• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

§ 1 Christus de Heer heeft aan de Kerk het geloofsgoed toevertrouwd opdat zij, onder bijstand van de Heilige Geest, de geopenbaarde waarheid heilig zou bewaren, dieper onderzoeken en getrouw verkondigen en uitleggen. De Kerk heeft daarom krachtens haar wezen de plicht en het recht om aan alle volkeren het Evangelie te verkondigen, ook met gebruikmaking van de haar eigen sociale communicatiemiddelen en onafhankelijk van gelijk welke menselijke macht.

§ 2 Het komt de Kerk toe overal en altijd de morele beginselen, ook met betrekking tot de sociale ordening, voor te houden en een oordeel uit te spreken over welke menselijke aangelegenheid ook, voor zover de grondrechten van de menselijke persoon of het geestelijk heil van de mensen dit vereisen.

§ 1 Alle mensen hebben de plicht de waarheid te zoeken in wat God en zijn Kerk aangaat; krachtens goddelijke wet hebben zij de plicht en het recht deze, eenmaal gekend, te aanvaarden en dienovereenkomstig te leven.
§ 2 Niemand is het ooit toegestaan mensen tegen hun geweten in tot aanvaarding van het katholieke geloof te dwingen.

§ 1 Onfeilbaarheid in het leergezag geniet de Paus, wanneer hij, uit hoofde van zijn ambt als opperste Herder en Leraar van alle christengelovigen, wiens taak het is zijn broeders in het geloof te bevestigen, een leer inzake geloof of zeden bij definitieve act als bindend afkondigt.
§ 2 Onfeilbaarheid in het leergezag bezit ook het Bisschoppencollege, wanneer de Bisschoppen het leergezag uitoefenen in een Oecumenisch Concilie vergaderd en, als leraren en rechters in geloof en zeden, voor de gehele Kerk verklaren dat een leer inzake geloof of zeden definitief bindend is; of wanneer zij, over de wereld verspreid, de band van gemeenschap onder elkaar en met de opvolger van Petrus bewarend, samen met deze Paus van Rome zaken van geloof en zeden authentiek lerend, tot een eensgezinde uitspraak komen die definitief bindend is.
§ 3 Geen leer dient als onfeilbaar gedefinieerd beschouwd te worden, tenzij dit duidelijk vaststaat.

§ 1. Met goddelijk en katholiek geloof moet geloofd worden alles wat vervat is in het geschreven of overgeleverd woord van God, namelijk in het ene geloofsgoed dat aan de Kerk toevertrouwd is en dat tegelijk als van Godswege geopenbaard voorgehouden wordt, hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewoon en universeel leergezag, dat zeker ook door het gemeenschappelijk aanvaarden van de christengelovigen onder leiding van het heilig leergezag tot uiting gebracht wordt; derhalve zijn allen verplicht welke leerstellingen dan ook te mijden die hiermee in strijd zijn.

§ 2. Ook moeten vast aanvaard en behouden worden alle uitspraken en elke uitspraak afzonderlijk die met betrekking tot de leer over geloof en zeden door het leergezag van de Kerk definitief worden gedaan, welke namelijk vereist zijn om dit geloofsgoed heilig te bewaren en getrouw uit te leggen; wie deze definitief te houden uitspraken afwijst, gaat derhalve in tegen de leer van de katholieke Kerk.

Zie ook:

Toevoeging van § 2 (onderstreept) conform de bepalingen van het Motu Proprio H. Paus Johannes Paulus II - Motu Proprio
Ad tuendam fidem
(18 mei 1998)
van 18 mei 1998.

Ketterij wordt genoemd het, na het ontvangen van het doopsel, hardnekkig ontkennen of in twijfel trekken van een of andere waarheid die met goddelijk en katholiek geloof geloofd moet worden; apostasie het volkomen afwijzen van het christelijk geloof; schisma het zich onttrekken aan het gezag van de Paus of aan de gemeenschap met de onder zijn gezag staande kerkleden.

Weliswaar geen geloofsinstemming maar wel een religieuze volgzaamheid van verstand en wil moet betracht worden ten overstaan van een leer die hetzij de Paus hetzij het Bisschoppencollege inzake geloof of zeden naar voren brengen, wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al hebben zij niet de bedoeling deze bij definitieve act af te kondigen; bijgevolg dienen Christengelovigen ervoor te zorgen om te mijden wat met deze leer niet strookt.
De Bisschoppen die in gemeenschap zijn met het hoofd en de leden van hun College, zijn hetzij ieder afzonderlijk hetzij gezamenlijk in bisschoppenconferenties of particuliere concilies, ook al bezitten zij niet de onfeilbaarheid in hun onderricht, de authentieke leraren en meesters van het geloof voor de aan hun zorg toevertrouwde christengelovigen; de christengelovigen dienen dit authentiek leergezag van hun Bisschoppen met religieuze volgzaamheid te aanvaarden.
Alle christengelovigen zijn verplicht de constituties en decreten op te volgen, welke de wettige overheid van de Kerk, in het bijzonder de Paus of het Bisschoppencollege, uitvaardigt om een leer voor te houden en dwalingen af te wijzen.

§ 1 Het komt in de eerste plaats toe aan het gehele Bisschoppencollege en aan de Apostolische Stoel om de oecumenische beweging bij de katholieken ter harte te nemen en te leiden, waarvan het doel het herstel is van de eenheid onder alle christenen, die de Kerk krachtens de wil van Christus verplicht is te bevorderen.
§ 2 Eveneens komt het toe aan de Bisschoppen en, volgens het recht, aan de bisschoppenconferenties om deze eenheid te bevorderen en, naar gelang van de verschillende noden of gelegenheden, praktische normen te geven, rekening houdend met de voorschriften die door het hoogste gezag van de Kerk uitgevaardigd zijn.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam