• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 In de Kerk zijn verenigingen welke onderscheiden zijn van de instituten van gewijd leven en de sociëteiten van apostolisch leven, waarin christengelovigen, hetzij clerici hetzij leken hetzij clerici en leken samen, in gemeenschappelijke inspanning ernaar streven een meer volmaakt leven te leiden of de publieke eredienst of de christelijke leer te bevorderen, of andere werken van apostolaat, namelijk initiatieven van evangelisatie, werken van vroomheid of caritas, te beoefenen en de tijdelijke orde met christelijke geest te bezielen.

§ 2 Christengelovigen dienen vooral van die verenigingen lid te worden welke door de bevoegde kerkelijke overheid ofwel opgericht ofwel geprezen of aanbevolen zijn.

§ 1 Het komt de christengelovigen onverkort toe om door het aangaan van een onderlinge private overeenkomst verenigingen op te richten om de doelstellingen waarover in can. 298, § 1, na te streven, onverminderd het voorschrift van can. 301, § 1.

§ 2 Dergelijke verenigingen worden, ook als zij door het kerkelijk gezag geprezen of aanbevolen worden, private verenigingen genoemd.

§ 3 Geen enkele private vereniging van christengelovigen wordt in de Kerk erkend tenzij haar statuten door de bevoegde overheid beoordeeld zijn.

Geen enkele vereniging mag de naam "katholiek" aannemen tenzij met toestemming van de bevoegde kerkelijke overheid, volgens can. 312.
§ 1 Het komt alleen de bevoegde kerkelijke overheid toe verenigingen van christengelovigen op te richten welke zich ten doel stellen de christelijke leer in naam van de Kerk over te dragen of de publieke eredienst te bevorderen, of welke andere doelstellingen beogen waarvan de behartiging uit de aard van de zaak aan dit kerkelijk gezag voorbehouden is.

§ 2 De bevoegde kerkelijke overheid kan, als zij dit wenselijk oordeelt, ook verenigingen van christengelovigen oprichten om andere geestelijke doelstellingen rechtstreeks of onrechtstreeks na te streven, waarvan de verwezenlijking niet voldoende verzekerd is door initiatieven van private personen.

§ 3 Verenigingen van christengelovigen die door de bevoegde kerkelijke overheid opgericht worden, worden publieke verenigingen genoemd.

Clericale verenigingen van christengelovigen worden die verenigingen genoemd welke onder leiding staan van clerici, de uitoefening van de heilige wijding op zich nemen en als zodanig door de bevoegde overheid erkend worden.
Verenigingen waarvan de leden, in de wereld deelnemend aan de geest van een of ander religieus instituut, onder de hogere leiding van dit instituut een apostolisch leven leiden en naar de christelijke volmaaktheid streven, worden derde orden genoemd of met een andere passende naam aangeduid.
§ 1 Alle verenigingen van christengelovigen, hetzij publieke hetzij private, met welke titel of naam zij ook genoemd worden, dienen hun eigen statuten te hebben waarin omschreven worden de doelstelling van de vereniging of haar sociaal object, haar zetel en bestuur en de voorwaarden welke vereist zijn om er deel van uit te maken, en waarin haar werkwijzen bepaald worden, evenwel rekening houdend met de nood of het nut van tijd en plaats.

§ 2 Zij dienen een titel of naam te kiezen die aan de gebruiken van tijd en plaats aangepast is en waarvan de keuze vooral bepaald is door de doelstelling die zij beogen.

§ 1 Alle verenigingen van Christengelovigen staan onder toezicht van de bevoegde kerkelijke overheid wier taak het is ervoor te zorgen dat in deze de integriteit van geloof en zeden behouden blijft, en te waken dat er geen misbruiken sluipen in de kerkelijke discipline; aan haar komt dan ook de plicht en het recht toe om volgens het recht en de statuten deze verenigingen te visiteren; ook vallen zij onder het bestuur van deze overheid overeenkomstig de voorschriften van de canones die volgen.

§ 2 Onder toezicht van de Heilige Stoel staan de verenigingen van gelijk welke soort; onder toezicht van de plaatselijke Ordinaris staan de diocesane verenigingen alsmede de andere verenigingen in zover zij in het bisdom hun werkzaamheden uitoefenen.

Opdat iemand de rechten en privileges van de vereniging, de aflaten en andere geestelijke gunsten die aan deze vereniging verleend zijn, geniet, is het noodzakelijk en voldoende dat hij overeenkomstig de voorschriften van het recht en de eigen statuten van de vereniging geldig daarin opgenomen en daar niet wettig uit verwijderd is.
§ 1 De opname van leden dient te geschieden volgens het recht en de statuten van elke vereniging.

§ 2 Eenzelfde persoon kan bij meerdere verenigingen ingeschreven worden.

§ 3 De leden van religieuze instituten kunnen lid worden van verenigingen, volgens het eigen recht en met toestemming van hun Overste.

Niemand die wettig ingeschreven is, mag uit een vereniging verwijderd worden tenzij om een goede reden volgens het recht en de statuten.
Wettig opgerichte verenigingen hebben het recht, volgens het recht en de statuten, bijzondere normen uit te vaardigen welke op de vereniging zelf betrekking hebben, vergaderingen te houden, en bestuurders, functionarissen, medewerkers en beheerders van goederen aan te wijzen.
Een private vereniging die niet als rechtspersoon opgericht is, kan als zodanig geen subject van verplichtingen en rechten zijn; de christengelovigen echter die hierin verenigd zijn, kunnen gezamenlijk verplichtingen aangaan als medeëigenaars en medebezitters rechten en goederen verwerven en bezitten; deze rechten en verplichtingen kunnen zij door een gevolmachtigde of beheerder uitoefenen.
Leden van instituten van gewijd leven die aan het hoofd staan van of hun diensten verlenen aan verenigingen die op een of andere wijze met hun instituut verbonden zijn, dienen er zorg voor te dragen dat deze verenigingen hun hulp verlenen aan de werken van apostolaat welke in het bisdom bestaan, waarbij zij, onder leiding van de plaatselijke Ordinaris, vooral samenwerken met de verenigingen die op de uitoefening van het apostolaat in het bisdom gericht zijn.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 25 april 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam