferenties goedgekeurd, de vertaling ervan in de volkstalen te beoordelen, alsook erover te waken dat de liturgische bepalingen overal trouw in acht genomen worden.

§ 3 Het komt de bisschoppenconferentie toe vertalingen van de liturgische boeken in de volkstalen, getrouw en naar behoren aangepast ("aptatas") passend ondergebracht ("accomodatas") binnen de vastgestelde grenzen in de liturgische boeken zelf gesteld, voor te bereiden en goed te keuren en de liturgische boeken voor de gebieden van hun bevoegdheid deze uit te geven, na voorafgaande beoordeling bevestiging door de Heilige Stoel.

§ 4 Het komt de diocesane Bisschop toe in de hem toevertrouwde Kerk, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, normen op liturgisch gebied te geven waaraan allen gehouden zijn.

Zie ook:

Doorgehaalde tekst is verwijderd en onderstreepte tekst vervangen op basis van het Motu Proprio Paus Franciscus - Motu Proprio
Magnum Principium
Waarbij canon 838 van het Kerkelijk Wetboek gewijzigd wordt
(3 september 2017)
van Paus Franciscus van 3 september 2017 en vanaf 1 oktober 2017 van kracht.

§ 1 Ook door andere middelen volbrengt de Kerk haar heiligingstaak, hetzij door gebeden, waardoor zij van God afsmeekt dat de christengelovigen in waarheid geheiligd zijn, hetzij door werken van boetvaardigheid en liefde, die namelijk ten zeerste helpen om het Rijk van Christus in de zielen te doen wortelen en te sterken en die bijdragen tot het heil van de wereld.

§ 2 De plaatselijke Ordinarissen dienen ervoor te zorgen dat de gebeden alsook de vrome en heilige oefeningen van het christenvolk ten volle overeenstemmen met de normen van de Kerk.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam