• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Naast die verplichtingen en rechten welke voor alle christengelovigen gemeenschappelijk zijn en naast die welke in andere canones bepaald worden, zijn christengelovigen-leken gehouden aan de verplichtingen en genieten zij de rechten die in de canones van deze titel opgesomd worden.
§ 1 De leken zijn, daar zij zoals alle christengelovigen door middel van het doopsel en het vormsel door God tot het apostolaat bestemd zijn, gehouden aan de algemene verplichting en genieten het recht, hetzij ieder afzonderlijk hetzij gezamenlijk in verenigingen, er zich voor in te zetten dat de goddelijke heilsboodschap door alle mensen overal ter wereld gekend en aanvaard wordt; deze verplichting dringt zelfs des te meer in die omstandigheden waarin de mensen alleen door hen het Evangelie kunnen horen en Christus leren kennen.

§ 2 Ook zijn zij aan de bijzondere plicht gehouden, ieder evenwel overeenkomstig de eigen plaats, de orde van het tijdelijke met de geest van het Evangelie te doordringen en te vervolmaken, en zo op bijzondere wijze bij het behandelen hiervan en bij het uitoefenen van wereldlijke functies getuigenis van Christus af te leggen.

§ 1 Wie in de huwelijksstaat leven, zijn, overeenkomst de eigen roeping, aan de bijzondere plicht gehouden zich door hun huwelijk en gezin in te zetten voor de opbouw van het volk Gods.

§ 2 De ouders zijn, omdat zij aan de kinderen het leven geschonken hebben, gehouden aan de zeer zware verplichting en genieten het recht dezen op te voeden; daarom is het op de eerste plaats de taak van de christelijke ouders zorg te dragen voor een christelijke opvoeding van de kinderen volgens de door de Kerk overgeleverde leer.

Christengelovigen-leken hebben het recht dat hun in zaken van de burgerlijke samenleving de vrijheid toegekend wordt welke alle burgers toekomt; bij het gebruik maken echter van deze vrijheid dienen zij er zorg voor te dragen dat hun handelen doordrongen is van de evangelische geest, en dienen zij de door het leergezag van de Kerk voorgehouden leer voor ogen te houden, waarbij zij zich er evenwel voor hoeden bij open kwesties hun eigen mening als de leer van de Kerk voor te stellen.
§ 1 Leken die geschikt bevonden worden, zijn bekwaam om door de gewijde Herders aangenomen te worden voor die kerkelijke ambten en taken die zij volgens de voorschriften van het recht kunnen vervullen.

§ 2 Leken die zich door de vereiste kennis, wijsheid en aanzien onderscheiden, zijn bekwaam als deskundigen of adviseurs, ook in raden volgens het recht, de Herders van de Kerk bij te staan.

§ 1 De leken zijn, om overeenkomstig de christelijke leer te kunnen leven en deze ook zelf te kunnen verkondigen en, indien nodig, verdedigen, en opdat zij in de uitoefening van het apostolaat hun eigen aandeel kunnen hebben, gehouden aan de verplichting en genieten het recht een kennis van deze leer te verwerven die aangepast is aan de eigen bekwaamheid en plaats van ieder.

§ 2 Zij genieten ook het recht de meer volledige kennis te verwerven in de gewijde wetenschappen die aan kerkelijke universiteiten of faculteiten of in instituten van godsdienstwetenschappen onderwezen worden, daar de colleges bij te wonen en academische graden te behalen.

§ 3 Eveneens zijn zij, met inachtneming van de voorschriften die bepaald zijn betreffende de vereiste geschiktheid, bekwaam van de wettige kerkelijke overheid een leeropdracht in de gewijde wetenschappen te ontvangen.

§ 1 Mannelijke leken die over de door een decreet van de bisschoppenconferentie bepaalde leeftijd en gaven beschikken, kunnen door de voorgeschreven liturgische ritus vast aangesteld worden tot de bediening van lector en van acoliet; deze verlening van bedieningen evenwel brengt voor hen niet het recht met zich mee op een door de Kerk te verschaffen onderhoud of vergoeding.

§ 2 Leken kunnen krachtens een tijdelijke aanstelling bij liturgische handelingen de taak van lector vervullen; ook kunnen alle leken de taken van commentator, cantor of andere vervullen volgens het recht.

§ 3 Waar de nood van de Kerk dit wenselijk maakt, kunnen bij gebrek aan bedienaren ook leken, al zijn zij geen lector of acoliet, sommige van hun taken waarnemen, namelijk de bediening van het woord uitoefenen, in liturgische gebeden voorgaan, het Doopsel toedienen en de heilige Communie uitreiken, volgens de voorschriften van het recht.

§ 1 Leken die blijvend of tijdelijk voor een bijzondere dienst van de Kerk aangesteld worden, zijn aan de verplichting gehouden de geschikte vorming te verwerven welke vereist is om hun taak naar behoren te vervullen en deze taak gewetensvol, zorgvuldig en nauwgezet te vervullen.

§ 2 Onverminderd het voorschrift van can. 230, § 1 hebben zij recht op een passende, aan hun plaats aangepaste vergoeding waarmee zij op een behoorlijke wijze, met inachtneming ook van de voorschriften van het burgerlijk recht, in hun eigen noden en in die van hun gezin kunnen voorzien; eveneens komt hun het recht toe dat naar behoren gezorgd wordt voor wat men noemt hun sociale voorzieningen, sociale zekerheid en geneeskundige bijstand.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam